„We hebben ons gebied heel vaak bewerkt!”
1 Heb je ooit het gevoel gehad dat jullie gebied zo vaak is bewerkt dat er geen met schapen te vergelijken personen meer in over zijn? Misschien heb je gedacht: ’Ik weet hoe de mensen gaan reageren. Waarom zou ik terug blijven gaan naar personen die geen belangstelling hebben?’ Het is waar dat veel gebieden vaak bewerkt worden. Maar dat moet als iets positiefs worden bezien, niet als iets negatiefs. Waarom? Kijk eens naar de vier volgende redenen.
2 Onze gebeden zijn verhoord: Jezus zei: „De oogst is werkelijk groot, maar er zijn weinig werkers. Smeekt daarom de Meester van de oogst dat hij werkers in zijn oogst uitzendt” (Luk. 10:2). Al tientallen jaren hebben we Jehovah om meer hulp gesmeekt. In veel plaatsen hebben we nu de extra werkers die nodig zijn, en we bewerken het gebied vaker. Dient het feit dat Jehovah onze gebeden heeft verhoord, ons niet te verheugen?
3 Volharding brengt goede vruchten voort: Zelfs in gebied dat vaak wordt bewerkt, reageren mensen gunstig op de Koninkrijksboodschap en krijgen ze kennis van de waarheid. Daarom moeten we keer op keer terug blijven gaan in de hoop meer oprechte personen te vinden (Jes. 6:8-11). Ga net als Jezus’ eerste discipelen „steeds weer” naar de mensen in het aan jullie toegewezen gebied, en probeer hun belangstelling te wekken voor het koninkrijk van God. — Matth. 10:6, 7.
4 In Portugal bewerken veel gemeenten hun gebied elke week, maar ze vinden nog steeds met schapen te vergelijken personen. Eén zuster in het bijzonder heeft een zeer positieve instelling. Ze zegt: „Elke morgen voordat ik in de velddienst uittrek, bid ik tot Jehovah om mij te helpen iemand te vinden die er belangstelling voor heeft de bijbel te bestuderen.” Op een dag trof ze regelingen voor een studie met het personeel van een kapperszaak. Maar later kwam er maar één persoon voor de studie opdagen. Die vrouw zei: „De anderen hebben geen belangstelling, maar ik wel.” Binnen een maand leidde ze zelf twee studies. Ze werd kort daarna gedoopt en later ging ze in de pioniersdienst!
5 Het werk wordt gedaan: Het goede nieuws wordt gepredikt, zoals Jezus had voorzegd (Matth. 24:14). Zelfs op plaatsen waar mensen „niet naar [ons] willen luisteren” worden ze door de predikingsactiviteit gewaarschuwd. Het is te verwachten dat sommigen afwijzend of zelfs vijandig tegenover de waarheid staan. Toch moeten zulke personen fatsoenlijk gewaarschuwd worden voor het komende oordeel van Jehovah. — Ezech. 2:4, 5; 3:7, 8, 19.
6 We zijn nog niet klaar: Het is niet aan ons te beslissen wanneer we met het predikingswerk kunnen ophouden. Jehovah weet precies wanneer het moet stoppen. Hij weet of er mensen in ons gebied zijn die misschien nog gunstig op het goede nieuws reageren. Vandaag zeggen sommigen misschien dat ze geen belangstelling hebben, maar drastische veranderingen in hun leven — het verlies van werk, ernstige ziekte, de dood van een dierbare — kunnen hen een andere keer ontvankelijker maken. Vanwege vooroordeel of omdat ze het gewoon te druk hebben om te luisteren, hebben veel mensen nooit echt gehoord wat we prediken. Door herhaaldelijke vriendelijke bezoeken kunnen ze geïnteresseerd raken en gaan luisteren.
7 Personen die de afgelopen jaren zijn opgegroeid en nu zelf een gezin hebben, vatten het leven serieuzer op en hebben vragen die alleen Gods Woord kan beantwoorden. Een jonge moeder vroeg twee Getuigen binnen en zei: „Als meisje heb ik nooit kunnen begrijpen waarom mijn moeder de Getuigen wegstuurde en zei dat ze niet geïnteresseerd was, terwijl zij alleen maar over de bijbel wilden praten. Ik nam me toen voor om wanneer ik opgegroeid en getrouwd was en mijn eigen huis had, Jehovah’s Getuigen binnen te nodigen en hun te vragen mij de bijbel uit te leggen.” Dat deed ze, tot genoegen van de Getuigen die bij haar aanbelden.
8 Kun je doeltreffender zijn? Het ligt misschien niet altijd aan de mensen bij wie we aanbellen dat het moeilijk lijkt het gebied vaak te bewerken. Soms ligt het aan onszelf. Beginnen we al met negatieve gedachten? Dat kan van invloed zijn op onze houding en waarschijnlijk op de toon van onze stem en onze gezichtsuitdrukking. Toon een positieve geest en zorg voor een sympathieke uitdrukking op je gezicht. Probeer een nieuwe benadering. Breng verandering aan in je aanbieding en probeer die te verbeteren. Misschien kun je je openingsvraag wijzigen of een andere schriftplaats in het gesprek verwerken. Vraag andere broeders en zusters waarmee zij succes hebben gehad bij het bewerken van het gebied. Werk in de dienst met verschillende verkondigers en pioniers samen, en let op wat hun bediening doeltreffend maakt.
9 De Koninkrijksprediking heeft Jehovah’s goedkeuring en zegen, en onze deelname eraan is een bewijs van onze liefde voor hem en onze naaste (Matth. 22:37-39). Laten we ons werk dus verrichten totdat het voltooid is, en het niet moe worden het gebied telkens weer te bewerken.