Een toenemend pioniersleger betekent toenemende lofzang
1 Toen Jezus zijn zending op aarde volbracht door het „goede nieuws van het koninkrijk” te prediken, ging hij er al heel gauw toe over een groepje volle-tijddienaren bijeen te brengen, die hij kon uitzenden naar de steden en dorpen die op het „goede nieuws” wachtten. Tot hen zei hij: „Komt achter mij.” Hun reactie? „Terstond lieten zij de netten in de steek en volgden hem.” Eerst werden er twaalf twee aan twee uitgezonden en toen zeventig. En kort nadat Jezus vanuit de hemel de heilige geest op zijn wachtende discipelen in Jeruzalem had uitgestort, kon er tot deze eerste-eeuwse pioniers worden gezegd: „Gij [hebt] Jeruzalem met uw leer vervuld.” — Matth. 4:19, 20; Hand. 5:28.
2 Ja, het christendom was een bruisende religie, en hebben wij in het bovenstaande niet opgemerkt dat bij de aanvang van de eerste-eeuwse gemeente de pioniers de kern uitmaakten?
3 Zo is het ook in deze tijd. Tegen het einde van de vorige eeuw hebben onze gezalfde broeders de grote behoefte aan volle-tijdpredikers gevoeld. Zij lieten de oproep weerklinken: „Gevraagd 1000 predikers.” Honderden kwamen te voorschijn als pioniers en de toename van lofzangers was overweldigend. De geschiedenis van Gods organisatie vertelt ons dat in land na land het werk werd geopend door volle-tijddienaren van het „goede nieuws”, en daaromheen hebben zich krachtige groepen predikers gevormd. In 1927, toen er slechts één pionierster in ons land was, lieten de broeders de oproep weerklinken: „Voor Nederland zoeken wij colporteurs. Broeders en zusters, die zich ter beschikking van dit werk kunnen stellen, worden verzocht zich aan te melden . . .” En zo waren er voor het einde van het jaar acht pioniers in Nederland.
4 Kort daarna weerklonk de oproep in andere landen rondom ons. Vele jonge pioniers in Duitsland en Oostenrijk verlieten huis en haard en kwamen met hun schamele bezittingen maar met veel geloof naar ons land om te prediken. In 1933 stond 41% van de 88 verkondigers in de pioniersdienst. Zelfs gedurende het moeilijke oorlogsjaar 1941 waren 55 van de 639 verkondigers als gewone pioniers werkzaam.
5 Wij prijzen ons daarom gelukkig dat ook in ons land de gewone pioniersdienst en de hulppioniersdienst in de laatste maanden krachtig zijn opgebloeid. Denken jullie je eens in: In de eerste drie maanden van het nieuwe dienstjaar werden er 123 nieuwe pioniers aangesteld. Dit betekent dat 16% van alle pioniers in deze drie maanden zijn aangesteld. Goed zo! Hoe staat het met de hulppioniers? De opgaande lijn in deze tak van dienst is eveneens aanmoedigend en opvallend goed. Maand na maand is het aantal hulppioniers groter dan in dezelfde maand een jaar of twee jaar geleden.
6 Wel, de maand maart heeft vijf volle weekeinden. Een ideale atmosfeer voor hulppioniers. Zou maart 1985 een nog nimmer tevoren gekend aantal hulppioniers kunnen brengen? Wij geloven erin omdat wij hebben waargenomen wat in alle gemeenten van ons land tot nu toe is gedaan. Het „Koninkrijkstoename”-congres heeft ons hart in vuur en vlam gezet voor de volle-tijddienst. Fijne aanmoedigingen in de gemeente, goede voorbeelden van de ouderlingen en dienaren in de bediening, stimulerende regelingen voor velddienst en hulpbetoon zullen de vlam aanwakkeren en daartoe moedigen wij jullie aan met de woorden van de apostel Paulus: „Zijt vurig van geest.” — Rom. 12:11.
7 Betekent dit dat wij in april geen hulppioniers zullen hebben? Natuurlijk niet. April is voor Gods hele organisatie altijd een bijzondere maand van activiteit geweest. Op donderdag, 4 april 1985, zullen er grote drommen mensen voor de herdenking van de dood van onze Heer Jezus samenstromen. Speciale regelingen en inspanningen zullen onze Koninkrijkszalen vol maken. De Wachttoren die simultaan verschijnt, heeft studieartikelen over het Avondmaal. Al deze dingen te zamen geven het antwoord op de vraag of er in april ook hulppioniers zullen zijn. Ja, wij hopen zelfs op een groot aantal.
8 Met deze dingen in gedachten mogen wij verwachten dat de maanden maart en april een ongekende lofzang voor de naam van Jehovah zullen brengen, want bij al deze volle-tijddienaren zullen zich ongetwijfeld vele duizenden anderen aansluiten zodat wij in april zeer zeker hopen meer dan 29.000 verkondigers in het veld te hebben.