Bijeenkomst van de ouderlingen tijdens het bezoek van de kringopziener
1 Er zijn aangaande de rol van de kringopziener in verband met de bijeenkomst met de ouderlingen enkele vragen gerezen. Deze bijeenkomst dient door de presiderende opziener, die als voorzitter van een dergelijke bijeenkomst optreedt, even zorgvuldig en overdacht gepland te worden als de normale driemaandelijks gehouden bijeenkomsten van de ouderlingen. Als het bezoek met het tijdstip voor een van de driemaandelijkse bijeenkomsten samenvalt, of omstreeks die tijd valt, oordeelt de presiderende opziener het wellicht juist deze bijeenkomsten te laten samenvallen.
2 Het Organisatie-boek, bladzijden 78 tot 82, handelt over het bezoek van de kringopziener aan de gemeente, met inbegrip van deze speciale bijeenkomst. Op de bladzijden 60 tot 63 wordt tevens de noodzaak aangetoond zich op passende wijze op deze belangrijke bijeenkomsten voor te bereiden. Het boek noemt een aantal zaken waarvan het heel nuttig zou zijn ze te beschouwen, maar er zijn ongetwijfeld andere kwesties waarvan het lichaam van ouderlingen beseft dat ze aandacht behoeven, en iedere ouderling dient de voorzitter, zo mogelijk geruime tijd voorafgaand aan de bijeenkomst, hetzij mondeling of schriftelijk ervan in kennis te stellen welke onderwerpen volgens hem voor bespreking in aanmerking komen. Op basis hiervan dient de voorzitter een schema op te stellen dat tijd voor elk onderwerp toelaat en een bijeenkomst te plannen die niet onnodig lang zal zijn.
3 Ook de kringopziener mag op grond van zijn bespreking met de presiderende opziener over de toestand van de gemeente, welke bespreking hij bij zijn aankomst in de gemeente heeft gehad, suggesties geven over punten ter bespreking op de bijeenkomst. Tevens kan de voorzitter, als de bijeenkomst tegen het einde van zijn bezoek gehouden wordt, hem, aangezien hij de gelegenheid heeft gehad de toestand van de gemeente te observeren, om enkele aanvullende, waardevolle suggesties vragen die hij wellicht heeft.
4 Over het algemeen bezit de kringopziener vele jaren ervaring in Jehovah’s organisatie. En aangezien hij als een speciaal aangestelde reizende ouderling veel tijd aan dergelijke bijeenkomsten in verschillende gemeenten besteedt, verkeert hij in de positie nuttige voorbeelden en dingen die hij geleerd heeft aan de ouderlingen door te geven. De ouderlingen dienen zich dus zijn ervaring ten nutte te maken. — Rom. 1:12.