Blijf nog doeltreffender het goede nieuws verkondigen — Door Jehovah en Christus na te bootsen
1 „Wordt daarom navolgers van God, als geliefde kinderen, en blijft in liefde wandelen, zoals ook de Christus u heeft liefgehad, en zich voor u heeft overgeleverd als een offergave en een slachtoffer, tot een welriekende geur voor God” (Ef. 5:1, 2). Zonder de liefde van Jehovah en zijn Zoon waren de onuitsprekelijke voorzieningen voor het eeuwige leven niet tot stand gekomen. Het brengen van het goede nieuws hieromtrent kan zonder het nabootsen van deze liefde, niet met succes worden bekroond.
2 Maar de krachtsinspanningen die in het werk worden gesteld om het goede nieuws gepredikt te krijgen, worden wel met succes bekroond. Als wij in onze bediening resultaten bereiken, dan is dat niet wegens onze opleiding of afkomst, maar vanwege de Koninkrijksboodschap, die weerklank vindt in het hart van degenen die zich bewust zijn van hun geestelijke nood.
3 Maar er is nog een factor, en daarbij komt de grote liefde van Jehovah, die wij willen nabootsen, in het beeld. Jezus sprak als volgt over de goede wil van zijn Vader ten aanzien van een persoon die het goede nieuws hoort: „Niemand kan tot mij komen tenzij de Vader, die mij heeft gezonden, hem trekt” (Joh. 6:44). Hoe „trekt” Jehovah iemand? Door de predikingsactiviteit van Christus’ getrouwe volgelingen. Maar dan dienen de predikers wel dezelfde goede wil jegens de mensheid te koesteren als de Vader.
4 Het zou wellicht menselijk zijn als wij onze bezorgdheid voor de mensen zouden laten verkoelen wanneer hun reactie op onze prediking onverschillig, onvriendelijk of zelfs vijandig is. Wij zullen echter geholpen worden als wij over Gods liefde voor de mensheid mediteren, zoals die bijvoorbeeld blijkt uit Jezus’ woorden in Matthéüs 5:44, 45.
5 Dit begrip van Gods liefde zal ons helpen ons evenwicht in de dienst te bewaren. Het zal ons behoeden voor ontmoediging of zelfs irritatie als mensen de boodschap verwerpen of ons onheus bejegenen. Het zal ons ervan weerhouden om de gedachte te koesteren dat zulke mensen alleen voor het vuur van de grote verdrukking geschikt zijn (Luk. 9:54, 55). Zo’n gedachte zou de doeltreffendheid van onze dienst kunnen verzwakken.
6 Momenteel staat het leven van de gehele mensheid op het spel. Jehovah heeft in zijn boodschap van redding voorzien en ons opgedragen naar de mensen toe te gaan en hun die te brengen, of ze nu willen luisteren of niet (Ezech. 3:10, 11). Hebben wij medelijden met hen? Jezus zag duidelijk in welke omstandigheden mensen zich over het algemeen bevonden. Hij had medelijden met hen en zijn bediening werd hier in grote mate door beïnvloed.
7 Met empathie te werk gaan in onze bediening zal ons ook meer op Jehovah God en Jezus Christus doen lijken. Wij dienen begrip te ontwikkelen voor de gevoelens van mensen die door een vreemde bezocht worden. Hoe voel jij je wanneer er vreemden aan de deur komen? Welke vragen gaan er door je hoofd? Waarschijnlijk: Wie zijn dat? Wat willen zij? Kan ik ze vertrouwen? Onzekerheid kan tot gevolg hebben dat huisbewoners soms minder vriendelijk zijn. Laten wij daarom ons best doen om hen op hun gemak te stellen in plaats van toe te laten dat hun houding een negatieve uitwerking op ons heeft. Empathie zal ons helpen elke negatieve reactie, welke achtergrond die ook mocht hebben, zo op te vangen dat onze dienst daar niet onder lijdt, waardoor wij onze doeltreffendheid zouden verliezen. — Matth. 5:44; Luk. 6:28; Hand. 7:60; Rom. 12:14; 1 Kor. 4:12.