Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 4/95 blz. 5-6
  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
  • Onze Koninkrijksdienst 1995
Onze Koninkrijksdienst 1995
km 4/95 blz. 5-6

Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 2 januari tot en met 17 april 1995. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.

[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]

Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:

1. De strijdvraag inzake soevereiniteit gaat in werkelijkheid om de vraag wie het machtigst is, Jehovah of Satan. [jv blz. 11, 12]

2. De christelijke gemeente in de eerste eeuw was een losse groep van onafhankelijke plaatselijke gemeenten. [jv blz. 29 §1-3]

3. Het aanvaarden van raad is een blijk van zwakte. [uw blz. 127 §4]

4. De woorden „opziener” en „oudere man”, of „ouderling”, hebben in feite allemaal betrekking op dezelfde positie. [jv blz. 35, vtn.]

5. Spreuken 11:25 is een voorbeeld van parallelle gedachten of denkbeelden in Hebreeuwse poëtische stijl, en Spreuken 10:7 is een voorbeeld van antithetisch (contrasterend) parallellisme. [si blz. 107 §7]

6. Toen Jezus in 33 G.T. werd opgewekt en aan Gods rechterhand plaatsnam, begon hij over zijn gezalfde discipelen te regeren (Kol. 1:13). [gt hfdst. 132]

7. Ongeveer 3000 jaar voordat geleerden de genetische code ontdekten, sprak uit Psalm 139:13-16 bekendheid ermee. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 15/5 blz. 4.]

8. In Spreuken 8:22-31 wordt enkel een beschrijving van wijsheid gegeven. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 15/5 blz. 28.]

9. Een ware christen dient niets te haten. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 1/1 blz. 21.]

10. Doordat veel van de vroege christenen getuigden met de dood voor ogen, kreeg het Griekse woord voor „getuige” de betekenis welke van toepassing was op personen die bereid waren voor hun geloofsovertuiging te sterven. [jv blz. 13]

Beantwoord de volgende vragen:

11. Noem drie getuigen van Jehovah die vóór de Vloed leefden. [jv blz. 13, 14]

12. Om welke twee redenen moest Jezus een getuige van Jehovah zijn, zoals uit Jesaja 43:10 en 61:1, 2 blijkt? [jv blz. 19 §4]

13. Indien joden die later christenen werden, Gods naam reeds kenden, in welke betekenis heeft Jezus die naam dan aan hen openbaar gemaakt of bekendgemaakt? [jv blz. 21 §1]

14. Welke twee belangrijke organisatorische veranderingen drongen nog geen 150 jaar na de dood van de laatste apostel de gemeente binnen? [jv blz. 35 §2, blz. 36 §2]

15. Noem, hoewel de Reformatie enkele goede dingen heeft bewerkstelligd, ten minste twee fundamentele gebreken die de protestantse kerken van het katholicisme hebben overgenomen. [jv blz. 39 §2, 3]

16. Welke valse leerstelling stuitte de oprechte tiener Charles Taze Russell tegen de borst? [jv blz. 43 §2]

17. Waarin verschilde de manier waarop broeder Russell de bijbelse leerstellingen uitlegde van die van veel schrijvers in zijn tijd? [jv blz. 53 §3]

18. Hoe strekte Jezus’ kennis van de Psalmen hem tot voordeel? [si blz. 105 §30]

19. Waarom waren de getrouwe apostelen, Jezus’ halfbroer Jakobus en meer dan 500 discipelen ervan overtuigd dat Jezus was opgewekt? [gt hfdst. 131]

20. Van wie kreeg Salomo zijn wijsheid, en tot welk besef dient dat ons te brengen wanneer wij Spreuken lezen? [si blz. 106 §1]

Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:

21. Degenen tot wie Jezus zijn woorden in Handelingen 1:8 richtte, waren reeds getuigen van ․․․․․․․, en nu zouden zij eveneens het voorrecht krijgen getuigen van ․․․․․․․ te zijn [jv blz. 26 §1, 2]

22. Broeder Russell was ervan overtuigd dat Christus’ wederkomst ․․․․․․․ zou zijn, en het is interessant op te merken dat Sir Isaac Newton lang vóór Russells tijd schreef dat Christus zou wederkomen en „․․․․․․․” zou regeren. [jv blz. 46, vtn.]

23. In zijn beroemde toespraak tijdens het pinksterfeest in 33 G.T. deed Petrus herhaaldelijk aanhalingen uit het boek ․․․․․․․; bij die gelegenheid werden ongeveer ․․․․․․․ personen gedoopt en aan de gemeente toegevoegd. [si blz. 105 §25, 26]

24. In de Psalmen was voorzegd dat men Jezus ․․․․․․․ te drinken zou aanbieden, dat het lot over zijn ․․․․․․․ geworpen zou worden en dat hij door ․․․․․․․ verlaten zou lijken. [si blz. 105 §30]

25. Het christendom kwam bekend te staan als ․․․․․․․ omdat het een weg of levenswijze was waarin geloof in ․․․․․․․ en het nauwkeurig in zijn voetstappen treden, centraal stond. [jv blz. 29 §5]

Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:

26. Toen Jezus werd terechtgesteld, werd hem wijn met mirre aangeboden, maar hij weigerde die te drinken omdat (de Wet dat verbood; hij een Nazireeër was; hij over al zijn verstandelijke vermogens wilde beschikken). [gt hfdst. 125]

27. Dat wij onze lange gewaden wassen en ze wit maken in het bloed van het Lam betekent dat wij (ermee ophouden zonden te begaan; erkennen de zondenverzoenende verdienste van Jezus’ offer nodig te hebben; ons leven aan God opdragen en gedoopt worden). [uw blz. 106 §7]

28. Jezus werd minstens vijf keer onschuldig verklaard door (Herodes; Pilatus; Felix), die later zwichtte voor de niet-aflatende eisen van de joden en Jezus overleverde om terechtgesteld te worden. [gt hfdst. 124]

29. Al Gods getrouwe dienstknechten die vóór Pinksteren (36; 35; 33) G.T. stierven en niet werden opgewekt, werden niet met heilige geest gezalfd voor hemels leven. [uw blz. 111 §5]

30. Satan betoogt dat alle mensen gedreven worden door (liefde; haat; het verlangen naar persoonlijk gewin) en dat zij zich voornamelijk bekommeren om (Gods naam; anderen; hun eigen ik). [uw blz. 124 §14]

Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:

Spr. 3:27, 28; Joh. 19:4-6; 19:25-27; Rom. 15:2, 3; Openb. 7:16, 17

31. Christenen hebben de verantwoordelijkheid om voor hun bejaarde ouders te zorgen. [gt hfdst. 126]

32. Wij zijn oprecht bezorgd over de uitwerking die onze uiterlijke verschijning op anderen kan hebben, dus offeren wij graag het behagen van onszelf op. [uw blz. 130 §10, 11]

33. Telkens wanneer wij in de gelegenheid zijn om anderen goed te doen, of dat nu in geestelijk of in materieel opzicht is, dienen wij de gelegenheid aan te grijpen, en onze medemensen, in het bijzonder onze geestelijke broeders, te helpen [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w93 15/12 blz. 20.]

34. Door rustige waardigheid en kalmte in weerwil van tegenspoed kan Jehovah worden geëerd en het respect van mensen worden gewonnen. [gt hfdst. 123]

35. Wij verheugen ons nu reeds in de beloofde toestanden die terecht „een geestelijk paradijs” worden genoemd. [uw blz. 107, 108 §9-11]

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen