Brief van het bijkantoor
Geliefde Koninkrijksverkondigers,
Wat is de tijd voorbijgevlogen. Deze maand beginnen onze „Goddelijke voornemen”-congressen reeds en wij hopen dat duizenden geïnteresseerden vier dagen met ons samen op het congres zullen zijn. Zien jullie ook zo uit naar het programma, onder andere naar de drama’s? Ongetwijfeld zullen wij allen nog meer van de drama’s genieten wanneer wij van tevoren de hoofdstukken 8 tot en met 28 van het boek Handelingen, 1 Koningen 12:25–13:34, Exodus 12:21–15:25, Numeri 12:1–14:45 en 16:1–17:13 zouden lezen.
Het zou fijn zijn wanneer wij allen weer extra moeite zouden willen doen om tijdens het congres attent en behulpzaam te zijn. Kinderen, zouden jullie ons willen helpen van het congres te genieten? Dat kunnen jullie wanneer jullie gehoorzaam zijn aan jullie ouders en niet onnodig heen en weer lopen tijdens de programma’s. Ouderen, zouden jullie net als bij vorige congressen de vruchten van de geest weer in overvloedige mate tentoon willen spreiden? Hoewel de congressen kleiner zijn dit jaar en er meer ruimte is zullen er toch soms perioden zijn dat iemand moet wachten of in een rij moet staan. Hoe wij ons onder zulke omstandigheden gedragen is bijzonder belangrijk want wanneer wij attent zijn, zal de vreemdeling die in ons midden is door ons gedrag en door wat hij hoort ongetwijfeld uitroepen: „God is werkelijk in uw midden” (1 Kor. 14:25). Is dit niet onze innige wens?
Wij allen weten ook dat reinheid in de legerplaats van Israël een vereiste was. Jehovah God is immers een God van reinheid? (2 Kor. 7:1) Onze congreszaal is onze Koninkrijkszaal. Houd hem rein door bijvoorbeeld niet zo maar iets op de grond te gooien of te laten liggen. Als wij geen afvalbak zien kunnen wij het altijd bij ons houden om later weg te gooien. Zie je iets op de grond liggen wat er niet hoort? Raap het op! Heel veel dank voor jullie hulp.
Aangezien wij uitermate grote belangstelling voor mensen hebben zullen wij niemand een struikelblok in de weg willen leggen. Soms komt er zo maar iemand binnenstappen om te luisteren en te kijken. Kunnen wij hem „buitengewone menslievendheid” tonen door geen rijen stoelen bezet te houden zodat hij nergens kan gaan zitten? (Hand. 28:2) Bedenk dat ons gedrag ook op dit terrein een hele grote bijdrage kan leveren aan de indruk die buitenstaanders krijgen over de liefde die bij ons moet heersen. Bezet dus geen plaatsen behalve als er een noodzaak voor is en het binnen de redelijke grenzen ligt. Werk hieraan mee en werk vol liefde samen met jullie attente zaalwachters die soms met zoekende ogen langs de rijen gaan om te zien wie zij nog van dienst kunnen zijn.
Met vreugde zien wij uit naar het „Goddelijke voornemen”-congres. Moge Jehovah de kroon zetten op jullie inspanningen van de laatste maanden door een grote schare bijeen te brengen.
Jullie broeders op het
BIJKANTOOR IN AMSTERDAM
[Inzet op blz. 4]
Help geïnteresseerden het congres te bezoeken