Vragenbus
◼ Wanneer het rechterlijke comité van een gemeente na het horen van de getuigen en het beschouwen van het bewijsmateriaal tot het besluit komt dat de beschuldigde uitgesloten moet worden, wat dienen zij verder dan nog ten aanzien van hem te doen?
Het is op zijn plaats dat het comité met hem spreekt en hem laat weten dat zij besloten hebben hem uit de gemeente te sluiten. Vervolgens zullen zij hem vragen of hij van plan is in beroep te gaan. Dit staat hem vrij als hij gelooft dat er een ernstige beoordelingsfout is gemaakt. Indien hij in beroep wenst te gaan, zal zijn uitsluiting nog niet worden bekendgemaakt. In dat geval moet hem worden verteld dat hij een week de tijd krijgt om in beroep te gaan. Hij zal dit schriftelijk aan het rechterlijke comité kenbaar maken met opgave van de redenen die hij voor zijn beroep wil aanvoeren. Wanneer zijn brief waarin hij de wens te kennen geeft in beroep te gaan, is ontvangen, dient het lichaam van ouderlingen er regelingen voor te treffen dat een beroepscomité zijn zaak indien mogelijk binnen een week opnieuw behandelt. In dit comité kunnen plaatselijke ouderlingen of ouderlingen uit nabijgelegen gemeenten zitting hebben. Het dienen ervaren en bekwame mannen te zijn. Wanneer het niet al te veel ongemak met zich brengt zou het goed zijn als een reizende opziener ook zitting zou kunnen nemen in het comité of een suggestie zou kunnen geven wie er in het comité van beroep zouden kunnen dienen. Ook kan het zijn dat de ouderlingen het bijkantoor willen opbellen ten einde raad te ontvangen met betrekking tot het formeren van een beroepscomité. Gewoonlijk is dit echter niet nodig.
Geeft de beschuldigde daarentegen niet te kennen dat hij in beroep wenst te gaan, dan zal het rechterlijke comité een korte, passende mededeling opstellen om aan de gemeente voor te lezen. Bovendien zullen zij de beschuldigde persoon erop wijzen hoe noodzakelijk het is dat hij tot berouw komt terwijl zij hem ook moeten uitleggen welke andere stappen hij kan doen om te zijner tijd weer hersteld te worden. Dit zou een uiting van hulpvaardigheid en vriendelijkheid zijn, in de hoop dat hij een andere weg zal gaan bewandelen en er na verloop van tijd voor in aanmerking zal komen weer in Jehovah’s organisatie terug te keren. — 2 Kor. 2:6, 7.