Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 5 september tot en met 19 december 1994. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Satan verlokt mensen er op geslepen wijze toe normale verlangens op verkeerde manieren te bevredigen. [uw blz. 65 §9]
2. Sjeool, Hades en Gehenna hebben alle drie betrekking op het gemeenschappelijke graf van de mensheid. [uw blz. 72 §6]
3. Aangezien de vervulling van Psalm 110:1, 2 zich tot in de laatste dagen van deze wereld uitstrekt, helpen deze verzen ons te begrijpen dat Jezus’ profetie betreffende het besluit van het samenstel van dingen niet beperkt was tot de verwoesting van Jeruzalem in 70 G.T. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w94 15/2 blz. 12 §17.]
4. Het Sanhedrin was het uit 71 leden bestaande Romeinse hooggerechtshof, dat in Jeruzalem bijeenkwam. [gt hfdst. 119]
5. De „wereldheersers” over wie in Efeziërs 6:12 wordt gesproken, zijn de politieke leiders die Gods gunst niet genieten. [uw blz. 63 §4]
6. De miljoenen die uit de doden zullen worden opgewekt, zullen worden geoordeeld overeenkomstig de daden die zij vóór hun opstanding hebben verricht. [uw blz. 75 §12]
7. Behalve dat Jezus als Middelaar van het nieuwe verbond optrad, sloot hij persoonlijk een verbond met zijn loyale apostelen voor een koninkrijk. [gt hfdst. 115]
8. De doop op zich is een waarborg voor redding. [uw blz. 100 §12]
9. Toen Jezus bad: „Vader, indien gij het wenst, neem deze beker dan van mij weg”, vroeg hij of hem de dood bespaard mocht worden (Luk. 22:42). [gt hfdst. 117]
10. Volgens Psalm 58:4 kan de cobra niet horen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie ad blz. 262.]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Van welke bezorgdheid dient de wetenschap dat Jehovah de vogels voedt en de bloemen in een prachtig gewaad kleedt, zijn menselijke dienstknechten te bevrijden? [uw blz. 87 §3]
12. In welk opzicht zijn de goddelozen, zoals ze in Psalm 58:3-5 worden beschreven, als een slang? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/10 blz. 30.]
13. Op grond waarvan zal een christen met onderscheidingsvermogen, in overeenstemming met Efeziërs 5:3-5, bepaalde muziek met wellicht een prettige melodie, een pakkend ritme of een doordringende „beat”, verwerpen? [uw blz. 67 §12]
14. Wat bedoelt de bijbel in Openbaring 20:14, waar staat dat Hades „in het meer van vuur geslingerd” werd? [uw blz. 75 §12]
15. Op basis waarvan worden de schapen en de bokken in Jezus’ gelijkenis in Mattheüs 25:31-46 geoordeeld? [gt hfdst. 111 §43]
16. Als 11 Nisan 33 G.T. op dinsdag, met zonsondergang, eindigde, wanneer begon en eindigde 14 Nisan dan? [gt hfdst. 112]
17. Wat wil het zeggen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest te worden gedoopt? [uw blz. 98 §9]
18. Op welke manieren zouden Jezus’ discipelen grotere werken doen dan hij, zoals hij in Johannes 14:12 verklaarde? [gt hfdst. 116 §6]
19. Wat is „de schuilplaats van de Allerhoogste” waarover in Psalm 91:1 wordt gesproken, en wat moeten wij doen om daar te wonen? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w93 15/12 blz. 12; w86 15/12 blz. 29.]
20. Waarom kon Jezus in Johannes 16:33 zeggen dat hij de wereld had overwonnen? [gt hfdst. 116 §37]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
21. Zoals uit het geval van Job blijkt, beweert Satan dat wij voornamelijk geïnteresseerd zijn in ․․․․․․․ bezittingen, ons eigen comfort en welzijn, en dat wij God met ․․․․․․․ beweegredenen dienen. [uw blz. 93 §13]
22. Toen Jezus onrechtvaardig berecht werd, was ․․․․․․․ stadhouder van Judea en ․․․․․․․ bestuurder van Galilea. [gt hfdst. 121, 122]
23. In overeenstemming met datgene wat ․․․․․․․ in Lukas 3:16 uitlegde, ondergingen Jezus’ discipelen met Pinksteren in 33 G.T. voor het eerst een doop met ․․․․․․․, en werden onberouwvolle joden in 70 G.T. met ․․․․․․․ gedoopt. [uw blz. 96 §4]
24. Jezus’ doop in ․․․․․․․ begon in 29 G.T., maar was pas voltooid toen hij ․․․․․․․ en ․․․․․․․ [uw blz. 97 §6]
25. De partijen in het nieuwe verbond zijn ․․․․․․․ en ․․․․․․․. [gt hfdst. 114]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
26. Klaarblijkelijk worden met de „goden” over wie in Psalm 82 wordt gesproken (Satan en de demonen; heidense goden van de natiën; mannen die de rechters van Israël waren) bedoeld. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/12 blz. 28.]
27. Het belangrijkste doel van Jezus’ komst in de wereld was (de mensheid te redden; discipelen te maken; getuigenis af te leggen van de waarheid). [gt hfdst. 122]
28. Wanneer wij lichamelijk lijden te verduren krijgen of op materieel gebied met tegenslagen te kampen hebben, zou de Duivel graag zien dat wij (Jehovah eren en bewijzen dat de Duivel een leugenaar is; God de schuld geven en deloyaal worden; volharden zoals Job deed). [uw blz. 60 §13]
29. Van de drie punten waarop de joodse religieuze leiders Jezus beschuldigden, die staan opgetekend in Lukas 23:2, was de beschuldiging dat Jezus (de joodse natie tot opstand aanspoorde; verbood belastingen aan caesar te betalen; van zichzelf zei dat hij Christus, een koning, was) voor Pilatus van belang. [gt hfdst. 121]
30. In Psalm 63:3 zei David in feite dat in een goede verhouding staan tot Jehovah (op het leven na het beste was; even goed was als het leven; nog kostbaarder was dan het leven zelf). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w85 1/4 blz. 4.]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
Ps. 86:1, 2; Matth. 26:52; Joh. 13:1-17; Joh. 15:8; Hebr. 13:5, 6
31. Zolang wij ons in overeenstemming met ons geloof ijverig inspannen, zal Jehovah, ook al wordt alles steeds duurder en neemt werkloosheid hand over hand toe, ervoor zorgen dat wij krijgen wat wij werkelijk nodig hebben. [uw blz. 89 §6]
32. Ware christenen zijn geen deel van de wereld; daarom nemen zij niet hun toevlucht tot vleselijke wapens. [gt hfdst. 118; zie w94 1/6 blz. 12.]
33. Ook al zijn wij wellicht bezorgd en neerslachtig vanwege de problemen die zwaar op ons drukken, wij kunnen erop vertrouwen dat Jehovah zijn oor tot deze aarde zal neigen en naar onze nederige gebeden zal luisteren. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 15/12 blz. 9 §3, 4.]
34. Wij kunnen God werkelijk verheerlijken door christelijke hoedanigheden, vooral liefde, aan de dag te leggen en door een zo volledig mogelijk aandeel aan het maken van discipelen te hebben. [gt hfdst. 116 §19]
35. Als christenen dienen wij bereid te zijn anderen zonder partijdigheid te dienen, ongeacht hoe nederig of onaangenaam de taak ook mag zijn. [gt hfdst. 113]