Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 1 januari tot en met 22 april 1996. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Het doel van de Koninkrijksbedieningsschool is mannen op te leiden voor hun ordinatie. [jv blz. 231 §3]
2. Aangezien koning Achaz zich voor de ware aanbidding beijverde, was het voor zijn zoon Hizkia niet moeilijk om Jehovah te dienen. [it-1 blz. 50 §2]
3. Hoewel de Mozaïsche wet voorbijging, zijn er in de bijbel geen aanwijzingen dat de Tien Geboden daarbij inbegrepen waren. [rs blz. 373 §2]
4. Het standpunt dat wij innemen ten aanzien van bloedtransfusies is gebaseerd op onze superieure medische kennis. [jv blz. 186 §2]
5. Het in Jeremia 31:31, 33 genoemde verbond heeft betrekking op het verbond voor een koninkrijk dat Jezus met zijn gezalfde volgelingen sluit. [si blz. 129 §38]
6. Het boek Klaagliederen bestaat uit vijf lyrische gedichten, waarvan er vier acrostichons zijn. [si blz. 130 §6]
7. Na zijn opstanding is Jezus verscheidene keren in een vleselijk lichaam verschenen — maar alleen wanneer hij zich onder zijn discipelen bevond. [rs blz. 327 §1]
8. Ware christenen gaan Gods rust in door geloof te oefenen in het offer van Christus en zich niet langer bezig te houden met werken door middel waarvan zij vroeger probeerden te bewijzen dat zij rechtvaardig waren (Hebr. 4:10). [rs blz. 375 §2]
9. Het gedeelte dat in Openbaring 20:5 tussen haakjes staat, over „de overigen der doden” die tot leven komen, heeft betrekking op de aardse opstanding van de andere schapen. [rs blz. 331 §1–blz. 332 §1]
10. Jehovah’s Getuigen zien onmiskenbare bewijzen dat de organisatie waarvan zij deel uitmaken niet van mensen maar van God is en dat ze geleid wordt door Gods eigen Zoon, Jezus Christus. [jv blz. 235 §5]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Wat werd bedoeld toen in De Wachttoren van augustus 1938 gesproken werd over „Het Genootschap”? [jv blz. 219 §2]
12. Waarom weigerden Jehovah’s Getuigen in Duitsland „Heil Hitler” te zeggen? [jv blz. 196 §1]
13. Wat leren wij over Jehovah’s hoedanigheden door het boek Klaagliederen te lezen? (Klaagl. 3:22, 23, 32) [si blz. 132 §13, 15]
14. Met welke uitdrukking worden zowel Ezechiël als Jezus Christus herhaaldelijk aangeduid? [si blz. 133 §2]
15. Waarom is het redelijk te geloven dat degenen die tot leven op aarde worden opgewekt, geoordeeld zullen worden op grond van hun toekomstige daden? (Rom. 6:7) [rs blz. 330 §4]
16. Hoe versterkten Paulus, Timotheüs en Titus de gemeenten die zij dienden, waardoor zij reizende opzieners in deze tijd een voorbeeld gaven? [jv blz. 222 §1]
17. Waarom kunnen wij terecht zeggen dat de met Christus’ tegenwoordigheid samenhangende gebeurtenissen zich over een periode van jaren uitstrekken? (Matth. 24:37-39) [rs blz. 423 §1]
18. Welke overtuiging, die ontstond door de vertaling van Romeinen 13:1 in de King James Version, leidde ertoe dat de Bijbelonderzoekers in 1918 niet altijd strikt neutraal bleven? [jv blz. 191 §3, 4]
19. Wat verklaarde de Federale Raad van Kerken van Christus in Amerika voordat het Vredesverdrag van Versailles in juni 1919 werd getekend? [jv blz. 192 §3]
20. Waarom zijn christenen niet verplicht een wekelijkse sabbatdag te houden? (Rom. 10:4) [rs blz. 370 §3–blz. 371 §1]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
21. Ebed-Melech beeldde de ․․․․․․․․ af die ․․․․․․․․ zullen overleven omdat zij het ․․․․․․․․ van Christus’ broeders als vrienden hebben behandeld en hen hebben geholpen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w83 1/1 blz. 27 §11.]
