Tactvol zijn jegens allen — Deel 6
Vanaf juni 1989 heeft er in elke uitgave van Onze Koninkrijksdienst een kort artikel gestaan met bovenstaand thema, genomen uit 2 Timótheüs 2:24. (Zie voetnoot in Studiebijbel.) Dit is een fijne hulp voor ons geweest. Hier volgt nog een korte samenvatting van de voornaamste punten.
Wij hebben de definitie van tact beschouwd en begrijpen wat het betekent om ’altijd minzaam te spreken’ (Kol. 4:6). In kleine groepjes, van 4 tot 6 verkondigers, in de velddienst uittrekken en zo onopvallend mogelijk te werk gaan, is een blijk van consideratie jegens de huisbewoners. Wij beseffen dat in tegenstelling tot onszelf, de mensen in het gebied niet zijn voorbereid op een gesprek en dat wij hen soms bij een bepaalde bezigheid kunnen storen. Wij willen een beroep doen op dingen die mensen interesseren en geen geschilpunten opwerpen; vaak is het een blijk van wijsheid om net als Jezus bepaalde punten te laten rusten (Joh. 16:12). De toon van onze stem en de manier waarop wij dingen zeggen, maken dat het hart bereikt kan worden.
Terwijl wij dus pal staan voor Gods waarheid, zal het feit dat wij altijd hoffelijk zijn en mensen niet in hun gevoelens willen kwetsen, redelijk denkende mensen aantrekken. Daardoor kan de Koninkrijkshoop in hun geest doordringen. Vanzelfsprekend komt ook het geduldig luisteren naar wat de huisbewoners zeggen, in het beeld.
Moge onze door „aangename woorden” en ’zachte antwoorden’ gekenmerkte prediking leiden tot redding van mensen, vreugde bij onszelf en bovenal tot lof van onze liefdevolle God, Jehovah. — Spr. 16:24; 15:1.