Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 1 september tot en met 22 december 1997. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Hoewel het verslag zegt dat de ontrouwe koning Joram in het noordelijke koninkrijk Israël regeerde, weten wij niet wie zijn ouders waren of hoe hij stierf. [it-1 blz. 1333 §9, blz. 1334 §4]
2. In Lukas 22:30 hebben „de twaalf stammen van Israël” dezelfde betekenis als in Mattheüs 19:28, waar de uitdrukking in de ruimere zin wordt gebruikt en van toepassing wordt gebracht op de gehele mensheid buiten de door de geest verwekte onderpriesters van Jezus. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/3 blz. 27 §10; blz. 28 §12.]
3. Jezus’ discipelen verwonderden zich erover dat hij met een Samaritaanse vrouw sprak omdat zij een immorele achtergrond had (Joh. 4:27). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w95 15/7 blz. 15 §1, 2.]
4. De uitdrukking „van het begin af” in Johannes 6:64 geeft te kennen dat Jezus op het moment dat Judas als apostel werd gekozen, wist dat hij degene zou zijn die Hem zou verraden. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie it-1 blz. 1361 §7-blz. 1362 §2.]
5. Het handvest van het Genootschap van 1884 sprak er alleen over dat de organisatie drukwerk zou uitgeven. [jv blz. 576 §1]
6. Exodus 21:22, 23 helpt ons te begrijpen dat God het ongeboren kind als een kostbaar leven beschouwt. [kl blz. 128 §21]
7. Met het „feest van de joden” dat in Johannes 5:1 wordt genoemd, wordt het Pascha van 31 G.T. bedoeld. [si blz. 194 §8]
8. Het verbreiden van de Koninkrijksboodschap via radio- en televisie-uitzendingen is net zo doeltreffend als welke andere methode maar ook. [jv blz. 572 §2]
9. Aangezien Jojachin de vader werd van zeven zonen moet het bijbelse bevel „schrijft deze man op als kinderloos” een vergissing zijn geweest (Jer. 22:30). [it-1 blz. 1322 §1]
10. Of burgerlijke autoriteiten nu wel of niet als rechtvaardig worden beschouwd, ware christenen dienen hun huwelijk op juiste wijze bij hen te laten registreren. [kl blz. 122 §11]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Wat is één noodzakelijke stap die christenen in navolging van het voorbeeld van de eerste-eeuwse christenen in Efeze moeten nemen om goddeloze geesten te weerstaan? (Hand. 19:19) [kl blz. 114 §14]
12. Hoe zondigden zekere engelen in Noachs tijd? [kl blz. 109 §4]
13. Waarom weigerde Jezus betrokken te raken bij een erfeniskwestie? (Luk. 12:13, 14) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w97 1/4 blz. 28.]
14. Wat beseften de discipelen niet toen zij Jezus vroegen of hij het koninkrijk voor Israël zou gaan herstellen, zoals in Handelingen 1:6 staat? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 1/6 blz. 11 §4.]
15. Waarom was Adolf Hitler niet in staat zijn dreigement uit te voeren en Jehovah’s volk uit te roeien? [jv blz. 553 §2-4]
16. Hoe toonde Jaïrus dat hij geloofde in Jezus’ vermogen om te genezen? (Mark. 5:22-24) [it-1 blz. 1190 §1]
17. Waarom zegt de Nieuwe-Wereldvertaling „het Woord was een god” en niet „het Woord was God”, zoals andere vertalingen in Johannes 1:1 doen? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie rs 229 §4.]
18. Waar zullen „degenen die spiritisme beoefenen” volgens het boek Openbaring terechtkomen als zij geen berouw hebben en hun handelwijze niet veranderen? [kl blz. 111 §8]
19. Waarom accepteerde Jezus het niet dat hij „Goede Leraar” werd genoemd, hoewel hij volmaakt was en zijn rol als Leraar erkende? (Luk. 18:18, 19) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w95 1/3 blz. 15 §7.]
20. Wat was er nieuw aan het gebod in Johannes 13:34? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 1/2 blz. 21 §5, 6.]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
21. Het voorbeeld van ․․․․․․․․, de Gathiet, die loyaliteit jegens ․․․․․․․․ toonde, dient ons ertoe te bewegen dezelfde hoedanigheid te tonen ten opzichte van hen die in deze tijd in Jehovah’s organisatie de leiding nemen (2 Sam. 15:21). [it-1 blz. 1177 §11]
22. De „tien minen” beelden ․․․․․․․․ af die de door de geest verwekte discipelen konden gebruiken om meer ․․․․․․․․ van het hemelse koninkrijk voort te brengen (Luk. 19:13). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/10 blz. 8.]
23. Drie valse beschuldigingen die de joden bij Pilatus, de Romeinse bestuurder van Judea, tegen Jezus inbrachten, waren dat hij de ․․․․․․․․ tot opstand aanspoorde, het betalen van ․․․․․․․․ verbood, en van zichzelf zei dat hij ․․․․․․․․ was (Luk. 23:2). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 1/12 blz. 9 §1.]
24. Ware christenen vieren geen Kerstmis noch enige andere feestdag die op vals-religieuze opvattingen stoelt, omdat zij Jehovah ․․․․․․․․ schenken; zij vieren ook geen feestdagen waardoor zondige mensen of natiën ․․․․․․․․ worden. [kl blz. 126 §16]
25. Het boek Handelingen werd door ․․․․․․․․ geschreven terwijl hij in ․․․․․․․․ was. [si blz. 199 §3]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
26. Tegen 1992 waren er op de Gileadschool meer dan (2500; 4500; 6500) studenten uit (40; 80; 110) landen opgeleid, die daarna in ruim (100; 150; 200) landen en eilandengroepen hebben gediend. [jv blz. 524 §2]
27. In (1877; 1879; 1881) publiceerde Charles T. Russell de brochure The Object and Manner of Our Lord’s Return, en in (1877; 1879; 1881) begon hij Zion’s Watch Tower and Herald of Christ’s Presence uit te geven. [jv blz. 557 §1]
28. Als wij een godvruchtig leven leiden, is dat een waarborg dat (wij door anderen altijd goed behandeld zullen worden; wij nu een overvloed aan materiële dingen zullen bezitten; wij Gods goedkeuring zullen genieten omdat wij doen wat juist is). [kl blz. 118 §2]
29. Toen Jezus de apostel Petrus vroeg: „Hebt gij mij meer lief dan deze?”, vroeg Hij Petrus of hij Hem meer liefhad dan (hij deze andere discipelen liefhad; deze andere discipelen Jezus liefhadden; hij deze dingen, zoals de vissen, liefhad) (Joh. 21:15). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 1/11 blz. 31 §9.]
30. Degenen die de leiding nemen in het verbreiden van het goede nieuws, zijn merendeels (rijke personen; personen naar wie de wereld opziet; gewone mensen). [jv blz. 548 §3]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
2 Kon. 10:15, 16; Spr. 3:9, 10; Luk. 9:60, 62; 13:4, 5; Rom. 9:10-12
31. Jezus sprak fatalistische redenatie tegen toen hij zinspeelde op een tragedie waarvan zijn toehoorders op de hoogte waren en die hij duidelijk aan tijd en onvoorziene gebeurtenissen toeschreef. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w96 1/9 blz. 5 §5.]
32. Jehovah toonde dat hij het vermogen bezit om de genetische aanleg van de ongeborenen te onderkennen en gebruik kan maken van zijn voorkennis en van het recht om vooraf te bepalen wie hij uitkiest om een rol in zijn voornemens te spelen. [it-1 blz. 1191 §1]
33. Er is onwankelbare toewijding nodig om het Koninkrijk binnen te gaan. [si blz. 192 §32]
34. Jehovah zal ons zegenen als wij onze tijd, energie en andere middelen, met inbegrip van ons geld, gebruiken om de ware aanbidding te bevorderen. [kl blz. 120 §8]
35. Men moet degenen die de leiding nemen in Jehovah’s aanbidding, loyaal ondersteunen. [it-1 blz. 1329 §1]