April — Een tijd om ’hard te werken en ons in te spannen’
1 De weken rond de Gedachtenisviering zijn voor Jehovah’s dienstknechten een tijd van overdenking. Dit is een tijd om na te denken over wat door Christus’ dood tot stand werd gebracht en onze gedachten te laten gaan over onze door God gegeven hoop die mogelijk is geworden door Jezus’ vergoten bloed. Als je terugdenkt aan 19 april vorig jaar, wat schiet je dan te binnen? Herinner je je de gezichten die je die lenteavond hebt gezien? de rijke geestelijke atmosfeer tijdens de Gedachtenisviering? de ernstige bijbelse bespreking en innige gebeden? Misschien nam je je voor de diepte van je waardering voor de liefde die Jehovah en Jezus voor je hebben getoond, vollediger te demonstreren. Welke invloed heeft zo’n overpeinzing nu op je?
2 Het is duidelijk dat Jehovah’s volk een dankbaarheid toont die veel verder gaat dan woorden (Kol. 3:15, 17). Vooral vorig jaar april hebben we moeite gedaan om onze waardering te tonen voor Jehovah’s voorzieningen voor redding door ons uiterste best te doen in de christelijke bediening. Het aantal hulppioniers in ons land bedroeg 3604, ruim 24 procent meer dan het hoogtepunt van het jaar daarvoor. Hun inspanningen, samen met die van alle andere Koninkrijksverkondigers, resulteerden in een enorme stijging van het aantal uren, de tijdschriftenverspreiding en het aantal nabezoeken. Onze vreugde werd nog vergroot toen we zagen dat er wereldwijd duizenden nieuwe bijbelstudies werden opgericht en dat er een nieuw hoogtepunt was in het aantal aanwezigen op de Gedachtenisviering!
3 Ja, de zekerheid van onze hoop beweegt ons tot actie. Het is precies zoals de apostel Paulus schreef: „Hiertoe werken wij hard en spannen wij ons in, omdat wij onze hoop hebben gevestigd op een levende God, die een Redder is van alle soorten van mensen, in het bijzonder van getrouwen.” — 1 Tim. 4:10.
4 Hoe zul je in deze periode rond de Gedachtenisviering je geloof in Jehovah’s voorzieningen voor leven demonstreren? Vorig jaar april waren er bijna 30.000 verkondigers. Kunnen we dat aantal dit jaar in april overtreffen? Dit is heel goed haalbaar. Maar elke verkondiger, gedoopt en niet gedoopt, zal zijn deel moeten doen. Misschien komen ook veel nieuwelingen ervoor in aanmerking aan de dienst deel te nemen. Denk daarom, terwijl je plannen maakt om in april hard te werken en je best te doen, na over manieren waarop je anderen, zoals nieuwere en minder ervaren personen, kunt stimuleren met je mee te gaan.
5 Sommigen helpen weer actief te worden: Als je weet dat sommigen een paar maanden niet in de velddienst zijn geweest, kun je hen misschien aanmoedigen en uitnodigen met jou in de dienst te gaan. Als sommigen in de gemeente inactief zijn geworden, zullen de ouderlingen er speciaal moeite voor doen hen te bezoeken en hen aan te moedigen in april weer te beginnen.
6 We moeten allemaal om Jehovah’s geest blijven vragen om ons in zijn dienst te sterken (Luk. 11:13). Wat moeten we doen om die geest te ontvangen? Lees Gods geïnspireerde Woord (2 Tim. 3:16, 17). We moeten ook „[horen] wat de geest tot de gemeenten zegt” door alle vijf de wekelijkse vergaderingen bij te wonen (Openb. 3:6). Het is nu een geschikte tijd om ongeregelde en inactieve personen te helpen vorderingen te maken in hun studiegewoonten en getrouwe vergaderingsbezoekers te worden (Ps. 50:23). Terwijl we dat doen, moeten we ons eigen geestelijke welzijn goed in de gaten houden. Toch is er nog iets anders nodig.
7 De apostel Petrus legde uit dat God zijn heilige geest geeft „aan hen die hem als regeerder gehoorzamen” (Hand. 5:32). Die gehoorzaamheid betekent onder andere dat we ons kwijten van de opdracht „tot het volk te prediken en een grondig getuigenis te geven” (Hand. 1:8; 10:42). Dus hoewel het waar is dat we Gods geest nodig hebben om ons de kracht te geven om te prediken, is het ook waar dat als we ons verlangen om Jehovah te behagen beginnen te demonstreren, hij ons nog verder helpt. Laten we nooit het belang bagatelliseren van het nemen van die eerste stappen van bereidwillige gehoorzaamheid!
8 Jongeren helpen: Ouders, heb je bewijzen gezien dat je kinderen met anderen over de waarheid willen praten? Gaan ze met jou mee in de velddienst? Zijn ze voorbeeldig in hun gedrag? Zo ja, waarom zou je dan nog aarzelen? Ga naar een van de leden van het dienstcomité van de gemeente en kijk of je kind ervoor in aanmerking komt in april als verkondiger geteld te worden. (Zie Bediening-boek, blz. 102.) Besef dat je kinderen op een schitterende manier kunnen bijdragen aan de lofzang voor Jehovah in deze periode rond de Gedachtenisviering. — Matth. 21:15, 16.
9 Een christelijke moeder in Georgia (VS) moedigde haar dochtertje altijd aan met anderen over Jehovah te praten. Vorig jaar, toen het meisje met haar moeder in de dienst was, verspreidde ze een Wat verlangt God-brochure bij een man en gaf ze een korte toelichting op de inhoudsopgave. Hij vroeg haar: „Hoe oud ben je?” Ze zei: „Zeven.” De man was verbaasd haar zo’n zinnige aanbieding te zien doen. Het geval wilde dat hij in zijn jeugd met de waarheid in contact was geweest, maar die nooit serieus als een levenswijze had bezien. Al gauw werd er met de man, zijn vrouw en zijn dochter een bijbelstudie geleid.
10 Veel jongeren zijn al verkondiger, en we genieten van hun gezelschap als ze met ons in de dienst werken. Deze jongeren kunnen anderen van hun leeftijd motiveren en aanmoedigen. Maar april is ook een goede tijd voor afzonderlijke gezinnen om hun band te versterken en hun geestelijke gezindheid op te bouwen door samen heilige dienst te verrichten. Gezinshoofden dienen hierin de leiding te nemen. — Spr. 24:27.
11 Nieuwelingen helpen: Hoe staat het met de nieuwelingen met wie je de bijbel bestudeert? Zouden zij kunnen bijdragen aan de speciale inspanning in april? Misschien hebben ze het verlangen geuit anderen te vertellen wat ze leerden toen je hfdst. 2, par. 22, of hfdst. 11, par. 14, in het Kennis-boek besprak. Als je het boek bijna uit hebt, bereid je er dan op voor deze kwestie duidelijk te bespreken als je hfdst. 18, par. 8, behandelt, waarin staat: „ Ongetwijfeld verlangt u ernaar uw familieleden, vrienden en anderen te vertellen wat u leert. Misschien doet u dit al, net zoals Jezus het goede nieuws op informele wijze met anderen deelde (Lukas 10:38, 39; Johannes 4:6-15). Nu wilt u wellicht meer doen.” Geldt dat voor degenen met wie jij studeert?
12 Gelooft je leerling in het Woord van God? Past hij bijbelse beginselen toe? Heeft hij zijn leven in overeenstemming gebracht met goddelijke maatstaven? Woont hij gemeentevergaderingen bij? Wil hij Jehovah God dienen? Waarom zou je hem dan niet aanmoedigen met de ouderlingen te praten zodat zij kunnen bepalen of hij aan de vereisten voldoet om een niet-gedoopte verkondiger te worden en in april met jou samen te werken? (Zie Bediening-boek, blz. 99-102.) Op die manier kan hij zelf gaan ervaren hoe Jehovah’s organisatie hem zal steunen in zijn pogingen Jehovah te dienen.
13 Het is waar dat sommige leerlingen sneller vorderingen maken dan anderen. Daarom hebben velen in overeenstemming met de richtlijn in Onze Koninkrijksdienst van juni 2000, blz. 4, par. 5, 6, een tweede boek bestudeerd met mensen die aanvankelijk belangstelling toonden maar die extra hulp nodig hadden om actieve verbondenen te worden. We geven nooit de hoop op dat deze oprechte mensen ware discipelen van Christus zullen worden, „hetzij in korte tijd of in lange tijd” (Hand. 26:29). Maar als het aantal maanden dat je met zulke personen studeert het beste omschreven kan worden als een „lange tijd”, zou deze periode rond de Gedachtenisviering dan voor je leerling een goede gelegenheid zijn om ermee te beginnen de diepte van zijn waardering voor Christus’ loskoopoffer te tonen?
