Brief van het bijkantoor
Geliefde Koninkrijksverkondigers,
Het is alweer de laatste maand van het dienstjaar en het is logisch dat vele gedachten door ons hoofd gaan. Wat heeft Jehovah ons allen uitermate gezegend met een toename waar wij jaren geleden nimmer van gedroomd hadden. Bereikten wij in het dienstjaar 1972 een hoogtepunt van 21.769 verkondigers dit dienstjaar bracht ons een hoogtepunt van 24.246 verkondigers. Wanneer wij dan denken aan wat er gedurende het afgelopen jaar hier op Bethel gebeurd is, een uitbreiding wat het huis betreft, wat de drukkerijwerkzaamheden betreft en een gloednieuwe zetterij toegevoegd, dan weten wij dat Jehovah dit gegeven heeft om beter in staat te zijn gelijke tred te houden met de krachtige expansie.
Wanneer wij nu eens even kijken naar de lectuur die wij hebben gekregen dan zijn wij werkelijk rijk. Wat een vreugde hadden wij toen het nieuwe Jaarboek kwam. Laten wij echter de geregelde stroom van tijdschriften en nieuwe boeken niet vergeten, bijna te veel om op te noemen. Heeft dit alles er niet toe geleid dat wij geestelijk sterk zijn geworden en dit tegen een achtergrond van steeds diepere geestelijke armoede van de christenheid met haar aanhangers? Het is precies zoals Jehovah het in Jesaja 65:13-16 heeft gezegd.
Wanneer jullie deze brief lezen, zijn vele broeders en zusters van Bethel alweer terug van hun reis naar het congres in New York. Zij zijn diep dankbaar voor Jehovah’s liefderijke voorzieningen die deze reis voor hen mogelijk hebben gemaakt. Met de leden van de Bethelfamilie over de gehele aarde zijn ook vele honderden zendelingen naar de diverse internationale congressen gereisd en zij allen willen jullie graag heel hartelijk dank zeggen voor jullie bijdrage in de afgelopen maanden die deze reizen mogelijk hebben gemaakt. Wij zijn ervan overtuigd dat er hele goede resultaten uit naar voren zullen komen omdat Jehovah nu eenmaal altijd zijn zegen geeft aan daden van betoonde liefde.
De broeders en zusters uit Nederland die naar de Verenigde Staten zijn gereisd zullen beslist met enthousiaste verhalen in de gemeente terug komen want zij zullen het Bethelhuis in New York en de Watch Tower boerderij nu met hun eigen ogen hebben gezien. Natuurlijk hebben wij deze zichtbare manifestaties niet nodig om te weten dat wij met Jehovah’s organisatie te doen hebben maar het zelf aanschouwen van wat Jehovah voor zijn volk heeft gedaan, zal niet nalaten een diepe indruk te maken. Mocht er iemand uit jullie gemeente ook naar New York zijn geweest laat hem of haar dan gerust eens zijn impressies vertellen. Het zal geloofversterkend zijn.
Het dienstjaar 1973 loopt dus nu af. Met een diep gevoel van dankbaarheid wegens Jehovah’s onmetelijke goedheid willen wij deze maand augustus tot een dienstmaand maken en waar wij ons ook ter wereld bevinden wij zullen Jehovah in de velddienst dienen. Aldus bevelen wij ons voor het oog van God aan ieder menselijk geweten aan. — 2 Kor. 4:2.
Jullie broeders op het
BIJKANTOOR IN AMSTERDAM
[Inzet op blz. 1]
Wij bevelen ons aan ieder menselijk geweten aan