Hartelijk bedankt!
De apostel Paulus kon dit uit het diepst van zijn hart over de gemeenten van Macedonië zeggen omdat ze met gulle hand bijdragen ter bevordering van de verbreiding van het „goede nieuws” hadden geschonken. Over hun gaven voor de bediening schreef hij: „Zij hebben dit naar hun werkelijke vermogen gedaan ja, ik getuig dat het boven hun werkelijke vermogen is geweest.” — 2 Kor. 8:3.
In deze tijd is het nog precies zo. Ook jullie allen, te zamen met de vele geïnteresseerden die het werk van Jehovah een warm hart toedragen, hebben op overvloedige wijze bijdragen geschonken voor de bouw van het nieuwe Bethelhuis in Emmen. Wij prijzen jullie hiervoor en zeggen jullie van harte dank. Het is voor ons heel duidelijk dat jullie de bouw van het nieuwe Bethelhuis als een aangelegenheid beschouwen waar jullie sterk bij betrokken zijn en daarom zegent Jehovah de werkzaamheden ook zo. Mogen wij jullie vertellen hoe alles tot dusver is gelopen en hoe wij er financieel voor staan?
Uit de paar inlegvellen die in verband met de bouw zijn verschenen, is het overduidelijk dat er van jullie zijde spontaan en gul is gereageerd op ons verzoek om goederen en materialen die voor de bouw nodig zijn. Bovendien is het een grote vreugde te zien hoezeer alle gemeenten meeleven door op bepaalde tijden soms wel met een hele bus met vrijwilligers te komen werken. Voeg hierbij nog de vele individuele werkers die zich als vrijwilligers melden. Is het dan niet overduidelijk dat Psalm 110:3 ook in verband met de nieuwbouw in vervulling gaat? Wij geloven echter dat het jullie allen ook zal interesseren te vernemen wat er in de loop van de gehele bouwperiode op financieel gebied is bijgedragen.
De brief van 22 mei 1980 stelde alle broeders en zusters in de gelegenheid geld ten behoeve van de bouw aan het Genootschap te lenen of te schenken. Tot op het moment van het schrijven van deze dankbrief is er ƒ 1.165.700 aan leningen binnengekomen en ƒ 735.946,71 aan vrijwillige bijdragen, zowel van gemeenten als van individuele personen. Dat is ƒ 1.901.646,71 totaal. Dit vertegenwoordigt een formidabele bijdrage ten behoeve van de nieuwbouw. Daarbij komt nog dat gemeenten ermee zijn doorgegaan hun normale bijdragen voor het Koninkrijkswerk naar het Genootschap te sturen. En als wij bovendien nog beseffen dat er in heel wat gemeenten aan een nieuwe Koninkrijkszaal wordt gebouwd, of plannen voor een nieuwe Koninkrijkszaal worden uitgewerkt, dan kunnen wij met de apostel Paulus zeggen: ’Jullie hebben dit naar jullie werkelijke vermogen gedaan, ja, wij getuigen dat het boven jullie werkelijke vermogen is geweest.’ Dank jullie hartelijk voor deze liefdevolle uitingen van warme belangstelling voor de nieuwbouw!
Natuurlijk hebben jullie er recht op ook te weten wat het gebouw naar onze mening zal gaan kosten. De schatting is dat hier zo’n 8 à 8 1/2 miljoen gulden mee gemoeid zal zijn. Tot op het schrijven van deze brief is aan materialen en andere posten, zoals arbeidsloon, onkosten van de architect, enzovoort, reeds ƒ 2.494.702 uitgegeven. Wij zien dus dat een groot deel van het geld dat tot op heden voor de bouw is uitgegeven, gedekt is door het bedrag dat tot nu toe alleen al als extra gaven en leningen voor de bouw is binnengekomen. Dit is bijzonder positief en prijzenswaardig. Het schenkt ons het vertrouwen dat dit grote project met onze gezamenlijke inspanningen tot een goed einde zal worden gebracht.
Broeders en zusters, dit wilden wij jullie even schrijven om jullie in te lichten. Wij zijn intens dankbaar voor jullie vertrouwen dat wij spaarzaam met dit vele geld zullen omgaan en het volledig ten goede van het werk van de Heer zullen laten komen. In al ons werk zien wij naar hem op om ons verder te zegenen.