Een voortreffelijke uiting van broederlijke liefde
1 Zoals in Onze Koninkrijksdienst van september 1986 en februari 1987 is besproken, bestaat er nog steeds een dringende behoefte aan meer Koninkrijkszalen. De broeders en zusters schenken geregeld bijdragen ten behoeve van het Koninkrijkszalenfonds van het Genootschap en dit is werkelijk aangenaam. Het is in overeenstemming met de christelijke geest om altijd „mededeelzaam” te zijn. Dat de broeders en zusters edelmoedig geven, bewijst dat wij onze hoop vestigen op God, die „ons alle dingen rijkelijk verschaft om ervan te genieten” (1 Tim. 6:17, 18). In feite worden thans, nog geen jaar nadat het fonds in Nederland van start is gegaan, de eerste leningen reeds verstrekt.
2 Afgezien van de financiële ondersteuning van gemeenten en afzonderlijke personen is er ook anderszins liefdevol gereageerd. Vakkundige werkers hebben hun waardevolle tijd en bekwaamheden vrijwillig aangeboden om noodzakelijke Koninkrijkszalen te helpen bouwen. Anderen hebben apparatuur en materialen bijgedragen. Het is aanmoedigend op te merken dat zo velen van ganser harte met elkaar samenwerken. Laten wij, aangezien wij allen „gaven hebben die verschillen overeenkomstig de onverdiende goedheid die ons is gegeven”, er een volledig gebruik van blijven maken. — Rom. 12:4, 6.
3 Ben je je door het aantal bezoekers op de laatste Gedachtenisviering niet scherp bewust geworden van de verdere noodzaak voor meer Koninkrijkszalen? De apostel Paulus moedigde de Thessalonicenzen aan hun „broederlijke liefde . . . in vollediger mate” tentoon te spreiden (1 Thess. 4:9, 10). Als je dit op de hier genoemde praktische manieren blijft doen, zul je de christelijke geest van geven aan de dag leggen (Matth. 10:8; Hand. 20:35). „Laat [toch vooral] uw broederlijke liefde blijven.” — Hebr. 13:1.