Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 4 mei tot en met 24 augustus 1998. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Volgens het bijbelse verslag heeft Paulus Korinthe driemaal bezocht. [si blz. 214 §3]
2. De eerste van de stappen die tot de christelijke doop leiden, is nauwkeurige kennis van Jehovah God en Jezus Christus in ons hart op te nemen. [kl blz. 173 §7]
3. De gedachte achter Efeziërs 5:13 is dat wereldse praktijken als zondig aan de kaak worden gesteld en gezien worden als wat ze werkelijk zijn, wanneer ze in het licht van Gods Woord worden bezien. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie it-2 blz. 198 §1.]
4. Wij kunnen leven verdienen door Jehovah God te dienen. [kl blz. 182 §4]
5. De tekst in Galaten 5:26 sluit alle wedstrijdsporten en -spelen voor ware christenen uit. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie g95 8/12 blz. 15 §8.]
6. Hoewel Jozef van Arimathea moedig om Jezus’ lichaam vroeg teneinde het in een graf te leggen, moest hij zijn vrees voor de ongelovige joden overwinnen. [it-1 blz. 1348 §7]
7. De brief aan de Filippenzen werd door Paulus slechts enkele maanden nadat hij de gemeente in Filippi had gevormd, geschreven, en de aanleiding ertoe was dat er ernstige problemen onder hen waren ontstaan. [si blz. 224 §3]
8. Jezus „werd rechtvaardig verklaard in geest”, zoals in 1 Timotheüs 3:16 wordt gezegd, doordat hij bij zijn opstanding met geestelijk leven werd beloond; dit kwam neer op een door God afgelegde verklaring dat Jezus volkomen rechtvaardig was en ervoor in aanmerking kwam verdere eervolle toewijzingen te ontvangen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/1 blz. 13 §12.]
9. „De losmaking” waarover in Filippenzen 1:23 wordt gesproken, is kennelijk Paulus’ vooruitzicht om onmiddellijk na zijn dood met Christus te zijn. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w95 1/3 blz. 30 §4.]
10. Paulus schreef 1 Timotheüs in de periode tussen zijn vrijlating uit zijn eerste gevangenschap in Rome en zijn laatste gevangenschap aldaar. [si 234 §2]
Beantwoord de volgende vragen:
11. In welk opzicht gebruikten sommigen in Korinthe „op onwaardige wijze” van de symbolen wanneer zij bijeenkwamen om de Gedachtenisviering van Christus’ dood te houden? (1 Kor. 11:27) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/2 blz. 19 §17.]
12. De aanwezigheid van welke personen bedreigde het welzijn van de gemeente in Korinthe, hetgeen Paulus ertoe bewoog zijn tweede brief aan de Korinthiërs te schrijven? [si blz. 214 §2]
13. Hoe zal Jehovah alles wat wij wellicht ter wille van zijn aanbidding opofferen, compenseren? [kl blz. 169 §20]
14. Wat is er tot stand gebracht door in kwesties inzake de ware aanbidding in beroep te gaan bij hogere rechtscolleges? [jv blz. 683 §3]
15. Hoe verschaft Paulus wat zijn gebruik van Gods Woord betreft een prachtig voorbeeld voor christelijke bedienaren in deze tijd? [si blz. 217 §19]
16. Wat bedoelde de apostel Paulus toen hij zei dat de Wet „werd toegevoegd om overtredingen openbaar te maken”? (Gal. 3:19) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie uw blz. 147 §3, 4.]
17. Om welke redenen prijst Paulus de broeders in Filippenzen 1:3-7, en hoe kunnen wij hun voorbeeld ter harte nemen? [si blz. 225 §12]
18. Waarom dienen alle christelijke bedienaren de raad in Kolossenzen 4:6 op te volgen? [si blz. 228 §13]
19. Wat bedoelde de apostel Paulus toen hij zei dat hij wenste dat de vrouwen ’zich met bescheidenheid sieren’? (1 Tim. 2:9) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie g90 22/6 blz. 19 §2.]
20. Waarom dienen christenen acht te slaan op Paulus’ waarschuwing in 1 Timotheüs 6:4 in verband met „debatten over woorden”? [si blz. 236 §15]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
21. In het jaar ․․․․․․․․ werd een concordaat tussen het ․․․․․․․․ en nazi-Duitsland getekend en ontketende Hitler een campagne om ․․․․․․․․ in Duitsland uit te roeien. [jv blz. 659 §2]
22. Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs is bijzonder nuttig omdat ons begrip van de ․․․․․․․․, waaruit veel aanhalingen worden gedaan, erdoor wordt vergroot. [si blz. 213 §23]
23. In zijn brief aan de Galaten bewijst Paulus dat iemand door ․․․․․․․․ in Christus Jezus rechtvaardig verklaard wordt en niet door werken der ․․․․․․․․, en dat daarom de ․․․․․․․․ voor christenen onnodig is. [si blz. 218 §6]
24. In zijn eerste brief aan de Thessalonicenzen maakt Paulus viermaal gewag van de ․․․․․․․․ van Jezus Christus, klaarblijkelijk omdat de gemeente belangstelde in deze leer. [si blz. 231 §15]
25. De tweede brief aan de Thessalonicenzen werd door ․․․․․․․․ geschreven in het jaar ․․․․․․․․ toen hij zich in ․․․․․․․․ bevond. [si blz. 232 §4]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
26. Wanneer Paulus uiteenzet dat hij het recht heeft van de bediening te leven, verwijst hij naar de (talmoed; misjna; wet van Mozes), waarin wordt gezegd dat werkende dieren niet gemuilband mochten worden en dat de (levieten; Nethinim; leden van de priesterlijke familie van Aäron) die tempeldienst verrichtten, hun deel van het altaar ontvingen. [si blz. 213 §24]
27. Paulus’ brief aan de Galaten geeft de interpretatie van Jesaja 54:1-6, waardoor Jehovah’s vrouw wordt geïdentificeerd als (het aardse Jeruzalem; het Jeruzalem dat boven is; het Nieuwe Jeruzalem) (Gal. 4:21-26). [si blz. 219 §16]
28. In Efeziërs 1:10 duidt het „bestuur” op (het Messiaanse koninkrijk; het Besturende Lichaam; de wijze waarop God de aangelegenheden van zijn huisgezin bestuurt). [si blz. 221 §8]
29. De in 2 Thessalonicenzen 2:3 genoemde „mens der wetteloosheid” kan geïdentificeerd worden als (de judaïsten; de klasse van de geestelijken der christenheid; Babylon de Grote). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/1 blz. 19 §11.]
30. Als je ernstige bedenkingen hebt omtrent degene met wie je verkering hebt, dan is het verstandig (je twijfels te laten overwinnen door romantische gevoelens; de relatie te verbreken; je ogen te sluiten voor ernstige gebreken in de hoop dat het na het trouwen beter zal gaan). [fy blz. 24 §19]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
Num. 16:3; 1 Kor. 10:11, 12; 2 Kor. 4:7; 2 Kor. 8:14; Jud. 1
31. Als iemand de christelijke bediening de eerste plaats in zijn leven toekent, ervaart hij door God geschonken kracht. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 1/3 blz. 29 §5.]
32. Wij dienen het waarschuwende voorbeeld van de Israëlieten onder Mozes ter harte te nemen en niet te veel op onszelf te vertrouwen. [si blz. 213 §23]
33. Edelmoedige gaven van welgestelde christenen kunnen de behoeften helpen lenigen van christenen die in minder welvarende plaatsen wonen, terwijl de ijver en de volharding van minder bedeelden een bron van vreugde en aanmoediging voor de gevers kunnen zijn. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w93 15/12 blz. 21 §20.]
34. Dienstknechten van Jehovah dienen een liefdevolle geest van samenwerking jegens elkaar te willen bewaren; murmureren kan schadelijk zijn voor de goede betrekkingen met anderen. [it-2 blz. 105 §6]
35. Wij moeten oppassen dat wij niet naar prominentie streven door munt te slaan uit vleselijke verwantschap. [it-1 blz. 1364 §3]