14 Hoe hen te helpen een aandeel te hebben: We leren veel over manieren om personen die aan de vereisten voldoen te helpen in de dienst te beginnen door te kijken naar de manier waarop Jezus anderen opleidde. Hij zocht niet alleen maar een publiek op en zei dan tegen zijn apostelen dat ze moesten beginnen te praten. Hij beklemtoonde eerst de noodzaak van het predikingswerk, moedigde aan tot een gebedsvolle houding en gaf hun daarna drie basisvoorzieningen: een partner, een gebiedstoewijzing en een boodschap (Matth. 9:35-38; 10:5-7; Mark. 6:7; Luk. 9:2, 6). Jij kunt hetzelfde doen. Of je nu je eigen kind helpt, een nieuwe bijbelstudent of iemand die al een tijdje geen bericht heeft ingeleverd, het zou gepast zijn er speciaal moeite voor te doen de volgende doeleinden te bereiken.
15 Beklemtoon de noodzaak: Doordring de betreffende persoon van het belang van het predikingswerk. Praat er positief over. Vertel ervaringen die laten zien wat de gemeente in de bediening tot stand brengt. Toon de geest die Jezus in Mattheüs 9:36-38 onder woorden bracht. Moedig de aanstaande verkondiger of de inactieve aan om te bidden over zijn persoonlijke aandeel aan de dienst alsook of het werk wereldwijd succes mag hebben.
16 Laat hem nadenken over de vele gelegenheden om getuigenis te geven: Vertel dat het mogelijk is met de boekstudiegroep bijeen te komen om aan het van-huis-tot-huisgetuigenis deel te nemen. Spreek over het praten met familieleden en kennissen, of met collega’s of klasgenoten tijdens lunchpauzes. Wanneer iemand met het openbaar vervoer reist, kan hij vaak een gesprek aanknopen door gewoon persoonlijke belangstelling voor medepassagiers te tonen. Als we het initiatief nemen, ontstaat daardoor vaak een kans om een goed getuigenis te geven. Er zijn echt veel gelegenheden om onze hoop „van dag tot dag” met anderen te delen. — Ps. 96:2, 3.
17 Waarschijnlijk is het echter beter dat jij en de nieuwe verkondiger zo gauw mogelijk samen van huis tot huis werken. Als je je ten doel hebt gesteld je dienst in april uit te breiden, vraag de gebiedsdienaar dan of er een gebiedje in de buurt beschikbaar is. Als dat het geval is, zal dat je gelegenheden geven het grondig te bewerken. Je zou bijvoorbeeld, als je stopt met de dienst of naar de vergadering of ergens anders naartoe gaat, kunnen zien dat er ergens iemand thuis is waar eerst niemand werd thuisgetroffen of waar belangstelling werd getoond. Als het uitkomt, breng dan een kort bezoek op het moment dat het het doeltreffendst zou zijn. Dat zal vervolgens bijdragen tot een gevoel van voldoening en vreugde in de dienst.
18 Bereid een interessante aanbieding voor: De Koninkrijksboodschap willen delen is één ding, maar het is voor iemand heel iets anders zich zeker te voelen over de manier waarop hij die boodschap overbrengt, vooral als hij nieuw is of lange tijd niet in de dienst is geweest. Nieuwelingen en inactieven helpen zich voor te bereiden, is welbestede tijd. Dienstvergaderingen en velddienstbijeenkomsten kunnen nuttige ideeën verschaffen, maar niets kan persoonlijke voorbereiding vervangen.
19 Hoe kun je nieuwelingen helpen zich op de dienst voor te bereiden? Begin met een tijdschriftenaanbieding, en houd het eenvoudig en kort! Vraag hen na te denken over gebeurtenissen uit het nieuws waar personen in het gebied zich zorgen om maken, en dan een punt in een van de lopende tijdschriften te zoeken dat daarmee verband houdt. Oefen de aanbieding samen, en gebruik die zo gauw mogelijk in de dienst.
20 Breng ons potentieel voor toekomstige groei tot ontwikkeling: Vorig jaar waren er wereldwijd ruim 14,8 miljoen aanwezigen op de Gedachtenisviering. Het aantal verkondigers dat bericht inleverde was iets meer dan 6 miljoen. Dat betekent dat ongeveer 8,8 miljoen mensen genoeg interesse hadden om naar dit speciale programma te komen waar hen een van de belangrijkste leerstellingen uit de bijbel werd uitgelegd. Ze hebben sommigen van ons persoonlijk leren kennen, wat waarschijnlijk een goede indruk op hen heeft gemaakt. Veel van hen spreken vol lof over ons, geven bijdragen voor ons wereldomvattende werk en verdedigen ons tegenover anderen. Deze grote groep vertegenwoordigt een potentieel voor toekomstige toename. Wat kunnen we doen om hen te helpen verdere vorderingen te maken?
21 De meerderheid van de nieuwelingen die de Gedachtenisviering bijwonen, doet dat omdat ze van iemand van ons een persoonlijke uitnodiging hebben gekregen. Gewoonlijk betekent dit dat ze minstens één persoonlijke kennis onder de aanwezigen hebben. Als iemand als reactie op onze uitnodiging aanwezig is, hebben wij de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat hij zich welkom voelt en hem te helpen volledig profijt te trekken van het programma. Help hem, aangezien het in de zaal druk zal zijn, een plek te vinden. Leen hem een bijbel en nodig hem uit met je mee te kijken in je liederenbundel. Beantwoord vragen die hij wellicht stelt. Je hartelijke persoonlijke aandacht kan een belangrijke factor zijn bij het verder ontwikkelen van zijn belangstelling. Natuurlijk hebben we allemaal deze verantwoordelijkheid — als we een onbekend gezicht zien, verwelkom die persoon dan hartelijk en praat even met hem om kennis te maken.
22 Het bijwonen van de Gedachtenisviering kan een behoorlijke invloed hebben op iemands denkwijze. Het feit dat hij naar de bijeenkomst is gekomen, kan erop duiden dat hij elders niet heeft gevonden wat hij zoekt en dat wij iets aanbieden waarvan hij vindt dat hij het grondiger moet onderzoeken. De uitleg van de prachtige losprijsvoorziening kan een hele openbaring zijn voor iemand die geen idee heeft van Jehovah’s grenzeloze liefde. Hij ziet misschien al vlug dat wij anders zijn — oprecht, vriendelijk, liefdevol en respectvol. Onze zaal lijkt helemaal niet op wat hij wellicht in de kerken gezien heeft, met hun beelden en nietszeggende rituelen. Nieuwelingen merken zeker op dat er onder de aanwezigen mensen van alle rangen en standen zijn en dat er geen collectes worden gehouden. Deze ervaring kan voor hen een krachtige aansporing zijn om nog eens te komen.
23 Na de Gedachtenisviering moet men erop bedacht zijn elke nieuweling die aanwezig is geweest verdere hulp te bieden. Als jij nieuwelingen hebt uitgenodigd, heb je een extra verantwoordelijkheid. Zorg ervoor dat ze, voordat ze vertrekken, weten dat er nog andere vergaderingen in de Koninkrijkszaal worden gehouden. Noem de titel van de volgende openbare lezing. Vertel hun de plaats en de aanvangstijd van de gemeenteboekstudie die het dichtst bij hun huis wordt gehouden. Geef hun later een exemplaar van het Schepper-boek, en laat hun weten dat de bespreking voor de week van 30 april gaat over „Wat kunt u over de Schepper leren uit een boek?” Leg uit waarom de hele gemeente plannen maakt om in de buurt een districtscongres bij te wonen dat over niet al te lange tijd op het programma staat.
24 Tref regelingen voor een vriendelijk bezoekje bij hen thuis. Zorg ervoor dat ze de Wat verlangt God-brochure en het Kennis-boek hebben, waardoor ze op de hoogte raken van de fundamentele leerstellingen van de bijbel. Als ze nog geen studie hebben, bied hun dan een bijbelstudie aan. Stel voor dat ze de Jehovah’s Getuigen-brochure lezen, waarin een helder beeld wordt geschetst van de manier waarop we als organisatie functioneren. Nodig hen uit onze video’s te bekijken, zoals Onze gehele gemeenschap van broeders, die binnenkort verkrijgbaar zal zijn. Regel het zo dat ze anderen in de gemeente ontmoeten. Houd de komende maanden contact met nieuwelingen; nodig hen uit voor de vergaderingen als de kringopziener op bezoek is of wanneer jullie kringvergadering of speciale dagvergadering hebben. Geef hun alle gelegenheid om te tonen dat ze „de juiste gezindheid voor het eeuwige leven” bezitten! — Hand. 13:48.
