Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • km 5/74 blz. 7
  • Intense liefde voor elkaar tonen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Intense liefde voor elkaar tonen
  • Koninkrijksdienst 1974
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hebt intense liefde voor elkaar
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • Geef je raad die ‘het hart vrolijk maakt’?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2022
  • Aan alle lichamen van ouderlingen
    Koninkrijksdienst 1975
  • Aangestelde ouderlingen om de kudde Gods te weiden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
Meer weergeven
Koninkrijksdienst 1974
km 5/74 blz. 7

Intense liefde voor elkaar tonen

1 Wij allen hebben menselijke fouten en tekortkomingen. En daar wij in de christelijke gemeente nu eenmaal zo nauw samenwerken, kunnen er af en toe problemen rijzen die misschien zelfs wel buiten alle proporties worden ver groot. Maar zoals wij allen weten, is een van de waarmerken van het christendom agape- of op beginselen gebaseerde liefde. Wat kunnen wij persoonlijk en collectief doen om deze uitermate belangrijke hoedanigheid in ons leven te vervolmaken? Wij willen vanzelfsprekend allen tot de eenheid en harmonie van de christelijke gemeente waarmee wij verbonden zijn, bijdragen. Het zal in dit verband wellicht nuttig zijn enkele omstandigheden in ogenschouw te nemen waar sommigen van tijd tot tijd tegenover staan.

2 Het kan bijvoorbeeld zijn dat je een zuster bent die van streek is omdat een ouderling je zoon wegens zijn gedrag in de Koninkrijkszaal raad heeft gegeven. Misschien voel je de neiging aanmerking op zijn raad te maken of de broeder met boze woorden van repliek te dienen. Maar zou het niet goed zijn te bedenken dat de liefde ’niet geërgerd wordt’ en dat de ’liefde lankmoedig en vriendelijk is’? Als wij beseffen dat onze oudere broeders belang stellen in ons en ons gezin en geen reden hebben zich onnodig met onze gezinsaangelegenheden te bemoeien, is het dan niet mogelijk raad te aanvaarden in de geest waarin deze wordt gegeven? (Spr. 15:31; Ps. 141:5) Natuurlijk is het zo dat de ouderlingen deze dingen gewoonlijk eerst onder de aandacht van de ouders brengen, waarbij zij de ouders een suggestie aan de hand doen en hen de kwestie laten behandelen. Als dergelijke dingen, zoals wangedrag in de Koninkrijkszaal, evenwel blijven doorgaan, kunnen de ouderlingen er de voorkeur aan geven zowel met de ouders als met het kind te spreken, waarbij zij passende raad en hulp geven. Wij moeten in de Koninkrijkszaal nu eenmaal een bepaald decorum ophouden.

3 Het kan zijn dat je iemand bent die van mening is dat een ouderling een betere spreker of een betere organisator dient te zijn. Misschien heeft hij ook nog kleine aanwensels die je storen. Eerlijk gezegd twijfel je misschien wel aan zijn bekwaamheden. Misschien geniet je niet van zijn lezingen vanaf het podium en ben je heimelijk gebelgd over zijn raad aan de gemeente. Zou het in een dergelijke situatie niet goed zijn na te denken over het feit dat ’de liefde niet jaloers is’ en ’alle dingen verdraagt’? Misschien taxeer je deze broeder naar jouw eigen zienswijze of naar een menselijke maatstaf, terwijl de vereisten voor ouderlingen en dienaren in de bediening in Gods Woord uiteengezet staan. Bovendien is de liefde niet afgunstig op de goede dingen die anderen te beurt vallen, maar verheugt zich erover een medemens een positie van grotere verantwoordelijkheid te zien ontvangen. Is het niet beter deze broeder vanuit zijn geestelijke hoedanigheden te bezien, terwijl je zijn menselijke tekortkomingen over het hoofd ziet en met hem samenwerkt? (Hebr. 13:7, 17) Het zou vanzelfsprekend liefdevol zijn niet met een kritisch oor te luisteren, maar profijt te trekken van de raad en het onderricht dat hij geeft, aangezien datgene waar het werkelijk op aan komt, datgene is wat uit Gods Woord komt en niet wie het zegt.

4 Ten slotte moeten ouderlingen zelf bescheiden zijn en beseffen dat van iemand aan wie veel is gegeven, meer wordt geëist (Luk. 12:48). Het zou stellig ongepast zijn als ouderlingen platte taal zouden bezigen of het doen voorkomen alsof zij in eigen kracht dingen tot stand brengen en misschien zelfs over hun verrichtingen roemen, want de liefde „gedraagt zich niet onbetamelijk” en de liefde „snoeft niet [en] wordt niet opgeblazen”. In het geven van raad, het houden van lezingen, het verrichten van herderlijk werk en in het onderwijzen, ja, in alles hebben ouderlingen de verantwoordelijkheid een liefdevol, nederig voorbeeld te stellen, in het besef dat ook zij dingen moeten leren en dat anderen ook goede ideeën hebben. Hoe belangrijk is het voor ons allen dagelijks intense liefde voor elkaar te tonen. — Jer. 9:24; 1 Kor. 1:31; 13:4-7.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen