Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 3 september tot en met 24 december 1990. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.
[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]
Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:
1. Jakobus’ brief die aanmoedigt tot het tonen van geloof door werken, is in tegenspraak met hetgeen Paulus heeft geschreven betreffende redding door geloof en niet door werken. [si blz. 247 §6]
2. Eén Johannes was klaarblijkelijk bestemd voor de gehele christelijke gemeenschap en niet voor een bepaalde plaatselijke gemeente. [si blz. 254 §5]
3. Een ieder die uit God geboren is, begaat geen zonde. [si blz. 255 §10]
4. „De uitverkoren edele vrouw” aan wie Twee Johannes wordt gericht, kan heel goed betrekking hebben op een christelijke gemeente (2 Joh. 1). [si blz. 256 §1]
5. Drie Johannes geeft ons een interessante blik op de verhouding tussen gemeenten en reizende opzieners. [si blz. 258 §3]
6. Judas sloeg munt uit het feit dat hij een halfbroer van Jezus Christus was. [si blz. 259 §2]
7. De profetieën over de redding van Israël gaan niet in vervulling in het vleselijke Israël maar in de christelijke gemeente (Romeinen hoofdstuk 9-11). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 1/8 blz. 24.]
8. Jehovah ’zorgt voor de uitweg’ door de verzoeking weg te nemen (1 Kor. 10:13). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w75 blz. 320.]
9. De „brandmerken” die bepaalde littekens hadden achtergelaten, kunnen te wijten zijn geweest aan de lichamelijke mishandeling die Paulus had ondergaan (Gal. 6:17). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/11.]
10. Het ’bijeenvergaderen van alle dingen op aarde’ zal doorgaan totdat degenen die in de herinneringsgraven zijn, Jezus’ stem horen en te voorschijn komen (Ef. 1:10). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/11.]
Beantwoord de volgende vragen:
11. Welke raad geeft Jakobus betreffende zonden? [si blz. 248 §14]
12. Welke gezindheid dienen christenen volgens Eén Petrus te bezitten? [si blz. 250 §9]
13. Noem een van de krachtige illustraties die Petrus gebruikte om de zekerheid van Gods oordelen over valse profeten en leraren te tonen. [si blz. 252 §5]
14. Hoe wordt de antichrist geïdentificeerd? [si blz. 255 §7]
15. Waarop heeft de „openbare bekendmaking” waarvan in Romeinen 10:9, 10 melding wordt gemaakt, voornamelijk betrekking? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 1/1 blz. 22 en 15/6 blz. 29.]
16. Hoe kunnen de ouderlingen de ernst beklemtonen van Gods raad om „alleen in de Heer” te trouwen? (1 Kor. 7:39) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w82 1/6 blz. 30]
17. Wat zijn de „brandende projectielen” die op ons geloof worden afgevuurd? (Ef. 6:16) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/11.]
18. Wat was „het doel” waarnaar Paulus streefde? (Fil. 3:13, 14) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/11.]
Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:
19. Jakobus gaf de raad dat wij in plaats van op te snijden over onze plannen, dienen te zeggen ․․․․․․․, zullen wij dit of dat doen. [si blz. 248 §12]
20. In plaats van ongeduldig te zijn ten aanzien van de komst van Jehovah’s dag, dienen wij zijn geduld te beschouwen als iets wat voor vele anderen ․․․․․․․ betekent. [si blz. 253 §7]
21. Algemeen wordt aangenomen dat Johannes’ drie brieven tegen ․․․․․․․ voltooid waren en dat ze in de nabijheid van ․․․․․․․ werden geschreven. [si blz. 254 §2]
22. Om aan te tonen dat goddeloze mensen niet schimpend over heerlijken dienen te spreken, vestigde Judas de aandacht op het voortreffelijke voorbeeld van ․․․․․․․. [si blz. 260 §6]
23. Volgens Romeinen 13:1 bestaan wereldlijke heersers alleen onder Gods ․․․․․․․. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 1/8 blz. 24.]
24. Toen ․․․․․․․ zich uit vrees voor joodse christenen uit Jeruzalem afscheidde van gelovige heidenen in Antiochië, berispte ․․․․․․․ hem. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/11.]
25. Paulus stelde de Filippenzen gerust over ․․․․․․․, die ernstig ziek was geweest. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/11.]
Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:
26. Eén Petrus werd geschreven toen Petrus in (Rome; Jeruzalem; Babylon) was. [si blz. 250 §5]
27. Twee Petrus werd vermoedelijk omstreeks (56; 64; 70) G.T. geschreven. [si blz. 252 §3]
28. Mogelijk onder invloed van (de Griekse filosofie; gevoelens; de Hebreeuwse Geschriften) zeiden enkelen in de gemeente Korinthe dat er geen opstanding van de doden is (1 Kor. 15:32). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/9 blz. 25.]
29. In 2 Korinthiërs 3:18 zinspeelt Paulus op een ervaring van (Mozes; Jozua; Elia). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/9 blz. 26.]
30. Paulus citeerde het voortreffelijke voorbeeld van de (Korinthiërs; Macedoniërs; Efeziërs) omdat zij in de kwestie van materiële gaven heel edelmoedig boven hun vermogen hadden geschonken. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/9 blz. 27.]
Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:
Rom. 7:4; 1 Kor. 4:9; 14:40; 2 Kor. 6:7; 1 Petr. 3:21
31. God treft een voorziening voor redding door middel van de doop en krachtens de opstanding van Jezus Christus. [si blz. 250 §8]
32. Hoewel Paulus en zijn medewerkers van alle kanten werden belaagd, waren zij voor een geestelijke oorlogvoering toegerust. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/9 blz. 27.]
33. Paulus zinspeelde op de dood in de arena. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/9 blz. 24.]
34. Door goed georganiseerde vergaderingen eren wij God. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 15/9 blz. 25.]
35. De dood van Jezus bevrijdde gelovige joden van onderworpenheid aan de Wet. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w90 1/8 blz. 24.]