25 Wat de ouderlingen kunnen doen: Of de extra inspanningen in de dienst in april succes zullen hebben, zal in sterke mate afhangen van de ouderlingen. Als jij een boekstudieleider bent, maak dan een lijst van dingen die je kunt doen om iedereen in je boekstudiegroep te helpen een aandeel aan de speciale activiteiten te hebben. Zijn er personen aan je groep toegewezen die jong, nieuw, ongeregeld of inactief zijn? Ga na of de ouders, pioniers of andere verkondigers het initiatief hebben genomen om hen te helpen. Geef alle persoonlijke hulp die je zelf kunt bieden. Een zuster die twee jaar ongeregeld in de velddienst was geweest, besteedde vorig jaar april meer dan 50 uur aan de dienst. Vanwaar deze ommekeer? Ze zei dat dit door de opbouwende herderlijke bezoeken van de ouderlingen kwam.
26 Ouderlingen en dienaren in de bediening dienen samen te werken om te zorgen voor genoeg gebied, tijdschriften en lectuur voor de komende maand. Kunnen er extra velddienstbijeenkomsten worden gepland? Zo ja, maak de speciale regelingen dan bekend. Vraag vooral in je openbare en persoonlijke gebeden om Jehovah’s zegen op onze maand van verhoogde Koninkrijksactiviteit. — Rom. 15:30, 31; 2 Thess. 3:1.
27 Vorig jaar april hebben de ouderlingen in een gemeente in North Carolina (VS) echt aangemoedigd tot meer activiteit in de dienst. Elke week vroegen ze op de vergaderingen aan de verkondigers onder gebed te overwegen of ze zich als hulppionier konden opgeven. Bij elke gelegenheid spraken alle leden van het dienende lichaam er enthousiast over april tot de beste maand aller tijden te maken. Het resultaat was dat 58 procent van de verkondigers, onder wie alle ouderlingen en dienaren in de bediening, die maand in de pioniersdienst was!
28 De vreugde een volledig aandeel te hebben: Wat zijn de zegeningen van ’hard werken en ons inspannen’ in de dienst? (1 Tim. 4:10) Over de ijverige activiteit van hun gemeente vorig jaar april schreven de bovenvermelde ouderlingen: „De broeders en zusters zeggen vaak dat ze veel meer liefde voor elkaar voelen en een hechtere band hebben sinds ze meer in de velddienst zijn gaan doen.”
29 Een jonge broeder die niet zo mobiel is, had het verlangen vorig jaar april een aandeel te hebben aan de speciale activiteit. Door zorgvuldige planning en met de hulp van zijn moeder en geestelijke broeders en zusters, genoot hij als hulppionier van een productieve maand. Hoe dacht hij over deze ervaring? Hij zei: „Voor het eerst in mijn leven had ik niet het gevoel dat ik gehandicapt was.”
30 Er bestaat geen twijfel over dat Jehovah degenen rijkelijk zegent die hun voorrecht om over zijn koningschap te praten, hoogachten (Ps. 145:11, 12). Als we de dood van onze Heer herdenken, beseffen we dat de zegeningen voor godvruchtige toewijding in de toekomst nog overvloediger zullen zijn. De apostel Paulus verlangde vurig naar de beloning van eeuwig leven. Toch wist hij dat dit niet iets was waar hij gewoon met zijn armen over elkaar op kon gaan zitten hopen. Hij schreef: „Daartoe werk ik inderdaad hard, mij inspannend overeenkomstig zijn werking, die in mij werkt met kracht” (Kol. 1:29). Jehovah maakte Paulus door bemiddeling van Jezus krachtig om een levensreddende bediening te verrichten, en Hij kan in deze tijd hetzelfde voor ons doen. Zal dat in april jouw persoonlijke ervaring zijn?
[Kader op blz. 3]
Wie kun jij aanmoedigen in april te prediken?
Je kind?
Een bijbelstudent?
Iemand die inactief is geworden?