Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 6 januari tot en met 20 april 1992. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Onder de Mozaïsche wet werden alle zonden en zondaars in hetzelfde licht bezien. [si blz. 29 §34]
2. De naam Numeri (Latijn: „getallen”) heeft betrekking op het tellen van het volk bij de berg Sinaï en later op de vlakten van Moab. [si blz. 30 §2]
3. Hoewel het boek Numeri bijzonder openhartig is, bedekte Mozes zijn eigen tekortkomingen. [si blz. 31 §7]
4. Onder het Wetsverbond was er voor zonde altijd een verzoenend slachtoffer nodig, moest zonde worden beleden, berouw worden getoond en het onrecht zoveel mogelijk worden hersteld. [si blz. 29 §32]
5. De „in het openbaar geuite vervloeking” was in werkelijkheid godslastering (Lev. 5:1). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/9 blz. 13.]
6. Dat de hogepriester een stier offerde als een zondeoffer „ten behoeve van zichzelf en zijn huis” beeldde af hoe Jezus’ offer werd aangewend voor „zijn huis” van onderpriesters (Lev. 16:6). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/3 blz. 28.]
7. Het is nooit juist rente van een broeder te vragen (Lev. 25:35-37). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 27.]
8. De wetten betreffende het reinigen van melaatsen en met melaatsheid besmette huizen weerspiegelden kennis van het bestaan van ziektekiemen en boden bescherming tegen besmetting (Lev. hfdst. 14). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie g82 8/2 blz. 25.]
9. Tussen of boven de cherubs op het deksel van de ark van het verbond verscheen het wonderbare Sjekina-licht als symbool van Gods tegenwoordigheid in het Allerheiligste (Num. 7:89). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie kj blz. 164.]
10. De Israëlieten moesten „van franje voorziene randen” aan hun kleren maken om niet de kledingstijl van de Moabieten, Egyptenaren of anderen te volgen en om eraan herinnerd te worden dat zij anders moesten zijn (Num. 15:38-40). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/1 blz. 20.]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Hoe verheerlijkt Leviticus Jehovah’s naam? [si blz. 26 §9]
12. Welk priesterlijke werk zal tijdens de Duizendjarige Regering door de Hogepriester, Jezus Christus, en zijn onderpriesters tot stand worden gebracht? [si blz. 30 §39]
13. Waaraan herinnert het verbod inzake het eten van vet Jehovah’s dienstknechten in deze tijd? (Lev. 3:17) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 26.]
14. Wat kan bij de zonde van Nadab en Abihu betrokken zijn geweest? (Lev. 10:1, 2) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 26.]
15. Waarom maakte een bevalling een vrouw „onrein”? (Lev. 12:2, 5) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 26.]
16. Waarom werd de doodstraf voorgeschreven voor een ieder die ’kwaad afsmeekte’ over zijn ouders? (Lev. 20:9) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 26, 27.]
17. Wat wordt bedoeld met ’tien vrouwen die in één oven brood bakken’? (Lev. 26:26) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 27.]
18. Waarom had Mirjam afbrekende kritiek op Mozes wegens zijn Kuschitische vrouw? (Num. 12:1) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 1/6 blz. 30.]
19. Welk belangrijke feit negeerde Korach? (Num. 16:1-3) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w79 15/2 blz. 13.]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
20. Leviticus is door Mozes geschreven in het jaar ․․․․․․․. [si blz. 25 §4]
21. Het thema ․․․․․․․ wordt door heel Leviticus heen beklemtoond, en dit vereiste wordt daarin vaker genoemd dan in enig ander bijbelboek. [si blz. 26 §9]
22. De vervulling van veel van de profetische beelden in Leviticus wordt in het boek ․․․․․․․ beschreven. [si blz. 29 §37]
23. Het boek Numeri beschrijft de periode van ․․․․․․․ tot ․․․․․․․ v.G.T. [si blz. 30 §4]
24. In het boek Numeri wordt de ongehoorzame en weerspannige handelwijze van Israël gebruikt om de nadruk te leggen op de dringende noodzaak ․․․․․․․. [si blz. 31 §9]
25. De in Leviticus vervatte voorschriften inzake ․․․․․․․ onthullen een kennis van feiten die pas duizenden jaren later door wereldlijke geneeskundigen werden onderkend. [si blz. 26 §7]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
26. Het boek Leviticus beschrijft een periode van (veertig jaar; één jaar; één maand). [si blz. 25 §3]
27. Het boek Numeri werd door Mozes voltooid in het jaar (1513; 1512; 1473) v.G.T. [si blz. 30 §4]
28. ’De ziel in droefheid buigen’ had kennelijk betrekking op (vasten; zichzelf slaan; zich onthouden van elke vorm van ontspanning) (Lev. 16:29). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 26.]
29. Het ’invallen’ van de dij van een vrouw betekende in werkelijkheid dat (zij ermee zou ophouden Jehovah te dienen; zij haar been niet meer kon gebruiken; haar voortplantingsorganen zouden verschrompelen, hetgeen conceptie onmogelijk maakte) (Num. 5:21). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 1/6 blz. 29.]
30. „Het boek van de Oorlogen van Jehovah” bevatte (materiaal van afvalligen; een betrouwbaar geschiedkundig verslag; een verzonnen verslag van bijbelverhalen) (Num. 21:14, 15). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 1/6 blz. 30.]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
Lev. 2:11, 12; Lev. 17:10-14; Lev. 19:32; Num. 15:30, 31; Hebr. 13:11
31. Aangezien bloed heilig is, mag het in geen enkele vorm in het lichaam worden opgenomen. [si blz. 29 §33]
32. Op de Verzoendag werden de karkassen van de dieren voor het zondeoffer buiten het kamp gebracht en verbrand. [si blz. 29 §38]
33. Wanneer „honing” ingedikt vruchtesap betekende, dan kon het gisten en zou derhalve onaanvaardbaar zijn als offer. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w84 15/3 blz. 26.]
34. Respect voor de bejaarden was een nationale gedragslijn in Israël. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/6 blz. 5.]
35. Opzettelijke, onberouwvolle overtreders van Gods wet werden ter dood gebracht. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w91 15/4 blz. 15.]