Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 4 september tot en met 18 december 1995. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Jehovah’s Getuigen hebben geen leider. [jv blz. 117 §4]
2. Jesaja 38:5 helpt ons te beseffen dat oprechte smeekbeden Jehovah er misschien toe zullen bewegen te doen wat hij anders wellicht niet gedaan zou hebben. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w95 1/4 blz. 14.]
3. De nietige mens op aarde kan maken dat de Schepper van het universum zich gegriefd of vreugdevol voelt (Jes. 63:10). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w93 15/6 blz. 15.]
4. N. H. Barbour beweerde in de losprijs te geloven, dat Christus ten behoeve van ons gestorven was. Hij verwierp de gedachte van „vereffening” of „vervanging” — dat Christus in onze plaats gestorven was. [jv blz. 131 §3, 4, vtn.]
5. Jesaja 53:5, 12 voorzei dat Jezus Christus als een loskoopoffer zou sterven om de zonden van anderen te bedekken. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 1/10 blz. 14.]
6. Door zijn studie van de Schrift ging Russell beseffen dat Christus niet alleen onzichtbaar zou terugkeren maar ook onzichtbaar zou blijven, zelfs wanneer hij zijn tegenwoordigheid manifesteerde door de goddelozen te oordelen. [jv blz. 133 §3]
7. Hoewel Jehovah’s Getuigen in geen enkel opzicht deelnemen aan politieke activiteiten, mengen zij zich niet in wat anderen doen die zich wel bij een politieke partij aansluiten, meedingen naar een regeringspost of hun stem uitbrengen in verkiezingen. [uw blz. 166 §12]
8. Getrouwe dienstknechten van God die vóór Christus’ tijd leefden, wisten niets van de nieuwe wereld waarop wij hopen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w95 15/2 blz. 11.]
9. Cyrus werd Jehovah’s „gezalfde” ook al is er geen aanwijzing dat er letterlijke olie over hem werd uitgegoten (Jes. 45:1). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 15/11 blz. 30.]
10. Om God met volledige toewijding te dienen, moeten christenen de dag en het uur weten van Jehovah’s oordeelsvoltrekking aan Satans aardse samenstel. [uw blz. 176 §2]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Wanneer dient een christen met zijn arts te spreken over zijn besluit om zich te onthouden van bloed? [uw blz. 158 §9]
12. Hoe was Jezus geen deel van de wereld? [uw blz. 161 §2]
13. Wat wil Gods Woord met vrijmoedigheid spreken niet zeggen? [uw blz. 175 §13]
14. Wat is het werkelijke „Israël Gods”, en in welk jaar werd het geïdentificeerd? (Gal. 6:16) [jv blz. 141 §3, 4]
15. Welk beginsel dat ons een beter begrip gaf van onderwerping aan „de superieure autoriteiten” werd in 1962 duidelijk onderscheiden? (Rom. 13:1-7) [jv blz. 147 §3]
16. Waarom was het, hoewel wij in 1931 bekendstonden als christenen en als Bijbelonderzoekers, nodig de onderscheidende naam Jehovah’s Getuigen aan te nemen? [jv blz. 150 §5–blz. 152 §1]
17. Door welke geloofsovertuiging in verband met de aarde en de tekst in Mattheüs 5:5 worden Jehovah’s Getuigen onderscheiden van de hele christenheid? [jv blz. 161 §3]
18. In welke boeken en welke hoofdstukken verschaffen drie van de evangeliën inlichtingen omtrent het samengestelde teken waardoor „het besluit van het samenstel van dingen” wordt gekenmerkt? [uw blz. 178 §5]
19. Waarom is de naam Jehovah’s Getuigen niet slechts een etiket? [jv blz. 158 §4]
20. Hoe komt het dat het onder Jehovah’s Getuigen geen vraag is hoe zij overspel, hoererij of homoseksualiteit dienen te bezien? [jv blz. 173 §1, blz. 174 §3]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
