Vragenbus
● Wat kan er worden gedaan wanneer een huisbewoner mondeling verzoekt of niemand meer bij hem aan de deur wil komen, of er een bordje aan de deur hangt waarop staat dat verkopers of religieuze groeperingen niet dienen aan te bellen?
Wanneer wij personen ontmoeten die hevige tegenstanders zijn en die ons verzoeken niet meer aan de deur te komen, zullen wij hun wensen in dit opzicht respecteren. Er kan een gedateerde aantekening in de gebiedsenvelop worden gestopt zodat er in de toekomst, zolang de huisbewoner daar blijft wonen, niemand meer zal aanbellen. Natuurlijk verhuizen mensen en soms ondergaan zij een verandering van hart. Als men er niet zeker van is of de huisbewoner daar nog woont, kan men hier na verloop van tijd tactvol naar informeren. Bepaal plaatselijk wat in elk afzonderlijk geval het beste zou zijn.
Wanneer je een bordje „Aan de deur wordt niet gekocht” tegenkomt, kun je je het beste als een van Jehovah’s getuigen identificeren en van het standpunt uitgaan dat zulke bordjes niet op ons werk van toepassing zijn. Wanneer op een bordje specifiek wordt vermeld dat religieuze groeperingen of Jehovah’s getuigen niet dienen aan te bellen, (doe de huisbewoner echter nimmer zelf deze suggestie aan de hand), zou het goed zijn persoonlijk met de huisbewoner te spreken aangezien de vorige bewoner het bordje opgehangen kan hebben of de huisbewoner een verandering van hart kan hebben ondergaan. Indien de huisbewoner dan mondeling verzoekt, of wij niet meer aan de deur willen komen, kan er op bovenstaande wijze gehandeld worden.