Vragenbus
● Is het passend dat een broeder een begrafenisdienst leidt voor iemand uit de wereld van wie algemeen bekend is dat hij een misdadiger is?
Van tijd tot tijd rijzen er vragen in verband met het leiden van een begrafenis wanneer de overledene, zoals een ongelovig familielid van een van Jehovah’s Getuigen, weinig of geen omgang met Jehovah’s Getuigen heeft gehad. Een evenwichtige benadering van het leiden van een begrafenisdienst voor zo’n persoon wordt verschaft in De Wachttoren van 1 december 1977, blz. 727.
Indien ons wordt gevraagd de begrafenis te leiden van een werelds persoon die wordt beschouwd als een algemeen bekendstaande kwaaddoener, dienen wij dit af te wijzen omdat het een ongunstig licht zou werpen op Jehovah en zijn organisatie. — Spr. 18:3.
Hoe staat het met een niet-opgedragen persoon die in het verleden bij kwaaddoen betrokken was? Er bestaat een verschil tussen iemand die ermee voortging een leven van kwaaddoen te leiden en iemand die in het verleden een onverkwikkelijk leven heeft geleid maar zich geestelijk aan het hervormen was en probeerde de nieuwe persoonlijkheid aan te doen (Rom. 12:2; Ef. 4:17, 20-24). De persoon was misschien nog niet een opgedragen en gedoopte christen geworden die rechtschapen wandelde en was gereinigd (1 Kor. 6:9-11; Openb. 7:9, 10). Maar misschien had hij stappen genomen om zijn leven te veranderen, en dit kan in aanmerking genomen worden indien er een verzoek wordt gedaan om zijn begrafenis te verzorgen. Als de ouderlingen van mening zijn dat het de vrede en harmonie van de gemeente niet zou verstoren noch smaad op Gods volk zou brengen, zou er geen bezwaar tegen zijn dat een ouderling een lezing houdt, indien hij het met zijn geweten in overeenstemming kan brengen dat te doen. — 1 Kor. 10:23, 24, 29, 32, 33.