21. Als een christen in een ziekenhuis wordt opgenomen, dient hij een ․․․․․․․ verzoek in te dienen dat er geen bloed zal worden gebruikt, en dient hij dit persoonlijk met de arts die zijn geval zal behandelen te ․․․․․․․. [uw blz. 158 §9]
22. Twee manieren waarop wij ons vertrouwen in Jehovah kunnen tonen zijn het geregeld bijwonen van ․․․․․․․ en het geregeld tot hem ․․․․․․․. [uw blz. 170-172 §5-7]
23. Van 1976 tot 1992 hebben vrijwillige ․․․․․․․ geholpen met het bouwen van nieuwe ․․․․․․․ in zo’n 60 landen, werden wereldwijd meer dan 29.000 nieuwe ․․․․․․․ gevormd en is de organisatie bijna ․․․․․․․ in grootte, tot meer dan 4.470.000 Koninkrijksverkondigers. [jv blz. 114 §2, blz. 115 §1, en blz. 117 §2]
24. In juni 1882 werd in Zion’s Watch Tower verklaard dat ․․․․․․․ en ․․․․․․․ niet één maar ․․․․․․․ wezens zijn, dat zij slechts één zijn in die zin dat zij met elkaar in ․․․․․․․ zijn, en dat de geest evenmin een ․․․․․․․ is als de geest van de wereld dat is. [jv blz. 123 §4]
25. Op 22 juni 1977, twee weken na broeder Knorrs dood, werd ․․․․․․․ president van het Wachttorengenootschap. [jv blz. 109 §3]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
26. De vroege christenen werden uitgemaakt voor haters van het mensdom omdat zij (niet met ongelovigen wilden spreken; geen afgoden aanbaden; gewelddadig en immoreel vermaak meden). [uw blz. 163 §7]
27. In Jezus’ illustratie in Mattheüs 13:36-43, beeldt de tarwe (de getrouwe mannen uit de oudheid; de grote schare; gezalfde christenen) af, terwijl het onkruid een afbeelding is van (alle ongelovigen; namaakchristenen; de schriftgeleerden en Farizeeën). [uw blz. 179 §7]
28. Het belangrijkste voornemen van God is (de redding van de mensheid; de vernietiging van de Duivel; de rechtvaardiging van zijn soevereiniteit). [jv blz. 166 §6]
29. Een organisatorische verandering die per 1 oktober 1972 inging, bepaalde dat (een opziener; een gemeentedienaar; een lichaam van ouderlingen) zou worden aangesteld om voor elke gemeente zorg te dragen. [jv blz. 106 §2]
30. Wij bezitten een vollediger biografie van Jeremia dan van een van de andere profeten uit de oudheid, met uitzondering van (Daniël; Jesaja; Mozes). [si blz. 124 §5]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
Lev. 17:11, 12; Jes. 43:10; Jer. 7:31; Joh. 10:16; Hand. 4:13
31. Een beperkte wereldse opleiding maakt iemand niet ongeschikt om een onbevreesde verkondiger van het goede nieuws te worden. [uw blz. 172 §8]
32. Het enige gebruik dat er volgens de Schrift van bloed mag worden gemaakt, onderstreept de heiligheid van bloed en beklemtoont de waarde van Christus’ offer. [uw blz. 159 §11]
33. Er bestaat geen wedijver tussen de gezalfde klasse en de grote schare, en er wordt evenmin geredeneerd dat de een door zijn hoop of positie superieur of inferieur is aan de ander. [jv blz. 171 §1]
34. Jehovah heeft geen voorganger gehad; vóór hem bestond er geen god en na hem zal er geen god zijn omdat hij eeuwig is, de Opperste Soeverein. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 15/1 blz. 22.]
35. De meeste volwassenen in deze tijd zouden er zelfs niet over denken hun kinderen als offer aan een afgod te brengen, maar toch worden talloze miljoenen baby’s moedwillig door middel van abortussen vernietigd, en miljoenen jongeren zijn op het altaar van de oorlog geofferd. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 15/1 blz. 31.]