Vragenbus
● Wanneer kunnen bijbelstudies en anderen ertoe worden uitgenodigd een aandeel aan de velddienst te hebben en als verkondiger worden gerekend?
Het geeft ons beslist vreugde wanneer een nieuweling ons in het openbare predikingswerk wil vergezellen. Terzelfder tijd beseffen wij de noodzaak om Jehovah’s naam en de naam van de gemeente voor elke eventuele smaad te behoeden. Dit vereist zowel van de zijde van de ouderlingen als van de verkondigers onderscheidingsvermogen.
Over het algemeen gesproken heeft de verkondiger die de wekelijkse bijbelstudie leidt, een goede gelegenheid om de geestelijke vorderingen van de nieuweling te beoordelen. Doordat een oplettende onderwijzer zijn leerling hoort praten en week na week zijn gedrag gadeslaat, kan hij zien of de leerling toelaat dat Gods Woord wortel schiet in zijn hart, zodat hij ertoe gebracht wordt zijn leven in overeenstemming te brengen met Jehovah’s rechtvaardige maatstaven. — Jak. 1:21; 1 Thess. 2:13.
Het is echter goed om, voordat je een nieuweling uitnodigt ons in de openbare predikingsdienst te vergezellen, de vragen op bladzijde 126, paragraaf 2, van het Organisatie-boek door te nemen. Indien jij als leraar de elf daar gestelde vragen bevestigend kunt beantwoorden, zal jouw bijbelstudie dat ongetwijfeld ook kunnen en zal hij gereed zijn om met jou een aandeel aan het werk te hebben. Indien je over het een of andere punt echter in onzekerheid verkeert, kun je op een geschikt moment wat passende schriftplaatsen beschouwen en de leerling uitnodigen daar commentaar op te geven. Je kunt je er dan van vergewissen of hij de belangrijkheid van het naleven van alle schriftuurlijke vereisten, met inbegrip van het zich onthouden van tabak, begrijpt (Matth. 28:20). Wanneer je behoefte aan raad hebt, kun je er natuurlijk met een ouderling, wellicht je boekstudieleider, over praten. Indien dat raadzaam mocht zijn, kan hij met de nieuweling gaan spreken.
Wanneer een nieuweling zijn eerste velddienstbericht inlevert, dient de secretaris daar nota van te nemen en de dienstopziener in te lichten. Zo spoedig mogelijk zal de dienstopziener de kwalificaties van de nieuweling willen bespreken met de broeder of zuster die de bijbelstudie leidt. Daarna zal hij er regelingen voor treffen om persoonlijk met de nieuweling te spreken ten einde hem beter te leren kennen en om over de verantwoordelijkheden en vreugden te spreken die gepaard gaan met het afleggen van getuigenis omtrent Jehovah’s naam en koninkrijk. Na ruggespraak met de presiderende opziener kan de dienstopziener, als de nieuwe verkondiger aan de vereisten voldoet, de secretaris vragen een verkondigersberichtkaart uit te schrijven. Op deze wijze zullen de ouderlingen de nieuwelingen beter kunnen helpen. Richtlijnen over kinderen die als verkondiger geteld worden, staan op bladzijde 127 paragraaf 1, van het Organisatie-boek.
Indien wij allen Jehovah’s hoge maatstaven in gedachte houden, kunnen wij, naarmate het aantal discipelen elk jaar toeneemt, zeker zijn van zijn voortdurende zegen en geest op ons werk.