Jehovah’s huis een warm hart toedragen
1 Wij weten dat het huis van Jehovah dat in Emmen gebouwd wordt, in het midden van de belangstelling van jullie allen staat. Ongetwijfeld hebben jullie tegen deze tijd ook de fotoreportage met „Nieuws over de bouw van Bethel” ontvangen en daardoor zijn jullie weer up to date gebracht met betrekking tot de vorderingen aan het nieuwe Bethelhuis. Waar wij echter niet vaak over gesproken hebben, is de financiële zijde van dit grote project en aangezien het Bethelhuis ons gezamenlijke huis is, vinden wij het prettig jullie deelgenoot te maken van de stand van zaken.
2 Begin 1977 kochten wij het mooie stuk bouwgrond in Emmen voor rond ƒ 3.600.000,–. Tot op heden hebben wij aan de bouwvoorbereidingen en de bouw zelf ƒ 5.400.000,– besteed. In totaal dus al ƒ 9.000.000,–. Tot op dit moment is er aan leningen en giften een bedrag van ruim ƒ 3.166.000,– voor de bouw binnengekomen en zoals wij destijds hebben geschreven (Zie Onze Koninkrijksdienst van mei 1981) zijn wij uitermate dankbaar voor de financiële offers die jullie je getroosten. Gelukkig kunnen wij bij deze gaven en leningen ook de inkomsten aan lectuur en tijdschriften voegen, omdat wij daar tot op heden nog geen rekening voor hebben hoeven te betalen aan de drukkerijen in Amerika, Engeland en Duitsland. Mede daardoor zijn wij in staat de bouw aan het nieuwe huis voort te zetten. Dat op zich is een heel positief en dankbaar stemmend aspect. Uiteraard zal de verkoop van ons huidige pand, waaraan jullie in het verleden ook ruim hebben bijgedragen, enige miljoenen guldens opbrengen. Aangezien de ruwbouw van de drukkerij en de expeditieruimte is gereedgekomen en er reeds een begin wordt gemaakt met de kantoren en het woonhuis, worden er nu definitieve plannen voor de toekomstige inrichting gemaakt.
3 Zoals jullie allen weten, wordt er in het complex een moderne offsetdrukkerij ingericht. Ook komen er 56 woonkamers. De uitrusting van de drukkerij en de aankleding van het Bethelhuis zullen nog veel geld vereisen en daarom vinden wij het op dit moment passend jullie te schrijven.
4 Voor de verdere voortgang van het werk moedigen wij individuele verkondigers en ook de gemeente in haar geheel ertoe aan opnieuw te bekijken of zij het Genootschap kunnen helpen met het beschikbaar stellen van renteloze leningen. In onze brief van 22 mei 1980 is uiteengezet hoe dit gedaan kan worden en deze brief kan misschien opnieuw aan het mededelingenbord gehangen worden. Mochten gemeenten grotere bedragen in kas hebben die voor een bepaald doel zijn gespaard, dan wil zo’n gemeente misschien beschouwen of het wellicht een goed idee zou zijn dit geld tijdelijk aan het Genootschap te lenen ten behoeve van de bouwwerkzaamheden.
5 Natuurlijk willen wij ook niet vergeten dat binnen Jehovah’s organisatie veel van de gelden die nodig zijn voor de prediking van het „goede nieuws” door vrijwillige bijdragen bijeengebracht worden (2 Kon. 12:9). Het nieuwe Bethelhuis zal een machtig instrument voor de prediking zijn. Reeds geruime tijd bevindt zich in elke Koninkrijkszaal een speciale bijdragenbus voor de bouw en wij moedigen jullie allen ertoe aan Jehovah’s huis een warm hart toe te dragen. In de geest van 1 Korinthiërs 16:2 staat zo’n bus er voor iedereen, zowel jong als oud. Als wij even dankbaar stilstaan bij de materiële voorspoed die Jehovah ons in dit land geeft, hoe fijn en zegenrijk is het dan om spontaan te reageren op de aansporing van de Schrift in Spreuken 3:9: „Eer Jehovah met uw waardevolle dingen en met de eerste vruchten van heel uw opbrengst.” Jehovah belooft ons hiervoor te belonen. In het volgende vers staat: „Dan zullen uw voorraadruimten met overvloed gevuld worden.” Zou het niet heerlijk zijn als jong en oud in de gemeente zou beseffen wat een voorrecht het is mee te bouwen aan Jehovah’s huis en daardoor een speciale zegen van Jehovah te ontvangen.