Het goede nieuws aanbieden — Door nabezoeken te brengen
1 Een belangrijk onderdeel van het werk dat Jezus zijn volgelingen opdroeg, was discipelen te maken. Niet alleen zei hij dat ’dit goede nieuws van het koninkrijk gepredikt zou worden’, maar hij gebood ook: „Maakt discipelen . . . en leert [hen]” (Matth. 24:14; 28:19, 20). Heb jij een aandeel aan deze tak van de dienst des Heren? Zou je graag enkele suggesties hebben over de wijze waarop je dit werk kunt verrichten?
2 De sleutel tot het maken van discipelen ligt hierin er moet tijd aan worden besteed de waarheid met mensen te bespreken. De bijbel bericht dat Jezus bij een zekere gelegenheid twee geïnteresseerde personen zo omstreeks 4 uur n.m. bij hem thuis uitnodigde en de rest van de dag met hen doorbracht (Joh. 1:39). Later, nadat zij een aantal maanden door hem waren onderricht voordat zij weer aan hun visserswerkzaamheden gingen, reisden zij met hem mee. (Zie Aid-boek, tabel op bladzijde 928.) Weldra waren zij zeer actieve verkondigers van het goede nieuws. In Éfeze zorgde Paulus ervoor dat degenen die meer wilden leren, iedere dag tijd met hem konden doorbrengen, indien zij dit wensten, om hun kennis van de waarheid op te bouwen (Hand. 19:9, 10). Er werd daar een fijne gemeente gevormd. Ook wij zullen resultaten krijgen als wij regelingen treffen om op een geregelde basis tijd met geïnteresseerde personen door te brengen.
3 Maar misschien zul je zeggen dat je niet over adressen beschikt waar je nabezoeken kunt brengen. Misschien heb je die toch wel. Het is natuurlijk passend om een nabezoek te brengen bij iemand die lectuur heeft genomen. Een broeder in de Verenigde Staten maakt echter de volgende interessante opmerking: „De afgelopen maand heb ik met 26 personen tijdens het eerste bezoek afgesproken om bij hen terug te komen. Het interessante hiervan is dat 22 van hen geen lectuur hadden genomen! Zij waren echter bereid hun zienswijze tot uitdrukking te brengen over een schriftplaats die ik voor hen opschreef om in hun bijbel op te zoeken.” Waarom probeer je het niet?
4 Verkondigers die niet veel nabezoeken brengen, hebben gewoonlijk geen geregelde tijd voor deze activiteit opzij gezet. Hoe staat het wat dit betreft met jou? In plaats van steeds maar weer meer gebied te bewerken, kan het zeer nuttig zijn om ongeveer de helft van je getuigenistijd te besteden aan het brengen van nabezoeken bij personen die je eerder hebt ontmoet. Geef voorrang aan degenen die de meeste belangstelling toonden, maar bezoek, wanneer de tijd het toelaat, ook degenen die slechts een beetje belangstelling toonden. Je kunt dit doen op dezelfde dag dat je van huis tot huis gaat, of je kunt bij gelegenheid de hele velddienstperiode aan het brengen van nabezoeken besteden. Verwaarloos je nabezoeken niet.
5 Als je, mogelijk in het van-huis-tot-huiswerk, een belangstellende persoon ontmoet, is het een goed idee om de grondslag voor je nabezoek te leggen. Hoe? Een van de doeltreffendste manieren is door een definitieve vraag te stellen. Als de huisbewoner een vraag stelt, waarom die dan niet te gebruiken, waarbij je belooft ’wat extra nazoekwerk te zullen doen en het punt tijdens je volgende bezoek met hem door te nemen?
6 Maar misschien stelt de huisbewoner geen vraag. Wat dan? Welnu, dan doe jij het. Een pionier schreef dat hij voortreffelijke resultaten kreeg door zelf vragen te stellen. Tijdens zijn eerste bezoek heeft hij misschien het thema „Leven wij thans in het laatste geslacht van de wereld?” besproken. Wanneer deze vraag is beantwoord, zegt hij: „Als deze generatie het einde van de wereld zal meemaken, werpt dit enkele interessante vragen op: „Wat zal er na het einde van de wereld komen? Zal de aarde blijven bestaan? Zullen er mensen zijn die deze vernietiging zullen overleven?” In zijn brief merkte deze broeder op: „Op dit punt eindig ik het gesprek, zodat de huisbewoner nieuwsgierig is naar het antwoord. Deze methode is zo succesvol geweest dat sommige mensen ons drie of vier keer per week lieten terugkomen; anderen lieten ons niet weggaan voordat wij het antwoord hadden gegeven, ja, één man deed zelfs de deur op slot.
7 Bereid je voor, alvorens je het nabezoek brengt. Heb enkele schriftplaatsen in gedachten, maar niet dezelfde die je tijdens je eerste bezoek hebt gebruikt. Leg het fundament niet opnieuw; bouw erop voort. Je kunt goede ideeën krijgen uit Schema’s voor toespraakjes. Vergeet niet om Jehovah’s geest te bidden en te vragen of hij het hart van de huisbewoner wijd wil openen. — Hand. 16:14.
8 Je hoeft niet elk punt dat je gaat behandelen, van tevoren uit te stippelen; het is echter wel een hulp te weten hoe je gaat beginnen. Heb de volgende punten in gedachten: (1) De naam van de huisbewoner (2) waar je het de vorige keer over hebt gehad en (3) welke schriftplaatsen je zou kunnen gebruiken om verdere belangstelling aan te kweken voor een onderwerp dat de persoon aansprak. Na de persoon bij name te hebben begroet, zou je kunnen zeggen: „Ik heb aan u gedacht sinds we de vorige week dat aangename gesprek over de bijbel hadden en ik hoop dat u een paar minuten zult hebben zodat ik u vertellen kan wat ik heb gelezen. [Noem de voordien gestelde vraag of welk onderwerp maar ook.] Mag ik even binnenkomen?”
9 Als zij zeggen dat zij het te druk hebben, gebruik dan onderscheidingsvermogen. Je zou kunnen antwoorden: „Dat begrijp ik”. Maar vraag dan: „Hebt u misschien één minuut zodat ik een gedachte met u kan delen voordat ik wegga?” De meeste mensen zullen hierin toestemmen. Lees dan een van de schriftplaatsen die je in gedachten had en geef er commentaar op. Houd het kort. Laat hun weten dat je nog enkele andere punten had willen bespreken en maak een afspraak om terug te komen. Dikwijls zijn er een aantal korte nabezoeken nodig voordat de geestelijke eetlust van de huisbewoner begint toe te nemen. Wees geduldig.
10 In veel gebieden is het grote probleem de mensen thuis te vinden. Geef het niet op. Er staan levens op het spel. Probeer hen op te bellen. Schrijf een brief. Laat een recent tijdschrift achter, misschien met een persoonlijke aantekening waarin je de aandacht vestigt op een artikel waarvan je meent dat het de speciale belangstelling van de huisbewoner zal hebben. Soms zijn er na maanden van herhaalde pogingen fijne studies opgericht. Houd in gedachten dat ons werk niet klaar is wanneer wij van huis tot huis zijn gegaan. Onze opdracht houdt ook in ’discipelen te maken en hen te onderwijzen’.