Brief van het bijkantoor
Geliefde Koninkrijksverkondigers,
De dagen van 11-16 mei zijn voor ons omgevlogen. Voordat wij het wisten was het bezoek van broeder F. Franz als lid van het besturende lichaam en broeder Künz als zoneopziener voorbij.
Op 12 mei leidde broeder Franz in Bennekom een vergadering waarbij 146 ouderlingen aanwezig waren en daarna hield hij om 7 uur ’s avonds een lezing voor 2909 personen. De volgende dag ging de reis verder naar de Martinihal in Groningen. Ook daar waren toevallig weer 146 ouderlingen in de namiddag bijeen. De lezing werd ’s avonds door 3454 enthousiaste toehoorders bijgewoond. Toen kwam zaterdag, 14 mei. In de RAI in Amsterdam waren die middag 8733 personen aanwezig om eerst één uur lang naar broeder Künz te luisteren en daarna nog eens ruim twee uur naar broeder Franz. In al zijn lezingen heeft broeder Franz beklemtoond hoe buitengewoon belangrijk het is dat wij als christenen hard aan onze eigen persoonlijkheid blijven werken en dat wij ons zeer bewust moeten zijn van de dringendheid van de tijd. In Amsterdam heeft hij Markus 4:26-29 besproken en aangetoond dat de daar genoemde „mens” de christen zelf is en al naargelang deze christen op een goede of slechte bodem zaait zal hij de vruchten van zijn eigen zaaiwerk moeten oogsten (Gal. 6:7, 8). Hij drong er op aan slechte omgang te vermijden, ook slechte omgang binnen de gemeente zelf. Zoek omgang met degenen die je kunnen opbouwen en wees ook zelf iemand die anderen opbouwt.
In de vergadering met de ouderlingen werd krachtig beklemtoond dat een ouderling een geestelijk mens is die zich er sterk van bewust is dat hij vooral ook een voorbeeld in het werk van de Meester, Jezus Christus, moet zijn. Een ouderling gaat ook in het predikingswerk vooraan want er is nog nooit één kudde geweest die vóór de herder uit gaat. De herder gaat de kudde vóór, ook in het predikingswerk.
Tijdens de besprekingen met de zoneopziener en met enkele reizende opzieners werd het vertrouwen uitgesproken dat wij in dit deel van de wereld weliswaar tijdelijk wat „van ons stuk gebracht” schijnen maar de tekenen van herstel zijn reeds zichtbaar. Er is maar één ding wat Gods volk in deze tijd rest: Voorwaarts met het prediken van het Goede Nieuws! Hoe belangrijk is het dat een ieder geloof heeft, zijn deel doet door getrouw en standvastig voorwaarts te gaan met de prediking van het goede nieuws. — Hebr. 11:6.
Jullie broeders op het
BIJKANTOOR IN AMSTERDAM