Het goede nieuws aanbieden — Door christelijk gedrag en christelijke kleding
1 Als vertegenwoordigers van Jehovah staan zijn christelijke getuigen vaak in de publieke belangstelling. Wij zijn een volk dat door de wereld in het algemeen heel nauwlettend wordt gadegeslagen, en de meesten in de wereld erkennen onmiddellijk dat Jehovah’s getuigen anders zijn. Maar wat maakt ons anders?
2 Wij zijn anders omdat wij ons van de wereld afgescheiden hebben. Wij geven ons niet langer over aan haar „werken van het vlees” (Gal. 5:19-21). Wij doen niet mee met de zo populaire materialistische ambities en onchristelijke humor van dit samenstel. Onze levensopvatting is veeleer geestelijk — tenminste, dat dient zo te zijn. En als geestelijke mannen en vrouwen dienen wij nooit te trachten in enigerlei opzicht met de oude wereld geïdentificeerd te worden — hetzij in uiterlijke verschijning, kleding, spraak of gedrag.
3 In al deze dingen dienen wij altijd christelijke bescheidenheid en afgezonderdheid van het oude samenstel te weerspiegelen. De meeste broeders en zusters overwegen daarom heel zorgvuldig welke kleding zij zullen dragen wanneer zij in de velddienst gaan; zij zien erop toe dat hun kleding in overeenstemming met de bijbelse maatstaven netjes verzorgd en bescheiden is en nemen in aanmerking wat volgens de plaatselijke zeden en gewoonten als passend beschouwd wordt (1 Tim. 2:9, 10; 1 Kor. 2:12). Ook zien zij er zorgvuldig op toe dat wat zij dragen schoon en netjes is en dat hun lectuurtas er keurig uitziet. Op deze wijze zal hun voorkomen geen afbreuk doen aan de boodschap die zij brengen.
4 Ook ons gedrag is heel belangrijk. Natuurlijk is er naast de velddienst tijd en plaats voor ontspanning en andere bezigheden, maar wanneer wij aan de velddienst deelnemen dient ons gedrag voorbeeldig te zijn. De prediking van het goede nieuws is een serieus werk. Wij tonen vreugde in ons werk, maar als wij bij het van-huis-tot-huiswerk grapjes en een hoop onnodige drukte zouden maken, nemen de mensen hetgeen wij zeggen wellicht niet ernstig; op zijn minst zouden zij menen dat wij ons werk als christenen beslist niet ernstig opnamen.
5 Dikwijls hebben wij gelegenheid informeel getuigenis te geven. Maar heb je ooit bemerkt dat je naliet iemand een nuttig getuigenis te geven, misschien omdat je van mening was dat je gedrag en uiterlijke verschijning op dat tijdstip voor jou als een van Jehovah’s getuigen geen aanbeveling vormde? Dit is iets om over na te denken, niet waar? Wij zijn te allen tijde dienstknechten van Jehovah, niet slechts enkele uren per maand. En mensen nemen waar wat wij te allen tijde doen, niet slechts wanneer wij in de velddienst zijn. Of wij nu boodschappen doen, naar en van ons werk reizen, een bruiloft of een receptie bijwonen, naar school gaan of andere dagelijkse bezigheden verrichten, wij worden gadegeslagen. Ja, de mensen hebben hun ogen op Jehovah’s dienstknechten gericht. Als onze kleding op tijden dat wij niet in de velddienst zijn, onbescheiden of in overeenstemming met een of andere wereldse modegril zou zijn, denk je dan dat de mensen die ons gadeslaan, geneigd zouden zijn ons als oprechte christenen te aanvaarden wanneer wij hen zouden bezoeken om de bijbel te bespreken?
6 Het is daarom goed er te allen tijde aan te denken wie wij zijn — Jehovah’s christelijke getuigen. Laten wij mensen helpen te beseffen dat wij werkelijke christenen zijn, afgescheiden van dit oude samenstel — niet alleen door wat wij prediken, maar ook doordat wij er altijd goed verzorgd uitzien en ons voortdurend voortreffelijk gedragen. — 1 Petr. 2:12.