Congresnieuws
De „Zegevierend geloof”-congressen gingen in juni goed van start met op 14 congressen een totaal aantal van 600.489 personen op de openbare lezing. Op deze eerste congressen werden 3856 personen gedoopt. Ondertussen zijn ook de congressen in Europa achter de rug. Vele tienduizenden hebben ze bezocht.
Het congresprogramma werd enthousiast ontvangen. Het geestelijke voedsel waarin werd voorzien, werd als „bijzonder geloofversterkend” beschreven. Velen uitten hun waardering voor de wijze waarop de nadruk werd gelegd op de velddienst. „Het is een oproep tot actie”, aldus één broeder. Een ander merkte op: „Het heeft werkelijk het hart van de broeders geraakt. We zullen zien wat het resultaat ervan is . . . het is duidelijk dat er een ernstiger kijk op de dienst is gekomen — en dit is er de tijd voor.”
Op vrijdagochtend hadden duizenden een aandeel aan de velddienst, waarbij zij de speciale tassen gebruikten die veel aandacht trokken. Eén verslag luidde: „De mensen wisten dat Jehovah’s Getuigen in de stad waren.” Het was opwindend om aan de goed georganiseerde veldtocht deel te nemen. De Koninkrijksverkondigers leken wel op een zwerm sprinkhanen terwijl zij woonwijken bewerkten, straatwerk deden en personen in kantoren en winkels opzochten. Op verscheidene plaatsen vergezelden verslaggevers de broeders bij het van-deur-tot-deurwerk, en zij schreven interessante verslagen.
En wat valt er over het gedrag van de congresgangers te zeggen? Steeds weer opnieuw kwamen de broeders onder de indruk van de oplettendheid van de toehoorders, de wijze waarop gezinnen bij elkaar bleven en het voortreffelijke gedrag van de kinderen. Vergeleken met vorige congressen, waren minder personen tijdens het programma aan het werk. Dit alles heeft tot het ordelijke verloop van de congressen bijgedragen. Een ouderling zei: „Het was werkelijk een vreugde er te zijn en je op het uitstekende programma te concentreren.” Buitenstaanders, onder wie hotelhouders en stadionpersoneel, gaven commentaar op de ordelijke wijze waarop de congresgangers zich gedroegen.
Vele verslagen die wij hebben ontvangen, spreken dus over de voordelen van het toepassen van de raad en de herinneringen die voorafgaand aan de congressen zijn gegeven. Dit behaagt Jehovah beslist, hetgeen wel blijkt uit de rijke zegeningen die hij heeft uitgestort. Mogen wij allen ermee voortgaan ’een voortreffelijk gedrag onder de natiën te bewaren’, terwijl wij nu met dezelfde geest als op de internationale congressen aan de dag werd gelegd, in de velddienst voorwaarts gaan. — 1 Petr. 2:12.