22. De dood van Jezus Christus wordt elk jaar op ․․․․․․․․ herdacht, maar pas in ․․․․․․․․ werden leden van de grote schare specifiek uitgenodigd aanwezig te zijn bij de Gedachtenisviering. [jv blz. 242 §2, blz. 243 §2]
23. De in Jeremia 52:5-11 verhaalde gebeurtenissen vonden plaats in ․․․․․․․․ v.G.T. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 1/4 blz. 14 §18.]
24. Wanneer in Openbaring 1:7 wordt gezegd dat na Christus’ wederkomst ’elk oog hem zal zien’ wordt hiermee niet gedoeld op een ․․․․․․․․ zien maar op geestelijk ․․․․․․․․. [rs blz. 425 §2]
25. Jezus verscheen na zijn opstanding niet altijd in hetzelfde ․․․․․․․․ — misschien om zijn discipelen er krachtiger van te doordringen dat hij nu een ․․․․․․․․ was — en daardoor werd hij zelfs door zijn naaste metgezellen niet onmiddellijk ․․․․․․․․. [rs blz. 327 §4]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
26. Dat Davids zoon (Absalom; Amnon; Amon) zijn seksuele verlangens niet in bedwang hield, leidde ertoe dat hij zijn halfzuster, Tamar, verkrachtte. [it-1 blz. 110 §8]
27. Een belangrijke stap in het tot stand brengen van een gemeentestructuur die overeenkwam met het apostolische patroon, werd in (1879; 1886; 1895) genomen, toen broeder Russell schreef over de noodzaak in elke groep, of gemeente, (colporteurs; ouderlingen; broederdienaren) te kiezen om het opzicht over de kudde uit te oefenen. [jv blz. 206 §2]
28. Morele beperkingen werden niet opgeheven toen er een eind kwam aan de Mozaïsche wet, waarvan de Tien Geboden deel uitmaakten, omdat onder de christelijke regeling (elke gemeenschap haar eigen morele maatstaven zou ontwikkelen; mensen zich enkel door hun geweten dienen te laten leiden; vele van de morele maatstaven die in de Tien Geboden worden uiteengezet, in de christelijke Griekse Geschriften werden herhaald). [rs blz. 374 §1]
29. Jehovah ’misleidde’ Jeremia doordat Hij (hem er met een list toe bracht een oordeelsboodschap te prediken; hem gebruikte om datgene tot stand te brengen wat hij niet in eigen kracht had kunnen doen; de vernietiging die Jeremia had voorzegd, niet teweegbracht) (Jer. 20:7). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/5 blz. 31.]
30. Op 23 april 1900 werd het eerste bijkantoor van het Wachttorengenootschap opgericht in (Australië; Engeland; Duitsland). [jv blz. 210 §2]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats: Joz. 7:24, 25; Jer. 23:33; 32:9, 10; 1 Tim. 3:2, 3, 8; Hebr. 10:23-25
31. Zelfs wanneer omstandigheden dat heel moeilijk maken, streven Jehovah’s Getuigen ernaar hun vergaderingen geregeld bij te wonen. [jv blz. 236 §1]
32. Ongehoorzaam zijn aan Jehovah en opzettelijk ernstig kwaaddoen bedekken kan verstrekkende en rampzalige gevolgen hebben. [it-1 blz. 49 §5]
33. Een onmatig gebruik van alcoholische dranken kan er de oorzaak van zijn dat een broeder er niet langer voor in aanmerking komt voorrechten in de gemeente te genieten. [jv blz. 182 §3]
34. De gewichtige profetische boodschap uit Gods Woord is zwaar vanwege de veroordeling die ze bevat en kondigt de ophanden zijnde vernietiging van de christenheid aan. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w94 1/3 blz. 12 §18, 20.]
35. Wanneer wij zaken gaan doen met medeaanbidders van Jehovah kan een schriftelijke overeenkomst misverstanden voorkomen die zich later zouden kunnen voordoen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w95 1/5 blz. 30.]