Brief van het bijkantoor
Geliefde Koninkrijksverkondigers,
Wij hebben ons hier in Nederland jarenlang kunnen verheugen over het feit dat duizenden nieuwelingen met de Koninkrijksprediking begonnen. Andere landen zien die groei nog steeds. In november 1977 had Italië al een hoogtepunt van 68.000 verkondigers van het „goede nieuws”. In Japan heeft een hoogtepunt van 43.000 verkondigers bericht ingeleverd, met een gemiddeld aantal uren van ruim 15 per verkondiger.
Wij willen, ongeacht hoeveel tijd Jehovah ons nog toestaat, zoveel mogelijk mensen helpen. Ook een aantal broeders en zusters in Gods organisatie heeft hulp nodig. Vele duizenden die niet elke maand bericht inleveren zijn nog steeds met ons verbonden en hebben de waarheid nog steeds lief. Wellicht hebben zij gebrek aan vertrouwen waardoor zij moeite met de prediking hebben.
Het is belangrijk dat wij allemaal een open oog hebben voor de noden van onze broeders en dat wij elkaar op elke mogelijke manier helpen (Gal. 6:10). Op prijzenswaardige wijze zorgen wij voor onze ernstige zieken, bezoeken hen, schrijven brieven en kaarten en bidden voor hen. Wat doen we echter voor hen die dreigen hun ’greep op het werkelijke leven’ te verliezen? (1 Tim. 6:19) Kunnen wij hen niet een beetje op sleeptouw nemen? Ze zullen een spontane uitnodiging om samen te gaan prediken zeer op prijs stellen.
Mogen wij, wanneer wij eenmaal de dienst voor God op ons hebben genomen, onze ijver en ons vertrouwen nimmer verliezen. Vandaar dat Jezus ons ertoe aanspoort ’aandacht aan onszelf te schenken’ en „wakker te blijven” zodat wij ’erin mogen slagen te ontkomen aan de dingen die stellig gaan geschieden.’ — Luk. 10:25-28; 21:34-36.
Mogen wij tonen dat wij ’tot het soort behoren dat geloof heeft, wat tot het in het leven behouden van de ziel leidt.’ — Hebr. 10:39.
Weest verzekerd van onze warme liefde.
Jullie broeders,
BIJKANTOOR NEDERLAND