Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 6 september tot en met 20 december 1993. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Het boek Ezra behandelt het verslag over Jehovah’s bemoeienissen met de joden tot op de tijd dat de Hebreeuwse catalogus werd samengesteld. [si blz. 85 §7]
2. Oorspronkelijk vormden de boeken Ezra en Nehemia één boek, Ezra genaamd. [si blz. 88 §3]
3. Wanneer je een lezing houdt, is het het beste niet gedurende de hele lezing met sterk enthousiasme te spreken. [sg blz. 164 §6]
4. De slotverzen van 2 Kronieken bewijzen dat er vanaf de volledige verwoesting van Juda tot het herstel van de zuivere aanbidding in 537 v.G.T. een volle zeventig jaar gerekend moet worden. [si blz. 84 §35]
5. Wanneer je op de vergaderingen geregeld commentaar geeft, zal dit je helpen gewend te raken voor een groep te spreken. [sg blz. 183 §14]
6. De „vrouw uit de zonen van Dan” was ook getrouwd met een man van de stam Dan (2 Kron. 2:14). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w80 15/4 blz. 31.]
7. Twee Kronieken 16:14 geeft te kennen dat koning Asa werd gecremeerd. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w76 blz. 640.]
8. In Lukas 11:51 doelde Jezus klaarblijkelijk op de steniging van Zacharia, de zoon van Jojada (2 Kron. 24:20, 21). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w80 1/6 blz. 28.]
9. Mocht een van Jehovah’s Getuigen de Gedachtenisviering missen, dan dient hij die dertig dagen later te houden (2 Kron. 30:2). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w85 1/3 blz. 32.]
10. De joodse ballingen hadden zich tegen „de zevende maand”, of omstreeks 1 oktober 537 v.G.T., weer in hun geboorteland gevestigd (Ezra 3:1). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie si blz. 283 §29.]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Waarvan is een juiste tijdsbepaling van een lezing voornamelijk afhankelijk? [sg blz. 179 §25]
12. Welke tempel overtreft aardse tempels in heerlijkheid? [si blz. 87 §16]
13. Wat is modulatie? [sg blz. 160 §11]
14. Waarom moet de toepassing van een illustratie duidelijk worden gemaakt? [sg blz. 169 §10]
15. Indien een spreker over tijd gaat, welke uitwerking kan dit dan op zijn besluit hebben? [sg blz. 177 §16]
16. Waarom is het niet onjuist om openbare gebeden op de band op te nemen? (2 Kron. 33:18) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w78 15/7 blz. 32.]
17. Welke naam geeft de wereldlijke geschiedenis aan Asnappar? (Ezra 4:10) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 15/2 blz. 28.]
18. Waarom werden de kinderen van de buitenlandse vrouwen samen met hun moeders weggestuurd? (Ezra 10:3, 44) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/1 blz. 9.]
19. Welk jaar was „het twintigste jaar van Artaxerxes”? (Neh. 2:1) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 1/10 blz. 11.]
20. Hoe werd er ’betekenis gelegd in’ de Wet? (Neh. 8:8) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/2 blz. 26.]
21. Wat dient voor elke illustratie die in een lezing wordt gebruikt te gelden? [sg blz. 171 §20]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
22. Na de Babylonische gevangenschap richtte een getrouw overblijfsel van joden in het jaar ․․․․․․․ een altaar op en bracht er offers. [si blz. 85 §3]
23. Als een spreker warme gevoelens jegens zijn toehoorders koestert, moet dit van zijn ․․․․․․․ te lezen zijn. [sg blz. 166 §13]
24. Als wij in onze bediening theocratische termen gebruiken, is het belangrijk dat wij ze ․․․․․․․. [sg blz. 173 §5]
25. Het voornaamste doel van een besluit is ․․․․․․․. [sg blz. 175 §4]
26. Een spreker dient niet op de katheder te ․․․․․․․. [sg blz. 186 §26]
27. In overeenstemming met 1 Timotheüs 3:1 kunnen broeders zichzelf beschikbaar stellen door ․․․․․․․. [sg blz. 190 §10]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
28. Ezra heeft Kronieken (ca. 515; ca. 460; ca. 537) v.G.T. voltooid. [si blz. 79 §1]
29. Nehemia diende tijdens de regering van de Perzische koning (Cyrus; Xerxes; Artaxerxes). [si blz. 88 §1]
30. Met „het feest” wordt het (Loofhuttenfeest; wekenfeest; feest der ongezuurde broden) bedoeld (2 Kron. 7:8). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie pm blz. 53.]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
2 Kron. 9:9; 2 Kron. 19:7; 2 Kron. 28:16, 20, 21; 2 Kron. 36:20, 21; Neh. 5:7
31. Onnodige relaties met de wereld kunnen noodlottig blijken te zijn. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w85 1/9 blz. 30.]
32. Wat de juiste kijk op omkoping betreft, stelt Jehovah zelf de norm vast. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 1/10 blz. 30.]
33. Dit was een rechtstreekse overtreding van Jehovah’s wet in Leviticus 25:36 en Deuteronomium 23:19. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/2 blz. 25.]
34. Hier wordt gesproken over een geschenk ter waarde van wel ƒ 100.000.000. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie g87 22/11 blz. 4.]
35. Een van de redenen waarom Israël zeventig jaar in Babylonische gevangenschap ging, was dat zij Gods sabbatwetten hadden overtreden. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie g80 8/2 blz. 10.]