Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 4/89 blz. 5-6
  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Overzicht voor de theocratische bedieningsschool
  • Onze Koninkrijksdienst 1989
Onze Koninkrijksdienst 1989
km 4/89 blz. 5-6

Overzicht voor de theocratische bedieningsschool

Overzicht met gesloten boek gebaseerd op stof van de theocratische bedieningsschool voor de weken van 2 januari tot 17 april 1989. Gebruik een afzonderlijk vel papier en beantwoord daarop zoveel mogelijk vragen in de toegestane tijd.

[Opmerking: Tijdens het schriftelijk overzicht mag alleen de bijbel bij het beantwoorden van elke vraag worden gebruikt. De verwijzingen die achter de vragen staan, zijn voor je persoonlijke nazoekwerk. Bij verwijzingen naar De Wachttoren worden misschien niet altijd de bladzijden en paragrafen vermeld.]

Beantwoord elk van de volgende beweringen met goed of fout:

1. Het derde gedicht van Klaagliederen legt de nadruk op Sions hoop op Gods barmhartigheid en laat zien hoe gepast het is te wachten op de redding die Jehovah brengt. [si blz.131 §10]

2. Jehovah stelde Ezechiël aan om als profeet te dienen, of zijn toehoorders nu acht zouden slaan op zijn profetische boodschap of niet. [si blz. 134 §9]

3. Het kenteken op het voorhoofd duidt op het bezitten van een verstandelijk begrip van de waarheid (Ezech. 9:4). [w88 15/9 blz. 14 §18]

4. Ezechiël kreeg de opdracht geen uiting te geven aan droefheid bij de dood van zijn vrouw om te laten zien dat de joden zo met stomheid geslagen zouden zijn bij Jeruzalems vernietiging dat zij uitdrukkingsloos zouden zijn. [w88 15/9 blz. 21 §24]

5. Dat wij ons in het geestelijk paradijs bevinden, hangt niet van ons eigen gedrag af. [w88 15/9 blz. 24 §10, 11]

6. Alhoewel hogere critici van de bijbel in twijfel hebben getrokken dat Daniëls boek historisch is, rekenen andere schriftuurlijke getuigenissen volledig af met hun beweringen. [w88 1/12 blz. 11 §5]

7. Ezechiëls visionaire tempel bewijst dat de zuivere aanbidding Gogs aanval zal overleven (Ezech. 40-44). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 15/9 blz. 26 §17.]

8. „Beth-Aven” (wat „huis van schadelijkheid” betekent) werd in minachtende zin gebruikt voor Bethel, wat „huis van God” betekent (Hos. 10:5). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/3.]

9. Met de „koeien van Basan” werd gedoeld op de welgedane geestelijke toestand van de inwoners van Samária (Amos 4:1). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/4.]

10. De uitdrukking „reinheid van tanden” duidt op een tijd van hongersnood; de tanden waren rein of schoon omdat er niets te eten was (Amos 4:6). [w89 1/4]

Beantwoord de volgende vragen:

11. Wie is Gog van Magog? (Ezech. 38:2) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 15/9 blz. 25 §14.]

12. Welke drie profeten traden op de voorgrond in de kritieke jaren van 617 tot 607 v.G.T., die culmineerden in de verwoesting van Jeruzalem? [si blz. 132 §2]

13. Wat wordt gesymboliseerd door het water dat uit de visionaire tempel stroomde? (Ezech. 47:1-11) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 15/9 blz. 27 §20.]

14. Wat zal de gehoorzame mensheid in de nieuwe wereld genieten, zoals te kennen wordt gegeven door Ezechiël 47:12? [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 15/9 blz. 27 §21.]

15. Tot welke conclusie kwam koning Nebukadnezar nadat Daniël diens droom had uitgelegd? (Dan. 2:26, 28, 47) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 1/12 blz. 12 §9.]

16. In welke zin zal Jezus „opstaan”, alhoewel hij reeds „optreedt”? (Dan. 12:1) [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w87 1/7 blz. 19 §15.]

17. Wat geven de namen van Gomers kinderen te kennen met betrekking tot de manier waarop Jehovah met Israël zou handelen? (Hos. 1:6, 9) [si blz. 144 §9]

Verschaf het woord of zinsdeel dat nodig is om elk van de volgende beweringen te completeren:

18. Het schijnt dat de profeet ․․․․․․․ eerder profeteerde dan de profeten Jesaja en Micha. [si blz. 146 §3]

19. Het bijbelboek ․․․․․․․ brengt het overweldigende verdriet om de belegering, inneming en verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar onder woorden. [si blz. 130 §7]

20. Door middel van het raadsel in Ezechiël hoofdstuk 17 illustreerde Jehovah hoe nutteloos het was dat Jeruzalem zich om hulp tot ․․․․․․․ wendde. [si blz. 135 §17]

21. Bij het uitleggen van het handschrift op de muur gaf Daniël ․․․․․․․ een schitterend voorbeeld van geloof en moed. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 1/12 blz. 20 §19.]

22. In zijn laatste visioen beschreef Ezechiël de heilige stad met 12 poorten, en de glorierijke naam van die stad luidde ․․․․․․․ [w88 15/9 blz. 27 §23]

23. „De laagvlakte van Josafat” symboliseert de plaats waar op „de dag van Jehovah” ․․․․․․․ (Joël 3:2, 14). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/3.]

24. Daniël ging in ballingschap met de in het jaar ․․․․․․․ gevangengenomen joden. [si blz. 139 §8]

25. Een engel legde uit dat de ’vorst van Perzië’ trachtte te verhinderen dat hij naar Daniël ging, maar dat ․․․․․․․ hem had geholpen (Dan. 10:13). [si blz. 141 §17]

Kies het juiste antwoord in elk van de volgende beweringen:

26. In het boek Hosea wordt de naam (Efraïm; Juda; Jakob) en de naam „Israël” door elkaar gebruikt. [si blz. 144 §8]

27. „Het verbond” heeft betrekking op het (Wetsverbond; nieuwe verbond; Abrahamitische verbond) (Dan. 9:27). [wekelijks bijbelleesprogramma; zie kc blz. 65 §23.]

28. Degenen die Jehovah’s naam aanroepen, ’zullen veilig ontkomen’ als (zij gedoopt worden; zij geregelde verkondigers van Jehovah’s naam worden; God zijn oordeel aan de natiën voltrekt) (Joël 2:32). [wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/3.]

29. Dat Jehovah ’spijt gevoelde’ betekende dat (hij van gedachte veranderde met betrekking tot de bestraffing van de berouwvolle Assyriërs; het hem leed deed dat zij zo’n strenge oordeelsboodschap moesten ontvangen; hij het betreurde dat zijn schepping zo slecht bleek te zijn) (Jona 3:10). [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 15/4.]

30. Ofschoon de bijbel Belsazar als de laatste koning van Babylon vermeldt, was hij feitelijk de mederegent van (Nebukadnezar; Evil-Merodach; Nabonidus). [si blz.140 §12]

Zoek uit welke van de volgende schriftplaatsen bij de onderstaande beweringen passen:

Ezech. 47:13–48:34; Dan. 3:16-18; Dan. 7:13, 14; Hos. 5:1; Hos. 13:14

31. De afvallige priesters en koningen van Israël werden een valstrik en een net voor het volk door hen ertoe te verlokken zich met valse aanbidding in te laten. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/3.]

32. In overeenstemming met dit schriftuurlijke precedent buigen Jehovah’s dienstknechten in deze tijd niet voor nationale symbolen. [Wekelijks bijbelleesprogramma; vergelijk w88 1/12 blz. 19 §17.]

33. Jehovah zou de ongehoorzame Israëlieten niet sparen door hen destijds uit de macht van Sjeool te bevrijden, want zij verdienden geen barmhartigheid. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w89 1/3.]

34. In het Paradijs zal God mensen een plaats toewijzen waar hij verkiest. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie w88 15/9 blz. 27 §22.]

35. Deze profetie heeft betrekking op Jehovah’s gezalfde Koning, Jezus Christus. [Wekelijks bijbelleesprogramma; zie kc blz. 142 §4, 5.]

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen