Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 8/89 blz. 5-6
  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
  • Onze Koninkrijksdienst 1989
Onze Koninkrijksdienst 1989
km 8/89 blz. 5-6

Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 1 mei tot 21 augustus 1989. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.

[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]

Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:

1. Met „vele volken” en „machtige natiën” worden politieke natiën en regeringen bedoeld (Micha 4:3). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/5.]

2. Dat het boek Amos in de bijbelcanon thuishoort, wordt bewezen door Stéfanus’ parafrase van drie verzen in Handelingen 7:42, 43 en Jakobus’ aanhaling uit het boek in Handelingen 15:15-18. [si blz. 149 §6]

3. In Zacharia 1:3 werden de joden ertoe aangespoord Babylon te verlaten en naar Jeruzalem terug te keren. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/6.]

4. De vier door paarden getrokken wagens beelden de engelen of geestenkrachten af die tot taak hebben Gods dienstknechten op aarde te beschermen (Zach. 6:1-3). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/6.]

5. Volgens Micha 7:4 was zelfs de beste onder de eigenzinnige Israëlieten even schadelijk of pijnlijk als een stekelstruik of een doornhaag voor wie er te dicht in de buurt komt. [si blz. 157 §15; zie ook w89 1/5.]

6. Jezus stelde niet het in het openbaar uitspreken van gebeden aan de kaak, maar het uitspreken van gebeden om indruk te maken op toehoorders en bewonderende commentaren uit te lokken (Matth. 6:5, 6). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w86 1/11 blz. 8.]

7. De geschiedenis maakt melding van de verwoesting van Moab, Ammon en Assyrië, juist zoals Zefanja had voorzegd. [si blz. 164 §5]

8. Jezus’ woorden in Matthéüs 9:16, 17 geven te kennen dat hij niet was gekomen om het judaïsme op te lappen of te bestendigen, maar om een nieuw stelsel van aanbidding in het leven te roepen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/7.]

9. Jezus’ predikingsinstructies in Matthéüs hoofdstuk 10 waren alleen voor zijn twaalf apostelen bedoeld. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/8 blz. 8.]

10. De joden waren onrein omdat zij de zuivere aanbidding veronachtzaamden (Hag. 2:10-14). [si blz. 167 §11]

Beantwoord de volgende vragen:

11. Welke verachtelijke handelwijze vormde de basis voor Obadja’s veroordeling van Edom? (Obad. 12-14) [si blz. 152 §8]

12. Wie is de „gezalfde” die gered wordt? (Hab. 3:13) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/5.]

13. Wat is de „zuivere taal”? (Zef. 3:9) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/6.]

14. Wat voor zeedier zou Jona opgeslokt kunnen hebben? (Jona 1:17) [si blz. 153 §4, 5; zie ook w89 15/4.]

15. Hoe kon Jozef overwegen in het geheim van Maria te scheiden, aangezien zij slechts verloofd waren? (Matth. 1:19) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/7.]

16. Wat is een van de verheven waarheden waarop in het boek Habakuk de aandacht wordt gevestigd? [si blz. 161 §1]

17. Waarom stelde Jehovah de profeet Haggaï aan? [si blz. 166 §3]

18. Waarom werden Jezus’ discipelen ervan beschuldigd ’hun handen niet te wassen vlak voordat zij een maaltijd nuttigden’? (Matth. 15:2) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/11 blz. 8.]

Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:

19. Dat iemand ’zijn hart scheurt’, betekent dat oprecht, uit het hart komend ․․․․․․․ noodzakelijk is om gedurende de dag van Jehovah gered te worden (Joël 2:12, 13). [w89 15/3 blz. 30]

20. De profeet Amos profeteerde tegen de op luxe gestelde verwoesters die in ․․․․․․․ in ivoren huizen woonden. [si blz. 149 §9]

21. Als vervulling van Obadja’s profetie hield ․․․․․․․ later op te bestaan en is er geen spoor van Edoms nakomelingen meer over. [si blz. 151 §5]

22. De profeet ․․․․․․․ voorzei de geboorteplaats van de Messías. [si blz. 156 §6]

23. De in Matthéüs 5:22 genoemde „Hoge Raad” was ․․․․․․․. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/7.]

24. ․․․․․․․ zal geen zekerheid bieden op de dag van Jehovah’s verbolgenheid (Zef. 1:18). [si blz. 164 §7]

25. Jezus’ gebruik van illustraties had ten doel ․․․․․․․ (Matth. 13:10-15). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/4 blz. 8.]

Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:

26. De profeet (Joël; Amos; Obadja) voorzei dat degenen die de naam van Jehovah aanroepen, veilig zullen ontkomen wanneer God het oordeel aan de goddelozen voltrekt. [si blz. 147 §9]

27. „De stad van bloedvergieten” was (Babylon; Ninevé; Jeruzalem) (Nah. 3:1). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/5.]

28. In plaats van naar Ninevé te gaan, zette Jona in de tegenovergestelde richting koers naar Tarsis, mogelijk het huidige (Portugal; Spanje; Frankrijk). [si blz. 154 §6; it deel 2 blz. 98]

29. „De boodschapper van het verbond” is (Jehovah; Johannes de Doper; Jezus Christus) (Mal. 3:1). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/7.]

30. Het boek Nahum werd enige tijd voor Ninevés verwoesting in (740; 632; 607) v.G.T. geschreven. [si blz. 159 §3; zie ook it deel 2 blz. 505.]

Zoek bij elk van de onderstaande beweringen de juiste schriftplaats:

Micha 6:11; Nah. 1:2, 3; Hab. 3:16, 18; Hag. 1:4-6; Zach. 12:6

31. Plaats materiële belangen nooit vóór geestelijke verplichtingen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/6.]

32. Degenen onder Gods volk die met toezicht belast zijn, moeten buitengewoon ijverig zijn. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/6.]

33. Jehovah neemt wraak op zijn vijanden. [si blz. 159 §8]

34. Wij moeten geduldig op Jehovah wachten voor redding. [si blz. 162 §11]

35. Iemand kan Jehovah niet op aanvaardbare wijze dienen als hij onderwijl oneerlijke zakenpraktijken beoefent. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/5.]

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen