Maak je vooruitgang openbaar
1 Denk eens terug aan de tijd dat je voor het eerst de Koninkrijksboodschap hoorde. Eenvoudige waarheden wakkerden je verlangen naar kennis en begrip aan. Al gauw kon je zien dat het noodzakelijk was veranderingen in je levenswijze aan te brengen omdat Jehovah’s wegen zoveel hoger zijn dan jouw wegen (Jes. 55:8, 9). Je maakte vorderingen, droeg je leven op en liet je dopen.
2 Zelfs nadat je geestelijke vorderingen had gemaakt, moesten er nog steeds zwakheden overwonnen worden (Rom. 12:2). Misschien had je mensenvrees, waardoor je ertegenop zag aan de velddienst deel te nemen. Of misschien schoot je tekort in het aan de dag leggen van de vrucht van Gods geest. In plaats van terughoudend te zijn, was je vastbesloten vorderingen te maken door je theocratische doeleinden te stellen.
3 Er zijn nu wellicht verscheidene jaren voorbijgegaan sinds je je opdroeg. Wanneer je terugkijkt, welke vooruitgang kun je dan in jezelf zien? Heb je sommige van je doeleinden bereikt? Heb je dezelfde ijver die je ’in het begin had’? (Hebr. 3:14) Timotheüs was al een rijpe christen met jarenlange ervaring toen Paulus hem de aansporing gaf: „Denk diep over deze dingen na, ga er geheel in op, opdat uw vooruitgang aan allen openbaar moge zijn.” — 1 Tim. 4:15.
4 Persoonlijk onderzoek noodzakelijk: Wanneer wij diep nadenken over onze vroegere levenswandel, bemerken wij dan dat wij nog steeds enkele van de zwakheden hebben die wij hadden toen wij begonnen? Hebben wij sommige doeleinden die wij hadden gesteld, niet kunnen bereiken? Zo ja, hoe komt dat dan? Ondanks onze goede bedoelingen hebben wij misschien dingen uitgesteld. Het kan zijn dat wij ons door de zorgen des levens of de druk van dit samenstel hebben laten tegenhouden. — Luk. 17:28-30.
5 Hoewel wij weinig aan het verleden kunnen veranderen, kunnen wij beslist iets aan de toekomst doen. Wij kunnen onszelf eerlijk beoordelen, vaststellen waarin wij tekortschieten en vervolgens welbewuste pogingen doen om verbeteringen aan te brengen. Wij moeten wellicht de vruchten van Gods geest, zoals zelfbeheersing, zachtaardigheid en lankmoedigheid, beter tentoonspreiden (Gal. 5:22, 23). Als wij er moeite mee hebben met anderen op te schieten of met de ouderlingen samen te werken, is het belangrijk dat wij nederigheid en ootmoedigheid des geestes aankweken. — Fil. 2:2, 3.
6 Kunnen wij onze vooruitgang openbaar maken door naar dienstvoorrechten te streven? Met extra inspanning kunnen broeders wellicht aan de vereisten voor dienaren in de bediening of ouderlingen voldoen. Sommigen van ons kunnen zich misschien voor de gewone pioniersdienst opgeven. Voor velen meer kan de hulppioniersdienst een bereikbaar doel zijn. Anderen zouden ernaar kunnen streven hun persoonlijke studiegewoonten te verbeteren, een actiever aandeel aan de gemeentevergaderingen te hebben of produktiever te zijn als gemeenteverkondiger.
7 Wij moeten natuurlijk allemaal voor onszelf uitmaken in welk opzicht wij vorderingen dienen te maken. Wij kunnen er zeker van zijn dat door onze oprechte pogingen om ’tot rijpheid voort te gaan’, onze vreugde zeer zal toenemen en wij produktievere leden van de gemeente zullen worden. — Hebr. 6:1.