Maak je kinderen tot discipelen
1 Jezus gebood zijn volgelingen: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, . . . en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb” (Matth. 28:19, 20). Een belangrijker werk is er niet. Het bestaat in het onderwijzen van mensen zodat zij Jehovah leren kennen en hem van harte gaan liefhebben en dienen. Ouders hebben bovendien de verantwoordelijkheid om ook hun kinderen tot discipelen te maken. — Ef. 6:4.
2 Kinderen tot discipelen maken is iets waarbij heel veel betrokken is. Een van de belangrijkste dingen is, geregeld elke week een gezinsbijbelstudie te hebben. Wanneer wij met een geïnteresseerde studeren, houden wij rekening met zijn persoonlijkheid en zijn wij bedacht op elke zienswijze die zijn geestelijke groei zou kunnen belemmeren. Wij stellen hem vragen en luisteren zorgvuldig naar zijn reactie, zodat wij weten welke geestelijke aanmoediging hij nodig heeft. Ouders die zich om hun kinderen bekommeren, zullen nog zorgvuldiger aandacht schenken aan de denk- en zienswijze van hun kinderen.
3 Ouders dienen waakzaam te zijn ten einde elke eventuele neiging om naar de wereld af te drijven, te onderkennen. Indien wij als volwassen christenen zelf al op dit gevaar bedacht moeten zijn, hoeveel te meer dienen wij ons er dan van te overtuigen dat onze kinderen in geestelijk opzicht vorderingen maken! Wanneer kinderen geen commentaar geven op de vergaderingen of altijd een eenvoudig antwoord uit de paragraaf voorlezen, dan hebben zij hulp van hun ouders nodig. Laat hen tijdens de gezinsstudie paragrafen uitkiezen waarop zij commentaar willen geven en help hen het antwoord in hun eigen woorden voor te bereiden. Door suggestieve vragen te stellen, kun je hen helpen over schriftuurlijke kwesties te redeneren. Doordring hen van Jehovah’s goedheid en liefde en van het feit dat zij in alles verantwoording aan hem verschuldigd zijn. — Spr. 1:7.
4 Elke dag wordt een kind op school met nieuwe zienswijzen geconfronteerd, zowel tijdens de lesuren als in de omgang met medescholieren. Niet al deze zienswijzen zijn heilzaam. Wegens gebrek aan ervaring kan een kind onjuiste waarden accepteren, en geleidelijk kan het geestelijke fundament dat de ouders proberen te leggen, door de geest van de wereld worden aangetast. De ouders staan elke dag voor de taak, te weten te komen wat er in de geest van hun kinderen is geplant, uit te roeien wat verkeerd is en dit te vervangen door de heilzame waarheden uit Gods Woord. Dit vereist veel zorgvuldige overdenking en constante aandacht van de zijde van de ouders, willen zij hun kinderen tot discipelen maken. — 2 Kor. 10:4; Ef. 6:10-18; 1 Petr. 5:8.
5 Heb je je kinderen, nu zij weer naar school gaan, toegerust met de geestelijke wapenrusting die zij nodig hebben om „alle brandende projectielen van de goddeloze [te] kunnen blussen”? (Ef. 6:16) Hebben zij een goed begrip van de fundamentele strijdpunten waarmee zij wellicht geconfronteerd worden, zoals christelijke neutraliteit, de vlaggegroetkwestie, feestdagen en evolutie, zodat ze deze duidelijk en logisch kunnen uitleggen? Bereid je hen, naarmate zij ouder worden, erop voor de juiste beslissingen te nemen ten aanzien van slechte omgang, het maken van afspraakjes, drugs en seksuele immoraliteit? Het zal niet gemakkelijk zijn, maar door ijverige krachtsinspanningen kun je erin slagen hen te helpen tijdens hun schooljaren geestelijk te groeien. — Fil. 4:13.
6 Stel je kinderen al vroeg theocratische doeleinden voor ogen — gewone pioniersdienst, Betheldienst of zendingswerk. Moedig je kinderen aan om tijdens de schoolvakanties in de hulppioniersdienst te gaan. Wat was Hanna gelukkig met de vele zegeningen die zij van Jehovah ontving omdat zij haar eerstgeborene ten behoeve van Jehovah’s dienst had afgestaan (1 Sam. 2:18-21). Thans smaken vele theocratische ouders de vreugde te zien dat een of meer van hun kinderen getrouw dienst verrichten in de een of andere tak van volle-tijddienst. Zij weten dat dit niet alleen een bescherming voor hun kinderen is, maar ook tot rechtvaardiging van Jehovah’s naam strekt. Jehovah schenkt rijke zegeningen aan degenen die hem van ganser harte dienen (Spr. 10:22). Alle ouders die hun kinderen ertoe aanmoedigen Jezus’ raad op te volgen om de Koninkrijksbelangen op de eerste plaats te stellen, zijn beslist verstandig. — Matth. 6:33.
7 Een van de beste manieren om een kind op te leiden, is door het voorbeeld te geven. Woorden zonder overeenkomstige daden hebben geen blijvende uitwerking op een kind. Vooral het voorbeeld van ouders wordt door een kind geïmiteerd. Wanneer je hem aanmoedigt de Koninkrijksbelangen op de eerste plaats te stellen en wanneer je wilt dat hij goed gemotiveerd raakt, dan moet je dit in je handelwijze weerspiegelen. Indien het kind ertoe wordt aangemoedigd te gaan pionieren, dan dienen zijn ouders de velddienst ernstig op te vatten door zoveel te doen als zij redelijkerwijs kunnen en indien mogelijk van tijd tot tijd in de hulppioniersdienst te gaan. Er kunnen geen twee maatstaven van gedrag en spraak bestaan, één voor de Koninkrijkszaal en één voor thuis.
8 De gezinsstudie dient serieus te worden genomen en moet niet aan het toeval overgelaten worden, d.w.z. dat er alleen samen gestudeerd wordt als er niets anders te doen is. Ouders die zich krachtig inspannen om zelf een voortreffelijk voorbeeld te zijn en hun kinderen dienovereenkomstig tot discipelen te maken, smaken de vreugde hen in liefde voor Jehovah’s organisatie te zien groeien.
9 Het is in deze laatste dagen voor ouders beslist een uitdaging een gezin in de waarheid groot te brengen. Dit zijn werkelijk „kritieke tijden . . . die moeilijk zijn door te komen” (2 Tim. 3:1-5). Wij merken dat de wereld eropuit is onze kinderen in haar vorm te wringen. Wij weten dat zij die naar de wereld zijn gevormd, door Jehovah afgesneden zullen worden (Rom. 1:28-32). Daarom is het van levensbelang dat wij ons krachtig inspannen om onze kinderen tot discipelen te maken, net zoals wij hard werken om onze naasten te helpen de prijs, „het tegenwoordige en het toekomende leven”, vast te grijpen. — 1 Tim. 4:8b.