Brief van het bijkantoor
Geliefde Koninkrijksverkondigers,
Opnieuw is een dienstjaar voorbij en wat voor een dienstjaar! Dank zij Jehovah’s onverdiende goedheid leven wij nog steeds aan deze zijde van de „grote verdrukking” en biedt elke dag ons een gelegenheid om tot Jehovah te zeggen: „Hier ben ik! Zend mij.” Zeg jij dit persoonlijk ook? Zul jij in het nieuwe dienstjaar de stem van de Voortreffelijke Herder misschien nog krachtiger laten weerklinken, niet alleen door te prediken maar ook door je levenswijze? Wat een zegen zal dit voor je zijn! — Jes. 6:8; Joh. 10:16.
Wij kunnen Jehovah zeer dankbaar zijn voor de vele nieuwe dingen die wij op het congres hebben gekregen en gehoord. Geloven jullie ook niet dat de jeugd onder ons, en natuurlijk ook hun ouders, overtuigd zijn geraakt van Jehovah’s zorg voor zijn kinderen door het verkrijgbaar stellen van het nieuwe Jeugd-boek? En wat een vreugde om straks in december met de studie van het boek ’s Mensen redding uit wereldbenauwdheid nabij! te mogen beginnen. Wat werden wij allen bovendien aangemoedigd doordat wij vernamen dat alle gedoopte verkondigers nu voortaan af en toe, of op geregelde basis, als hulppioniers dienst mogen verrichten, en nu niet meer op basis van 75 of 100 uur per maand doch slechts 60 uur. Wij zijn diep doordrongen van Jehovah’s liefde, maar ook van Jehovah’s wens dat wij ons allen nog meer zullen inspannen ten behoeve van de dolende mensheid (1 Tim. 4:10). Ook, de gewone en speciale pioniers werden aangemoedigd door de nieuwe, iets lagere vereisten voor hun dienst. Wat kunnen wij allen dankbaar zijn.
Hebben wij niet allen ondervonden dat het congres ons weer juist datgene heeft gegeven wat wij hard nodig hadden? Hoewel Jehovah’s volk zeer talrijk is, voelen wij Jehovah’s persoonlijke zorg voor ons en terugblikkend op het „Heilige dienst”-congres geloven wij wel dat wij dit opnieuw sterk hebben ondervonden. Hierdoor wandelen wij niet onzeker maar voelen ons gesterkt door de voortreffelijke wapenrusting die wij dragen en waarin wij veilig zijn tegen de pijlen van de Duivel. — Ef. 6:14-18.
De ouderlingen onder Gods volk kregen speciale aandacht tijdens het congres en ook dat is een bewijs van Jehovah’s zorg voor de kudde. Door werk en voorbeeld leidt Jehovah zijn volk. Wij hopen dat vooral ook de dienaren in de bediening samen met de ouderlingen het komende dienst jaar als een vreugdevol lichaam zullen in elke gemeente een echt bruisende heilige dienst te zien zal zijn; dienst omvat alles, ook onze dagelijkse levenswijze, doch de prediking van het goede nieuws verschaft mensen redenen God te verheerlijken. — Matth. 5:14-16.
Is het einde van de toename bereikt? Niet als wij mogen afgaan op de aankondiging dat er een groot stuk aan het Bethelhuis in Amsterdam wordt bijgebouwd en dat er voorbereidingen voor de bouw van een tweede kringhal op het programma staan. Al deze dingen doen ons met verwachting naar het nieuwe dienstjaar uitzien. Er is niets veranderd aan Jezus’ waarschuwing om waakzaam te zijn omdat juist als wij het niet verwachten, de „grote verdrukking” zal komen. Laten wij elkaar daarom helpen wakker te blijven door buitengewoon actief te zijn in het dienen van onze liefderijke God Jehovah.
Jullie broeders op het
BIJKANTOOR IN AMSTERDAM