Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 8/01 blz. 5-6
  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
  • Onze Koninkrijksdienst 2001
Onze Koninkrijksdienst 2001
km 8/01 blz. 5-6

Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 7 mei tot en met 20 augustus 2001. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.

[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]

Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:

1. Het gebed waarover in Nehemia 2:4 wordt gesproken, werd op het laatste moment door wanhoop ingegeven. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/2 blz. 25 §8.]

2. Het woord „gemeente” is vertaald uit het Griekse woord ek·kleʹsi·a, waarin ook de gedachte aan solidariteit en wederzijdse steun ligt opgesloten. [w99 15/5 blz. 25 §4]

3. Hoewel Jehovah’s dienstknechten met de dood verband houdende gebruiken vermijden die in strijd zijn met Gods Woord, verwerpen ze niet alle met de dood verband houdende gebruiken (Joh. 19:40). [rs blz. 94 §1]

4. In de periode dat Job leefde, was hij de enige mens die trouw was aan Jehovah (Job 1:8). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 1/8 blz. 31 §3, 4.]

5. Het feit dat Saulus, of Paulus, in zijn onderhoud voorzag door tenten te maken, laat zien dat hij een eenvoudige achtergrond had (Hand. 18:2, 3). [w99 15/5 blz. 30 §2–blz. 31 §1]

6. Hoewel David ernstige zonden beging, kon Jehovah zeggen dat hij „mij met heel zijn hart volgde” vanwege Davids berouwvolle houding en goede eigenschappen (1 Kon. 14:8). [w99 15/6 blz. 11 §4]

7. Tenzij iets wat we beloofd hebben onschriftuurlijk is, moeten we alles doen wat we kunnen om onze beloften na te komen, zelfs als we er later achterkomen dat dat erg moeilijk is (Ps. 15:4). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/9 blz. 28 §5.]

8. Uit Psalm 22:1 blijkt dat David onder druk tijdelijk zijn geloof verloor. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/8 blz. 20 §19.]

9. Een christen kan in termen van frustratie, teleurstellingen en wettelijke of financiële tegenslagen ’vallen’, maar met behulp van Gods geest en Zijn liefdevolle aanbidders zal hij in geestelijk opzicht niet volledig worden „neergeslingerd” (Ps. 37:23, 24). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 1/11 blz. 30 §14.]

10. Genesis hoofdstuk 1 leert dat God alles op deze aarde in zes dagen van 24 uur heeft geschapen. [rs blz. 134 §5]

Beantwoord de volgende vragen:

11. Hoe ’legden’ Ezra en zijn assistenten ’betekenis’ in de Wet? (Neh. 8:8) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/2 blz. 26 §4.]

12. Waardoor wordt „de vreugde van Jehovah” teweeggebracht? (Neh. 8:10) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/2 blz. 26 §9.]

13. Waarom werden degenen „die zich vrijwillig aanboden om in Jeruzalem te wonen” gezegend? (Neh. 11:2) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/2 blz. 26 §12.]

14. Waarom stelde Esther het uit de koning in te lichten over haar specifieke bedoeling? (Esth. 5:6-8) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/3 blz. 24 §18.]

15. Welke twee belangrijke vragen worden in het boek Job beantwoord? [si blz. 95 §1]

16. Waarom maakte de raad van Elifaz Job terneergeslagen en moedigde die hem niet aan? (Job 21:34; 22:2, 3) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w95 15/2 blz. 27 §5, 6.]

17. Wat is een psalm? [si blz. 101 §2]

18. Over wat voor „ijdels” blijven de natiën „mompelen”, zoals in Psalm 2:1 staat? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/8 blz. 20 §5.]

19. Welke praktische les over onpartijdigheid kunnen we leren van Filippus’ bediening, die zich tot de Samaritanen en de Ethiopische functionaris uitstrekte? (Hand. 8:6-13, 26-39) [w99 15/7 blz. 25 §2]

20. Hoe illustreerde Job zijn overtuiging dat God hem kon opwekken uit het graf, dat hij bezag als een plaats waar hij zich voor zijn problemen kon verbergen? (Job 14:7, 13-15) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w00 15/5 blz. 27 § 7–blz. 28 § 1.]

Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:

21. In Esther 8:17 staat dat de mensen „verklaarden dat zij joden waren”; op overeenkomstige wijze heeft in deze tijd „․․․․․․․․” „andere schapen” zich aan de zijde van het ․․․․․․․․ geschaard (Openb. 7:9; Joh. 10:16; Zach. 8:23). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/3 blz. 25 §14.]

22. Hoewel Jehovah, zoals uit Handelingen 1:7 blijkt, zich bijzonder bewust is van ․․․․․․․․, zal zijn dag van afrekening komen als een ․․․․․․․․, wanneer mensen dit niet verwachten (2 Petr. 3:10). [w99 1/6 blz. 5 §1, 2]

23. In 2 Petrus 3:7, 10 worden de uitdrukkingen „hemelen” en „aarde” in ․․․․․․․․ gebruikt; zoals uit de context blijkt, heeft de „aarde” betrekking op ․․․․․․․․. [rs blz. 30 §4-6]

24. Heilzame communicatie wordt mogelijk gemaakt door vertrouwen en wederzijds begrip, en deze hoedanigheden ontstaan wanneer het huwelijk als een ․․․․․․․․ relatie wordt bezien en men ․․․․․․․․ is er een succes van te maken. [w99 15/7 blz. 21 §3]

25. Positieve groepsdruk kan ons helpen morele en geestelijke vereisten in ․․․․․․․․ te brengen en helpt ons dus Jehovah ․․․․․․․․ te dienen. [w99 1/8 blz. 24 §4]

Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:

26. Dat Mordechai ’in de poort van de koning zat’ duidt erop dat hij (de lijfwacht van de koning was; een hoge functie aan het hof van koning Ahasveros bekleedde; wachtte op een audiëntie bij de koning) (Esth. 2:19, 20). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/3 blz. 24 §9.]

27. Zoals in Job 19:25-27 staat, gaf Job uiting aan het geloof dat hij ’God zou aanschouwen’ in de zin dat (hij begunstigd zou worden met een visioen; hij opgewekt zou worden tot hemels leven; de ogen van zijn verstand geopend zouden worden zodat hij de waarheid omtrent Jehovah zou zien). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w94 15/11 blz. 19 §17.]

28. Men denkt aan Job het meest wegens zijn (liefde; vriendelijkheid; volharding) (Jak. 5:11). [si blz. 100 §41]

29. Met het schrijven van het boek Psalmen is naar schatting (driehonderd; vijfhonderd; duizend) jaar gemoeid geweest. [si blz. 101 §4]

30. (David; Asaf; Ezra) was klaarblijkelijk degene die het boek Psalmen definitief heeft samengesteld. [si blz. 102 §6]

Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:

Neh. 3:5; Ps. 12:2; 19:7; 2 Tim. 3:16, 17; Jak. 5:14-16

31. We dienen bereid te zijn ons volledig in te zetten en dienen ons niet trots terughoudend op te stellen, omdat we zwaar werk beneden onze waardigheid achten. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/2 blz. 25 §12, 19.]

32. Een christen die verwikkeld is geraakt in ernstig kwaaddoen moet zijn zonden aan de ouderlingen belijden. [rs blz. 68 §2]

33. Hoewel God dromen heeft gebruikt om zijn dienstknechten in het verleden waarschuwingen, instructies en profetieën te geven, voorziet hij nu in onze redding door middel van zijn geïnspireerde geschreven Woord. [rs blz. 123 §3]

34. Als we Gods vriendschap willen genieten, moeten we diep in ons binnenste eerlijk zijn, zonder huichelarij. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/9 blz. 26 §7.]

35. Gehoorzaamheid aan Gods wet heeft een vernieuwende uitwerking op iemands ziel en bevordert zijn welzijn. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w00 1/10 blz. 13 §4.]

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen