Stiptheid — een blijk van attent zijn
1 „Beter laat dan nooit!” of: „Ik mag dan te laat komen op de vergaderingen, maar ik ben er tenminste!” Heb je iemand wel eens zo iets horen zeggen? Maar wat heeft die persoon gemist door te laat op de vergaderingen te komen? Misschien heeft hij het vreugdevolle zingen gemist, dat een essentieel onderdeel van onze aanbidding vormt. Of hij heeft het voorrecht gemist om zich samen met de gemeente in gebed te verenigen. Laatkomers kunnen geen voordeel trekken van de uitwisseling van aanmoediging die uitgaat van de omgang met elkaar voorafgaande aan de vergadering. Als wij te laat komen, kunnen wij bovendien anderen afleiden en er de oorzaak van zijn dat zij niet ten volle profijt van het programma hebben. — Pred. 3:1; Rom. 1:11, 12.
2 Stiptheid geeft er blijk van dat men liefdevolle consideratie heeft en attent is. Het vereist goede planning en overleg. Soms is het misschien echt wel eens onvermijdelijk dat men te laat op een vergadering komt. Het openbaar vervoer heeft misschien vertraging, of de auto laat het afweten. Wij moeten er echter voor zorgen dat een gebrek aan planning, onverschilligheid of eenvoudig niet op tijd van huis gaan er niet de oorzaak van wordt dat wij steevast te laat komen. Wij dienen echt te proberen aanwezig te zijn voordat het programma begint.
3 Sommigen komen misschien te laat omdat zij niet begrijpen hoe belangrijk het is te leren stipt te zijn. Iemand die zonder goede reden steevast te laat komt, kan het respect van anderen verliezen. Hoe dat zo? Bij velen zou de gedachte kunnen post vatten dat hij onattent en onbetrouwbaar is, waardoor men hem ook in andere dingen zou gaan beschouwen als iemand op wie men geen staat kan maken. Anderzijds is stipt zijn een manier om de vruchten van Jehovah’s geest ten toon te spreiden. — Gal. 5:22, 23.
4 Wat is het aanmoedigend om naar de vergaderingen te komen en daar de ouderlingen en dienaren in de bediening aan te treffen, die ons staan op te wachten om ons te begroeten en ons een warm gevoel te geven van diepe waardering voor onze voortreffelijke theocratische familie. — Rom. 15:7.
5 Op tijd komen is ook van belang voor onze velddienstbijeenkomsten. Stiptheid heeft tot gevolg dat er meer tijd wordt besteed aan het uiterst belangrijke werk dat bestaat in het prediken en het maken van discipelen. Maar als je door omstandigheden te laat zou zijn voor de velddienstbijeenkomst en je zou toch met de groep willen samenwerken, kun je de verkondigers wellicht in het gebied treffen.
6 Als wij stipt zijn, zal dat respect afdwingen voor ons en voor de organisatie die wij vertegenwoordigen. Ja, stiptheid geeft er blijk van dat wij attent zijn. Het is een bewijs van ordelijkheid (1 Kor. 14:40). Wanneer je bijvoorbeeld voor het eten bent uitgenodigd, getuigt het van achting voor je gastheer en de andere gasten als je stipt bent. Is het zelfs niet nog belangrijker om op geestelijke maaltijden met de gemeente op tijd te komen? Wij dienen altijd respect te tonen voor zowel onze Gastheer, Jehovah God, als voor zijn overige gasten, alsmede voor de voorziening van geestelijk voedsel.
7 Ouders kunnen hun kinderen het goede voorbeeld geven door stipt te zijn. Wij allemaal, met inbegrip van onze kinderen, dienen onszelf en de organisatie die wij vertegenwoordigen, aan te bevelen door stipt te zijn. Het is heel goed om ook het aan de dag leggen van deze eigenschap te zien als een toepassing van Paulus’ woorden: „In geen enkel opzicht geven wij aanleiding tot struikelen, opdat er geen aanmerkingen op onze bediening gemaakt kunnen worden, maar in elk opzicht bevelen wij ons als Gods dienaren aan.” — 2 Kor. 6:3, 4.