Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 3/93 blz. 3-6
  • Onze vereenvoudigde lectuurverspreidingsregeling

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Onze vereenvoudigde lectuurverspreidingsregeling
  • Onze Koninkrijksdienst 1993
Onze Koninkrijksdienst 1993
km 3/93 blz. 3-6

Onze vereenvoudigde lectuurverspreidingsregeling

1 Als bedienaren van Gods Woord, die bijbelse lectuur als een noodzakelijk hulpmiddel gebruiken, moeten wij het goede nieuws van het Koninkrijk over de hele wereld prediken tot een getuigenis voor alle natiën, rechtgeaarde mensen helpen op de weg ten leven te komen en de goddelozen waarschuwen voor Gods komende oordelen. — Matth. 24:14; 28:19, 20; Rom. 10:15; Ezech. 3:17.

2 Door middel van de brief van 1 januari 1993 aan alle gemeenten heeft het Genootschap de „vereenvoudigde lectuurverspreidingsregeling” aangekondigd. Volgens deze nieuwe regeling wordt alle lectuur naar gemeenten gezonden, aan verkondigers uitgereikt en aan belangstellenden aangeboden, zonder hun daarvoor iets in rekening te brengen. De kosten die gemoeid zijn met het vervaardigen en verzenden van lectuur, worden gedekt door vrijwillige bijdragen die ter ondersteuning van het wereldomvattende werk aan het Genootschap worden geschonken door Jehovah’s opgedragen dienstknechten en anderen wier hart hen daartoe beweegt.

3 Opdat allen een juist begrip omtrent de nieuwe regeling zullen hebben, willen wij graag enkele aspecten ervan nader belichten, alsook antwoord geven op een aantal vragen die zouden kunnen rijzen.

Hoe wordt het geld dat voor het wereldomvattende werk van het Genootschap wordt bijgedragen, gebruikt?

4 Dit geld wordt gebruikt om de kosten te dekken van alle facetten van het wereldomvattende werk. Deze kosten betreffen de inkoop van papier en de aanschaf van drukpersen en andere materialen in verband met het drukken van publikaties. Ze omvatten ook kosten voor bouwprogramma’s in de Verenigde Staten, zoals het Wachttoren-Onderwijscentrum in Patterson, de gebouwen van het hoofdbureau in Brooklyn die worden gebouwd en gerenoveerd om de groeiende Bethelfamilie daar te huisvesten, alsook voor het bouwen van bijkantoorfaciliteiten over de hele wereld. Dit geld wordt gebruikt om te zorgen voor het dagelijks functioneren van bijkantoren, Bethelhuizen, bedienaren- en zendelingenopleidingen, lectuurdepots en talloze andere ondersteunende diensten. Het dient ook om te voorzien in de fundamentele behoeften van onze zendelingen, speciale pioniers en reizende opzieners, die druk bezig zijn met het predikingswerk in het wereldwijde veld. Het verzenden van publikaties en cassettes naar alle delen van de wereld is duur geworden. Congressen moeten worden gehouden in hallen en stadions die niet van het Genootschap zijn. Dit zijn allemaal manieren waarop dit geld wordt gebruikt. Met de bijdragen die worden ontvangen, wordt dus het werk over de hele wereld ondersteund. — Zie De Wachttoren van 1 december 1991, blz. 28-31.

Hoe kunnen wij onze lectuur verstandig gebruiken?

5 Ons georganiseerde gebruik van lectuur is begonnen met het verspreiden van 6000 exemplaren van het tijdschrift The Watchtower van 1 juli 1879. Sindsdien is er een grote verscheidenheid van lectuur gedrukt en in enorme hoeveelheden verspreid. Hoe gaan wij onder de nieuwe regeling te werk?

6 Wij zullen de interessante inleidingen en passende onderwerpen voor gesprekken, zoals die in Redeneren aan de hand van de Schrift en in Onze Koninkrijksdienst staan, blijven gebruiken om de belangstelling op te wekken. Als er geen belangstelling wordt getoond, is het niet nodig lectuur aan te bieden. Wij willen onze lectuur niet verspillen door ze aan mensen te geven die geen interesse hebben. Als er niet voldoende belangstelling blijkt om het aanbieden van een boek of een andere publikatie te rechtvaardigen, kun je beslissen het gesprek tactvol te beëindigen en naar de volgende deur te gaan. Als de persoon belooft de boodschap die erin staat te lezen, kun je een strooibiljet of een traktaat achterlaten. Zorg ervoor dat je een aantekening maakt van de belangstelling, zodat je een nabezoek kunt brengen. Hetzelfde kan worden gedaan als er niet voldoende tijd is om een zinvol gesprek met iemand op te bouwen omdat hij het te druk heeft of omdat wij ongelegen komen. Wij willen onze lectuur verstandig gebruiken. Wanneer er daarentegen belangstelling wordt getoond en de huisbewoner ermee instemt de lectuur te lezen, kan ze worden aangeboden.

7 Hier volgen enkele opmerkingen die je zou kunnen maken nadat je de lectuur hebt laten zien: „Als u deze publikatie zou willen lezen, zal ik ze graag bij u achterlaten.” Waarschijnlijk zal de huisbewoner vragen: „Hoeveel kost het?” Je zou kunnen antwoorden: „Wij zijn niet met een commercieel werk bezig. Wij verkopen deze lectuur niet. Het werk dat wij verrichten, wordt vrijwillig in 229 landen over de hele wereld gedaan om mensen te helpen de weg tot eeuwig leven te leren kennen. Als u een bijdrage wilt geven voor dit werk, zal ik die graag aanvaarden.”

8 Wanneer je de tijdschriften aanbiedt, zou je vragen kunnen opwerpen over een specifiek artikel en vervolgens kunnen zeggen: „Ik zou u graag enkele details onder de aandacht brengen die in dit artikel staan. Als u deze twee tijdschriften zou willen lezen, zal ik ze graag bij u achterlaten.” Als ze worden aangenomen, en iemand vraagt hoeveel het kost, zou je eraan kunnen toevoegen: „Ik ben blij dat ik deze inlichtingen aan u kan doorgeven. Ik denk dat u het onderwerp echt informatief zult vinden. Ik zal graag volgende week terugkomen om uw mening te horen. U zult zien dat De Wachttoren in 112 talen wordt uitgegeven en dat er van elke uitgave meer dan 16 miljoen exemplaren over de hele wereld worden verspreid. Dit werk wordt volledig gefinancierd door vrijwillige bijdragen. Als u eveneens een kleine bijdrage voor dit onderwijzingswerk wilt geven, zal ik die graag aanvaarden.”

9 In sommige gevallen kan het wat vervelend overkomen om over bijdragen voor ons wereldomvattende werk te spreken. Een geïnteresseerde huisbewoner zou bijvoorbeeld kunnen vragen: „Geven jullie het gratis?” Wij zouden kunnen antwoorden: „Als u de publikatie wilt lezen en ze graag wilt hebben, dan kunt u ze krijgen. Ik kom volgende week nog eens langs om dit onderwerp verder te bespreken en u meer over ons wereldomvattende werk te vertellen.” Bij volgende bezoekjes kan de huisbewoner worden ingelicht over de wijze waarop ons werk wordt gefinancierd.

10 De huisbewoner zou de lectuur ook kunnen aannemen en antwoorden: „Dank u wel, hoeveel krijgt u van me?” Je zou dan kunnen reageren met de woorden: „Alstublieft. Ik weet zeker dat u ervan zult genieten. Velen die onze publikaties aannemen, hebben waardering geuit voor wat zij te weten komen en hebben een kleine bijdrage gegeven om een verdere verspreiding mogelijk te maken. Dit stellen wij echt op prijs.”

11 Wij begrijpen hoe noodzakelijk het is onderscheidingsvermogen te gebruiken in onze bediening. Wij zullen wat de kwestie van vrijwillige bijdragen betreft altijd tactvol te werk willen gaan om mensen die geïnteresseerd zijn, niet in verlegenheid te brengen.

12 Het is uiteraard niet de bedoeling dat wij lukraak lectuur gaan uitdelen. Wij willen dat met de lectuur het doel wordt bereikt dat ermee wordt beoogd, namelijk, oprechte mensen te helpen meer over Jehovah’s schitterende voornemens te weten te komen. Het zou een verspilling kunnen zijn lectuur achter te laten bij mensen die geen waardering hebben voor geestelijke dingen (Hebr. 12:16). Of het verspreiden van lectuur vruchten afwerpt, hangt af van onze bekwaamheid om vast te stellen of er werkelijk belangstelling is. Waaruit zou die belangstelling kunnen blijken? Een vriendelijke bereidheid om met je te praten, is een goed teken. Ook wanneer huisbewoners aandachtig luisteren terwijl je spreekt, vragen beantwoorden en hun mening uiten, zijn dit aanwijzingen dat zij zich bij het gesprek betrokken voelen. Wanneer zij respectvol, van mens tot mens, met je praten, hebben zij waarschijnlijk een vriendelijke gezindheid. Wanneer zij meelezen terwijl je uit de bijbel voorleest, wijst dit op respect voor Gods Woord. Het is vaak nuttig te vragen of zij de lectuur die wordt aangeboden, zouden lezen. Je zou ook kunnen voorstellen terug te komen om het gesprek voort te zetten. Een positieve reactie hierop is een verder bewijs van hun belangstelling. Als je zulke blijken van oprechte belangstelling opmerkt, zal de persoon waarschijnlijk een goed gebruik maken van de lectuur die hij ontvangt.

Moeten wij de huisbewoner telkens wanneer wij hem bezoeken, zeggen dat wij bereid zijn een bescheiden bijdrage voor het wereldomvattende werk van het Genootschap te aanvaarden?

13 Nee. Hiervóór werd reeds opgemerkt: „In sommige gevallen kan het wat vervelend overkomen om over bijdragen voor ons wereldomvattende werk te spreken.” Er moet in dit opzicht onderscheidingsvermogen worden gebruikt. Wij willen dat het de mensen duidelijk is dat ons werk een bijbelonderwijzingswerk en geen commerciële bezigheid is. Wij vragen niet om bijdragen.

14 Het is goed om de eerste keer dat wij bij belangstellenden lectuur achterlaten, duidelijk uit te leggen hoe ons werk door vrijwillige bijdragen wordt ondersteund. Als wij in gedachte houden dat wij alleen lectuur achterlaten bij mensen die belangstelling tonen of die te kennen geven onze lectuur te willen lezen, zal dit aspect meestal geen problemen opleveren.

15 Veel van deze belangstellenden bieden bij volgende bezoeken uit zichzelf een bijdrage aan. Anderen vragen misschien hoeveel een publikatie kost. Wij kunnen dan kort uitleggen wat de aard van ons werk is. Van tijd tot tijd kunnen wij, als dat passend is, het ondersteunen van het wereldomvattende werk van het Genootschap ter sprake brengen als de persoon die wij nabezoeken geen bijdrage schenkt.

Welke veranderingen zouden wij moeten aanbrengen in het aanbieden van lectuur tijdens straatwerk?

16 Wanneer wij straatwerk doen, is het passend mensen te benaderen met de tijdschriften of publikatie in onze hand. Ons doel dient te zijn, te proberen een gesprek met de mensen aan te knopen. Zo kunnen wij bepalen of de persoon die wij hebben aangesproken, belangstelling heeft en ermee zal instemmen onze tijdschriften te lezen. Misschien is het mogelijk in het kort een van de artikelen in een tijdschrift te bespreken. Wellicht krijgen wij de gelegenheid uit te leggen dat ons werk door vrijwilligers wordt verricht en geen commerciële aangelegenheid is, maar een wereldomvattend werk dat door vrijwillige bijdragen wordt ondersteund. In sommige gevallen moet een verkondiger misschien met de persoon oplopen terwijl hij over de inhoud en de voordelen van het tijdschrift spreekt.

17 Wij dienen echter van onderscheidingsvermogen en consideratie blijk te geven. Veel mensen die wij op straat treffen, hebben soms zo’n haast dat het voor ons moeilijk is te bepalen of zij belangstelling hebben. In zulke gevallen kan het beter zijn eenvoudig een traktaat aan te bieden om hun eetlust op te wekken naar meer lectuur. De volgende keer dat wij hen ontmoeten, hebben zij wellicht wel tijd voor een gesprekje.

18 Door geregeld op vaste plaatsen en tijden straatwerk te doen, zullen de mensen vertrouwd met ons raken en graag bepaalde aangelegenheden met ons bespreken wanneer zij ervoor in de gelegenheid zijn, zodat wij voldoende tijd krijgen om erachter te komen of zij belangstelling hebben.

Wanneer zullen wij een abonnement op De Wachttoren en/of Ontwaakt! aanbieden?

