Wij moeten steeds weer teruggaan
1 Heb jij de eerste keer dat iemand met je over het goede nieuws sprak, gunstig gereageerd? Zo niet, dan ben je vast dankbaar dat Jehovah’s Getuigen steeds weer terugkwamen totdat je uiteindelijk het aanbod van een bijbelstudie aanvaardde. Het is goed daaraan te denken wanneer je steeds weer opnieuw het aan jullie toegewezen gebied bewerkt.
2 Het leven van mensen verandert voortdurend. Zij komen voor nieuwe problemen of situaties te staan, horen dat er verontrustende dingen in de buurt of in de wereld gebeuren, moeten financiële tegenslagen verduren of krijgen te maken met ziekte of een sterfgeval in de familie. Door zulke dingen willen zij misschien weten wat de oorzaak van deze moeilijkheden is. Wij moeten onderscheiden over welke dingen mensen piekeren en daar dan met een vertroostende boodschap op reageren.
3 Dit is een reddingswerk: Denk eens aan reddingswerkers in een rampgebied. Ook al zijn sommigen misschien op een plaats aan het zoeken waar maar weinig overlevenden worden gevonden, zij verslappen of stoppen niet enkel omdat hun collega’s ergens anders meer overlevenden vinden. Onze reddingsoperatie is nog niet beëindigd. Elk jaar worden er honderdduizenden gevonden die „de grote verdrukking” willen overleven. — Openb. 7:9, 14.
4 „Een ieder die de naam van Jehovah aanroept, zal gered worden” (Rom. 10:13-15). Deze woorden dienen elk van ons te doordringen van de noodzaak te blijven prediken. Sinds de eerste keer dat ons gebied werd bewerkt, zijn kinderen opgegroeid tot personen die nu oud genoeg zijn om zelf serieus na te denken over hun toekomst en het doel van het leven. Wij kunnen niet weten wie uiteindelijk zullen luisteren (Pred. 11:6). Veel vroegere tegenstanders hebben de waarheid aanvaard. Het is niet onze taak mensen te oordelen, maar hun de gelegenheid te blijven bieden om te luisteren en gered te worden uit deze oude wereld. Net als Jezus’ vroege discipelen moeten wij „steeds weer” naar de mensen toe gaan en hun belangstelling voor de Koninkrijksboodschap proberen op te wekken. — Matth. 10:6, 7.
5 Dat wij nog steeds kunnen prediken, is een uiting van Jehovah’s barmhartigheid (2 Petr. 3:9). Als wij anderen steeds weer in de gelegenheid stellen de boodschap te horen, doen wij Gods liefde uitkomen, en op die manier loven wij hem.