Wat zijn je plannen voor april?
1 De maand april luidt voor velen van ons een periode van verhoogde velddienstactiviteit in. Gewoonlijk zijn de weersomstandigheden verbeterd en geschikter om langere periodes in de velddienst door te brengen. April blijkt doorgaans een ideale maand te zijn voor het stellen van persoonlijke doeleinden van verhoogde activiteit in de bediening.
2 Welke velddienstregelingen zijn er in jullie gemeente getroffen voor april? Zullen er extra velddienstbijeenkomsten zijn, met inbegrip van avondgetuigenis? Kun je je schema dusdanig aanpassen dat je van deze regelingen gebruik kunt maken en met anderen in de velddienst kunt samenwerken? Kun je andere activiteiten die minder belangrijk zijn tijdelijk opzij zetten?
3 April zal niet alleen een geschikte maand zijn om bezoeken te brengen bij degenen die de Gedachtenisviering bijwonen, maar ook om opnieuw pogingen te doen om de belangstellenden te treffen die het tijdens het wintervakantieseizoen te druk hadden om met je te spreken of die niet thuis waren toen je hen bezocht. Waarom zou je, ofschoon je misschien al verscheidene pogingen hebt gedaan een verder getuigenis te geven, niet door je notities gaan en deze personen weer bezoeken in een poging hun belangstelling voor het goede nieuws te hernieuwen? Misschien zouden bezoekjes op de avond produktief zijn.
4 Veel broeders en zusters zullen in de maand april in de hulppioniersdienst staan. Daaronder zijn er ook met gezinsverantwoordelijkheden en zelfs enkelen met een volledige wereldse baan. Het vereiste van 60 uur per maand betekent een gemiddelde van slechts twee uur per dag.
5 Als je wegens omstandigheden in april niet in de hulppioniersdienst kunt staan, is het misschien mogelijk om je velddienstactiviteit te vergroten door enige tijd in het veld door te brengen met de pioniers of met anderen die ook proberen die maand wat meer in de bediening te doen. Je kunt er zeker van zijn dat Jehovah je krachtsinspanningen zal zegenen. Door middel van zijn geest zal hij je sterkte geven om je doel te bereiken. — Spr. 20:18; 21:5a.