19 Met ingang van de nieuwe regeling zullen wij abonnementen niet langer zoals voorheen tijdens abonnementsveldtochten van huis tot huis aanbieden. Waarom niet? Welnu, de kosten van verzending, papier en drukpersen blijven stijgen. Wij kunnen het ons niet veroorloven onze waardevolle tijdschriften te verspillen. Afhankelijk van de getoonde belangstelling kan de verkondiger echter bepalen of er een abonnement zal worden aangeboden. Over het algemeen kan dit het beste worden gedaan bij een nabezoek, nadat is vastgesteld of de huisbewoner de exemplaren die bij hem zijn achtergelaten, heeft gelezen. In dat geval kan er een abonnement voor zes maanden worden afgesloten. Een abonnement voor zes maanden zou de persoon een idee kunnen geven van de Koninkrijksboodschap in de tijdschriften. Omdat zulke personen reeds eerder zijn bezocht en belangstelling hebben getoond, zijn zij waarschijnlijk bekend met de aard van ons werk.

20 Wanneer de gemeente formuliertjes voor aflopende abonnementen ontvangt, zullen verkondigers de abonnee bezoeken om te zien of hij werkelijk het abonnement wil verlengen. Als de abonnee het abonnement wil hernieuwen, zal de verkondiger eenvoudig het abonnementsformuliertje invullen en hem erover inlichten dat zijn abonnement voor zes maanden zal worden hernieuwd. Bovendien kan de verkondiger, nadat het abonnement is hernieuwd doordat het hernieuwingsformuliertje is ingevuld, de abonnee vertellen dat het abonnement wordt verschaft als onderdeel van een wereldomvattend bijbelonderwijzingswerk dat door Jehovah’s Getuigen wordt verricht, en dat dit werk volledig door vrijwillige bijdragen wordt ondersteund. Als de abonnee een bijdrage voor dit werk wil schenken, zal de verkondiger die graag accepteren. Daarna dient de verkondiger de bijdrage in de bijdragenbus te doen die bestemd is voor het wereldomvattende predikingswerk van het Genootschap.

21 Het kan zijn dat de abonnee vraagt hoeveel er voor een abonnement voor zes maanden wordt verwacht. De verkondiger dient de abonnee te zeggen dat het schenken van een bijdrage of de grootte ervan geheel aan de abonnee wordt overgelaten. De verkondiger kan de abonnee vertellen dat sommigen rond de ƒ 10,– hebben geschonken, maar de abonnee mag het bedrag zelf bepalen. Of er een bijdrage wordt geschonken of niet, als de abonnee het wenst, zal het abonnement worden hernieuwd. Als een abonnee geen bijdrage blijkt te schenken, dan hebben wij, als medewerkers van Jehovah God, de gelegenheid het werk naar gelang onze omstandigheden te ondersteunen. — 1 Kor. 3:9.

22 De verkondigers wordt aanbevolen hun tijdschriften voor persoonlijk gebruik niet meer per post te laten komen, maar ze bij de balie af te nemen. Voor sommigen, zoals bejaarden of zieken, zijn abonnementen echter de voornaamste manier waarop zij geestelijk voedsel ontvangen — een vitale verbindingslijn met de theocratische organisatie. In zulke gevallen, of als er andere bijzondere redenen zijn voor een persoonlijk abonnement, zal het Genootschap natuurlijk graag de tijdschriften per post blijven sturen.

23 Als lopende abonnementen moeten worden hernieuwd, hoeft de abonnee alleen maar een hernieuwingsformuliertje in te vullen en dit aan de broeder te geven die over de abonnementen gaat, en hij zal het naar het Genootschap opsturen. De abonnee kan voor deze service een bijdrage doen in de bijdragenbus met het opschrift „Bijdragen voor het wereldomvattende werk van het Genootschap — Mattheüs 24:14”.

Moeten verkondigers en pioniers zich verplicht voelen telkens wanneer zij in de Koninkrijkszaal lectuur voor de velddienst afhalen, een bijdrage te schenken?

24 Nee. Verkondigers kunnen, wanneer zij dit maar verkiezen, bijdragen schenken, in de mate waarin zij dit kunnen en willen. — 2 Kor. 8:10-15; 9:6-14.

25 Sommige verkondigers hebben echter verkozen hun bijdrage te schenken op het moment dat zij lectuur afhalen. Het afhalen van lectuur dient als een gemakkelijke herinnering aan hun voorrecht en verantwoordelijkheid om het wereldomvattende werk geregeld te ondersteunen. Anderen geven hun bijdrage wanneer zij ook de vrijwillige bijdragen die zij in de velddienst hebben ontvangen, in de bus doen. Velen hebben besloten elke week een vaste bijdrage te schenken. Weer anderen leggen elke maand een bedrag voor het wereldomvattende werk opzij, zoals zij dat ook doen voor de onkosten in verband met de Koninkrijkszaal.

26 Een ieder bepaalt dus zelf wat hij of zij ter ondersteuning van het wereldomvattende werk doet. Dit geven dient met regelmatige tussenpozen te worden gedaan, naar gelang de voorspoed van de gever (1 Kor. 16:2). Wanneer wij zulke bijdragen schenken, moeten wij in gedachte houden dat wij dit niet slechts doen om de kosten van het vervaardigen van de lectuur te dekken, maar veeleer om alle facetten van het wereldomvattende werk te ondersteunen.

Dienen verkondigers het volledige bedrag in de bijdragenbussen te doen van de bijdragen die zij in het veld ontvangen?

27 Ja, als wij alle aspecten van de kwestie beschouwen, is het juist dit te doen. Deze bijdragen werden gegeven met het doel het wereldomvattende werk van het Genootschap te ondersteunen. Daarom kan het nuttig zijn een aparte portemonnaie of envelop voor bijdragen van mensen in het veld bij zich te hebben. Later kan dit geld dan in de daarvoor bestemde bus in de Koninkrijkszaal worden gedeponeerd.

Is het niet zo dat wij tweemaal voor de lectuur betalen als wij een bijdrage geven op het moment dat wij lectuur afhalen en vervolgens wanneer wij bijdragen die wij in het veld hebben ontvangen, in de bijdragenbussen deponeren die bestemd zijn voor het wereldomvattende werk van het Genootschap?

28 Nee. De bijdragen die in de bijdragenbussen voor het wereldomvattende werk van het Genootschap worden gedaan, zijn immers niet alleen voor de lectuur. Zowel verkondigers als oprechte belangstellenden in het veld ontvangen de lectuur kosteloos. Als verkondigers hun bijdragen schenken, is dat ter ondersteuning van elk aspect van het wereldomvattende werk. Het uitgeven van lectuur is slechts een klein onderdeel daarvan. Dat is de reden waarom wij, als wij van belangstellenden bijdragen ontvangen, niet dienen te zeggen dat de bijdrage „voor de lectuur” is. Zoals wij hun uitleggen, ontvangen degenen die onze lectuur oprecht wensen te lezen deze kosteloos. Elke eventuele bijdrage die zulke personen schenken, zal worden gebruikt om de kosten te dekken die verband houden met het wereldomvattende werk. Hetzelfde geldt voor bijdragen die door verkondigers worden geschonken.

Hoe is deze regeling wat de lectuur en de tijdschriften betreft van invloed op degenen die in de volle-tijddienst zijn?

29 Zoals reeds vermeld, is het een logische gevolgtrekking dat deze nieuwe regeling vereist dat alle bijdragen die in de velddienst worden ontvangen, via de gemeente naar het Genootschap worden opgestuurd. Wat volle-tijdbedienaren persoonlijk bijdragen aan het wereldomvattende werk, wordt aan henzelf overgelaten. De meeste van hen voorzien met part-time werelds werk in hun eigen onderhoud. Net als alle andere verkondigers halen pioniers kosteloos lectuur af. Het Genootschap stelt de lectuur beschikbaar om ons bij ons predikingswerk te helpen.

Als een huisbewoner een royale bijdrage schenkt, moeten wij ons er dan toe bewogen voelen hem extra lectuur te geven?

30 Niet noodzakelijkerwijs. Je kunt in dit opzicht onderscheidingsvermogen gebruiken en in aanmerking nemen hoeveel belangstelling hij of zij voor het lezen van de lectuur toont. Bij volgende bezoekjes zou lectuur kunnen worden achtergelaten die aan een specifieke behoefte van de huisbewoner voldoet, zonder dat er over een bijdrage wordt gesproken. Natuurlijk zou je, als de huisbewoner uit zichzelf een extra bijdrage aanbiedt, deze kunnen aannemen. Wij moeten in gedachte houden dat de bijdrage dient om de verschillende facetten van ons wereldomvattende werk te ondersteunen, zoals bouwprogramma’s, de zendingsdienst en de speciale pioniersdienst. Het is niet alleen bestemd voor het uitgeven van lectuur.

Wat te doen als iemand per girobetaalkaart of Eurocheque een bijdrage wil schenken?

31 De gever dient gevraagd te worden de kaart of cheque uit te schrijven ten gunste van het „Wachttorengenootschap”. De verkondiger zal deze kaart of cheque deponeren in de bus met het opschrift: „Bijdragen voor het wereldomvattende werk van het Genootschap — Mattheüs 24:14”. Indien de gever echter een schriftelijke bevestiging of een bedankbrief verlangt, noteer dan zorgvuldig diens naam en adres en geef dat, samen met de kaart of cheque, aan de secretaris van de gemeente die voor verdere afwikkeling zorg zal dragen.

Welk praktische aspect in verband met de bijdragenbussen dienen wij in gedachte te houden?

32 Naast de bijdragenbussen voor het wereldomvattende werk bevinden zich in de Koninkrijkszaal ook bijdragenbussen voor de onkosten van de plaatselijke gemeente (zoals voor de eigen Koninkrijkszaal, kosten in verband met het bezoek van de kringopziener, enz.) voor het Koninkrijkszalenfonds van het Genootschap en voor het Oost-Europafonds. Wij zullen er dus op willen letten of wij elke bijdrage ook deponeren in de bus waarvoor ze is bedoeld, aangezien de ouderlingen van de gemeente niet gemachtigd zijn geld dat voor een bepaald doel is geschonken aan te wenden voor een ander doel.

Wat zal door de vereenvoudigde lectuurverspreidingsregeling tot stand gebracht worden?

33 Zoals wij heel goed beseffen, vormen Jehovah’s opgedragen dienstknechten de voornaamste bron van ondersteuning van het wereldomvattende werk, net als de Israëlieten vroeger het voorrecht hadden alle werkzaamheden in verband met de ware aanbidding te ondersteunen (Ex. 25:1-9; Spr. 3:9, 10; Mal. 3:10). Jehovah’s Getuigen verwachten niet van het publiek dat het deze uiterst dringende Koninkrijksverkondiging ondersteunt. Wij hebben ons nog nooit beziggehouden met openbare geldinzamelingen en doen dat ook nu niet. Kleine bijdragen van oprecht geïnteresseerde en van waardering blijk gevende mensen die wij in de velddienst treffen, worden echter op prijs gesteld.

34 In scherpe tegenstelling tot organisaties die zich bezighouden met „charitatieve inzamelingen”, zorgen Jehovah’s Getuigen er graag voor dat de lectuur aan iedereen gratis ter beschikking kan worden gesteld. Er zal nooit om bijdragen voor het wereldomvattende werk worden gevraagd aan mensen die niet echt in onze boodschap geïnteresseerd zijn. Alle vrijwillige bijdragen worden voor de volle honderd procent gebruikt om dit wereldomvattende bijbelonderwijzingswerk te ondersteunen, aangezien alle werkers vrijwilligers zijn en er aan niemand in de organisatie salaris of provisie wordt uitbetaald. De kwestie van vrijwillige bijdragen om het wereldomvattende werk te ondersteunen, wordt slechts besproken met degenen die ernaar informeren of die anderszins belangstelling voor ons werk tonen. De vereenvoudigde lectuurverspreidingsregeling helpt iedereen dus te beseffen dat ons bijbelonderwijzingswerk in geen enkel opzicht commercieel is.

35 Deze wijziging in onze werkmethode maakt het voor waarnemers in dit oude samenstel nog gemakkelijker te zien dat wij „geen venters van het woord van God [zijn] zoals vele mensen”, doch dat wij „als uit oprechtheid, ja, als door God gezonden” het onvervalste Woord van God en het goede nieuws van het Koninkrijk bekendmaken (2 Kor. 2:16b, 17, NW, Stud., vtn.). Het bewijst tevens nog duidelijker dat wij geen deel van de wereld zijn. — Joh. 17:14.

36 Nu de vernietiging van Babylon de Grote naderbij komt, wordt er steeds meer druk op alle religieuze elementen uitgeoefend. Onze voornaamste zorg is dat de uitermate belangrijke wereldomvattende Koninkrijksprediking ongehinderd voortgang vindt, zodat nog velen meer kunnen worden gered. — Matth. 24:14; Rom. 10:13, 14.

37 In die delen van de wereld waar de vereenvoudigde lectuurverspreidingsregeling reeds in werking is, is ze werkelijk een succes gebleken. Oprechte mensen hebben waardering voor onze weldoordachte uiteenzetting van de aard van onze bediening en zij geven graag blijk van hun ondersteuning door vrijwillige bijdragen. De velddienstberichten geven in alle categorieën een toegenomen verspreiding te zien. Letterlijk miljoenen mensen worden aldus in de gelegenheid gesteld te ’komen en het water des levens om niet te nemen’ (Openb. 22:17). Terwijl wij ijverig onze bediening uitbreiden en de waardevolle publikaties van het Genootschap verstandig gebruiken, zal Jehovah toename blijven schenken.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen