Vragenbus
● Is het, in een geval waarin iemand wegens oprecht berouw niet wordt uitgesloten, niettemin juist hem onder bepaalde omstandigheden restricties met betrekking tot het predikingswerk op te leggen?
Wanneer iemand persoonlijk of in het openbaar wordt terechtgewezen, zijn de inlichtingen op bladzijde 166 van het Organisatie-boek van toepassing. Hoewel het waar is dat dergelijke personen bepaalde restricties opgelegd kunnen krijgen, is het goed nota te nemen van hetgeen op bladzijde 166 over het predikingswerk wordt gezegd, namelijk: „De persoon kan een volledig aandeel aan het predikingswerk hebben en zijn bericht inleveren . . .” Waarschijnlijk zou het als een persoon in het openbaar wordt terechtgewezen en zijn situatie algemeen bekend is, verstandig zijn wanneer die persoon, althans voorlopig, aan het predikingswerk deelneemt in een gedeelte van het gebied waar het probleem niet alom bekend is. Het is goed in gedachten te houden dat het predikingswerk een basisonderdeel van onze dienst voor God is, en allen die Jehovah dienen, behoren er een aandeel aan te hebben. — Matth. 24:14; 28:18-20.
Hoe staat het met een persoon die na uitgesloten te zijn geweest, wederopgenomen is? Dient het hem te worden toegestaan onmiddellijk aan de velddienst deel te nemen? Ja, in overeenstemming met de bovenstaande gedachten dient het hem te worden toegestaan aan de velddienst deel te nemen. Wat andere voorrechten in dit opzicht betreft, kunnen wij ons laten leiden door hetgeen in het Organisatie-boek, op bladzijde 176, staat.