Dienaren in de bediening verrichten waardevolle dienst
1 „Zij [hebben] zich werkelijk toegewijde mannen . . . betoond, wier geloof duidelijk aan de dag is getreden in hun ijverige Koninkrijksprediking en in het feit dat zij anderen hebben geholpen standvastig in het geloof te worden.” Dat wordt op blz. 58 in Georganiseerd om onze bediening te volbrengen over dienaren in de bediening gezegd. Ja, het geestelijke voorbeeld van onze dienaren in de bediening is navolgenswaard. Samenwerking met hen en met de ouderlingen „bevordert . . . de groei van het lichaam tot opbouw van zichzelf in liefde”. — Ef. 4:16.
2 Dienaren in de bediening spelen een belangrijke rol in de gemeente. Denk eens aan alle waardevolle diensten die zij verrichten! Zij zorgen voor de boekhouding, lectuur, tijdschriften, abonnementen en het gebied; zij doen dienst als zaalwacht, bedienen de geluidsapparatuur en helpen bij het onderhouden van de Koninkrijkszaal. Zij hebben aandelen op de theocratische bedieningsschool en de dienstvergadering. Sommigen van hen houden misschien zelfs openbare lezingen of leiden enkele van de gemeentevergaderingen. Net als leden van het letterlijke lichaam verrichten dienaren in de bediening diensten die wij nodig hebben. — 1 Kor. 12:12-26.
3 Wanneer anderen zien dat dienaren in de bediening harmonieus als deel van één dienend lichaam met wederzijds respect en begrip met de ouderlingen samenwerken, worden zij aangemoedigd hetzelfde te doen (Kol. 2:19). Door zich getrouw week na week van hun verantwoordelijkheden te kwijten en door persoonlijke belangstelling voor anderen te tonen, dragen zij bij tot een geestelijk progressieve gemeente.
4 Wat kunnen wij doen om onze waardering te tonen voor de hardwerkende dienaren in de bediening? Wij moeten weten welke taken aan hen zijn toegewezen en de bereidheid tonen mee te werken wanneer onze hulp nodig is. Door woord of daad kunnen wij hun laten weten dat hun werk op prijs wordt gesteld (Spr. 15:23). Degenen die hard voor ons werken, verdienen oprechte waardering. — 1 Thess. 5:12, 13.
5 Gods Woord stelt vast wat de vereisten voor dienaren in de bediening zijn en wat hun rol is (1 Tim. 3:8-10, 12, 13). Hun waardevolle heilige dienst is onontbeerlijk voor het functioneren van de gemeente. Zulke mannen hebben recht op onze voortdurende aanmoediging, terwijl zij allemaal „volop te doen [hebben] in het werk van de Heer”. — 1 Kor. 15:58.