Hulp op de juiste tijd
1 Toen de apostel Petrus merkte dat het nodig was medegelovigen te sterken, bewoog bezorgdheid hem ertoe hen liefdevol aan dingen te herinneren en aan te moedigen (2 Petr. 1:12, 13; 3:1). Hij drong er bij ’hen die een geloof hadden verkregen’ op aan te blijven groeien in geestelijke hoedanigheden om niet „hetzij inactief of onvruchtbaar te [worden] met betrekking tot de nauwkeurige kennis van onze Heer Jezus Christus” (2 Petr. 1:1, 5-8). Petrus wilde hen helpen de roeping en verkiezing die ze van Jehovah hadden ontvangen, zeker te stellen, zodat ze „ten slotte door hem onbevlekt en onbesmet en in vrede bevonden [zouden] worden” (2 Petr. 1:10, 11; 3:14). Voor velen bleek zijn aanmoediging hulp op de juiste tijd te zijn.
2 In onze tijd zijn christelijke opzieners net zo bezorgd om Gods volk. In deze ’kritieke tijden, die moeilijk zijn door te komen’, hebben veel dienstknechten van Jehovah moeilijke situaties te verduren (2 Tim. 3:1). Door aanhoudende financiële, gezins- of persoonlijke problemen voelen sommigen zich misschien als David: „Rampspoeden hebben mij omgeven totdat ze niet meer te tellen waren. Meer dwalingen van mij hebben mij achterhaald dan ik kon overzien; ze werden talrijker dan de haren van mijn hoofd, en mijn eigen hart heeft mij verlaten” (Ps. 40:12). Deze druk kan zo groot worden dat zulke personen misschien belangrijke geestelijke zaken gaan verwaarlozen en geen actief aandeel meer hebben aan de christelijke bediening. Maar ondanks hun moeilijkheden ’zijn ze Jehovah’s geboden niet vergeten’ (Ps. 119:176). Het is nu voor ouderlingen de juiste tijd om zulke personen de hulp te geven die nodig is. — Jes. 32:1, 2.
3 Om hierin te voorzien zijn ouderlingen aangemoedigd speciaal moeite te doen om degenen te helpen die momenteel niet deelnemen aan de prediking. Er worden daar nu doelbewuste pogingen voor gedaan, en dat zal in maart voortgezet worden. Boekstudieopzieners is gevraagd inactieven op te zoeken om geestelijke hulp aan te bieden zodat ze hun activiteit met de gemeente weer kunnen oppakken. Waar dat nodig is kan gezorgd worden voor een persoonlijke bijbelstudie. Andere verkondigers wordt misschien gevraagd te helpen. Als jij daarvoor wordt gevraagd, kunnen je inspanningen heel nuttig zijn, vooral als je op een vriendelijke, begripvolle manier aanmoediging geeft.
4 Wanneer iemand zijn activiteit met de gemeente weer oppakt, heeft iedereen reden zich te verheugen (Luk. 15:6). Onze inspanningen om inactieven aan te moedigen kunnen echt resulteren in „een woord, gesproken op de juiste tijd ervoor”. — Spr. 25:11.