Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 4 januari tot en met 19 april 1993. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Wanneer je een bijbelstudie leidt, kan het soms beter zijn niet alle vragen die te berde worden gebracht te beantwoorden, maar bepaalde vragen op te sparen om later te bespreken. [sg blz. 94 §14]
2. Een van de voornaamste doeleinden van de theocratische bedieningsschool is, ons te helpen doeltreffender te worden in de velddienst. [sg blz. 96 §1]
3. Op de theocratische bedieningsschool zullen de punten waarover raad gegeven moet worden altijd die punten zijn waarover de leerling van tevoren is ingelicht om eraan te werken. [sg blz. 101 §7]
4. Tot nu toe is 1 Koningen niet door de archeologie gestaafd. [si blz. 65 §4]
5. Het is niet voldoende dat de raadgever een spreker alleen maar zegt dat hij het er goed heeft afgebracht of dat hij nogmaals aan een speciale spreekhoedanigheid moet werken. [sg blz. 103 §15]
6. Een zwak punt bij van-deur-tot-deurtoespraakjes is dikwijls dat de inleiding te lang is en de huisbewoner zich afvraagt wanneer de Getuige tot het punt komt waar het om gaat. [sg blz. 116 §14]
7. Wanneer een gemeente een geluidsinstallatie heeft, is het niet noodzakelijk oefensprekers over het punt stemvolume raad te geven. [sg blz. 118 §6]
8. Bij het houden van een oefenlezing zijn pauzes zo belangrijk dat het raadzaam is dat een spreker op zijn manuscript of schema precies aangeeft waar hij wil pauzeren. [sg blz. 120, 121 §20, 23]
9. De voorzegging van het geestenmedium te Endor kwam in geen enkel opzicht uit (1 Sam. 28:19). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w79 15/5 blz. 6, 7.]
10. De ervaring van David en Bathseba dient ouders ervan te doordringen dat hun gedrag een diepgaande uitwerking op hun kinderen kan hebben (2 Sam. 12:13, 14). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 15/3 blz. 31.]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Waarin bleven Eli en Saul in gebreke? [si blz. 57 §27]
12. Wanneer je brieven schrijft, hoe kun je dan belangstelling tonen voor degene aan wie je schrijft? [sg blz. 89 §13]
13. Hoe kunnen wij de aandacht van onze toehoorders doeltreffend op de bijbel richten wanneer wij een lezing houden? [sg blz. 122 §3]
14. Wat is de betekenis van 2 Samuël 18:8, waar staat: „Het woud [verslond] meer van het volk dan het zwaard”? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 15/3 blz. 31.]
15. Wie bracht David ertoe de Israëlieten te tellen? (2 Sam. 24:1) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w92 15/7 blz. 5.]
16. Waarom zei Salomo in 1 Koningen 8:12: „Jehovah zelf heeft gezegd in de dikke donkerheid te willen verblijven”? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w83 1/4 blz. 31.]
17. Hoe is gebleken dat er in onze tijd mensen zijn zoals de koningin van Scheba? (1 Kon. 10:4, 7) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie su blz. 149 §8.]
18. Welke archeologische bewijzen ondersteunen het verslag in 1 Koningen 14:25, 26? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie ce blz. 212 §31.]
19. Wat wordt in 1 Koningen 15:14 bedoeld, waar staat dat ’Asa de hoge plaatsen niet verwijderde’? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w81 1/10 blz. 10, vtn.]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
20. Wanneer je een brief schrijft om getuigenis te geven, schrijf dan altijd ․․․․․․․ op de envelop. [sg blz. 87 §7, 8]
21. Om bij het voorbereiden van een lezing persoonlijke bespiegelingen te voorkomen, dienen de ․․․․․․․ te worden gebruikt en dient men zich daarop te verlaten. [sg blz. 111 §13]
22. Om het doel van een lezing te bereiken, dient er niet meer stof te worden gebruikt dan ․․․․․․․. [sg blz. 112 §19]
23. Als er in 1 Samuël 25:37 wordt gezegd dat Nabals ’hart het in zijn binnenste bestierf’, betekent dit dat hij klaarblijkelijk ․․․․․․․ kreeg. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie ook w80 15/9 blz. 30.]
24. Het in 2 Samuël 7:12, 13 beschreven verbond is het ․․․․․․․. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/2 blz. 14.]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
25. Jeremia voltooide het schrijven van 1 Koningen kennelijk in (1040; 607; 580) v.G.T. [si blz. 64]
26. Twee Samuël beschreef de periode van (ca. 1180–1078; 1077–ca. 1040; 1040–911) v.G.T. [si blz. 59 §3]
27. Je dient erop toe te zien dat je in de inleiding slechts datgene gebruikt (wat de toehoorders interesseert; waar jij enthousiast over bent; wat bijdraagt tot het doel dat je met je lezing beoogt). [sg blz. 114 §8]
28. De hedendaagse Refaïeten worden nu gevormd door (dictatoriale heerschappijen; de geestelijkheid; de Verenigde Naties) (2 Sam. 21:20). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/1 blz. 20 §8.]
29. Volgens 1 Koningen 6:1 begon Salomo de tempel te bouwen in (1037; 1034; 1020) v.G.T. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie si blz. 285 §8.]
30. Het punt waar het in 1 Koningen 18:21-40 in werkelijkheid om ging, was welke god (de meeste aanbidders had; door de superieure autoriteiten werd gesteund; gediend moest worden). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/10 blz. 8, 9.]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
2 Sam. 1:26; 6:6, 7; 13:14, 15; 1 Kon. 1:5, 6; Hebr. 10:23-25
31. Iedereen draagt persoonlijk de verantwoordelijkheid om op vergaderingen commentaar te geven. [sg blz. 92 §7]
32. Goede bedoelingen veranderen Gods vereisten niet. [si blz. 63 §30]
33. Er bestaat een allesovertreffende band van liefdevolle eenheid tussen de „andere schapen” en het overblijfsel (Joh. 10:16). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/1 blz. 25, 26.]
34. Enkel het feit dat een jonge man een meisje hartstochtelijke liefde betuigt en erop aandringt betrekkingen met haar te hebben, betekent niet noodzakelijkerwijs dat hij haar oprecht liefheeft. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie yy blz. 140 §22.]
35. Vaders dienen niet na te laten hun kinderen terecht te wijzen wanneer dat nodig is. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie ook ad blz. 41.]