Brief van het bijkantoor
Geliefde Koninkrijksverkondigers,
Het is duidelijk dat Jehovah’s geest op bijzondere wijze werkzaam is ten einde Zijn volk over de gehele aarde bijeen te vergaderen en duidelijk te maken in welke tijd wij leven. Het is bijna ongelofelijk dat er 41.930 personen op het Avondmaal in Nederland bijeenkwamen. Vorig jaar waren het er 38.239. Als wij erbij stil proberen te staan wat dit betekent dan worden wij er koud van. Zou de tijd nog wel voldoende zijn om hen allen, of althans een groot deel van hen, te helpen positief Jehovah’s zijde in de strijdvraag te kiezen? Eén ding is zeker, jullie allen werken er heel hard aan en wij prijzen jullie hiervoor.
Dit is de maand waarin het reizen naar de „Goddelijke zegepraal”-congressen zal beginnen. Wij zijn ervan overtuigd dat het congres ons zal helpen trouw en loyaal te zijn aan Jehovah’s regelingen. Wij hopen dus dat de reizende broeders en zusters fijn zullen worden opgebouwd door de congressen in het buitenland en dat zij krachtig versterkt terug zullen komen. Natuurlijk zal er dan zoveel nieuws te vertellen zijn dat zij dagen en weken achtereen aan het praten zouden kunnen blijven en ook zouden zij alles kunnen laten zien wat er aan nieuws geboden is maar dat is nu precies wat wij willen vragen niet te doen. Hebben jullie niet vol opwinding genoten toen er nieuwe dingen werden verteld op het congres en er nieuwe dingen kwamen? Gun je broeders en zusters in de gemeente dan diezelfde opwinding en datzelfde overvloeiende gevoel van dankbaarheid door je mondje dicht te houden en de broeders en zusters echt te laten genieten op het congres in Utrecht. Natuurlijk zullen de buitenlandse congresgangers ook hun eigen congres in Utrecht nog een keer willen bijwonen want er gaat toch beslist niets boven een congres in je eigen landstaal. Maakt jullie tijd daarvoor dus vrij.
Hoewel congresvoorbereidingen ons geweldig in beslag hebben genomen, is toch ondertussen de Koninkrijksbedieningsschool ook weer enkele weken aan de gang en het is een grote vreugde ouderlingen uit het hele land hier op Bethel te hebben. De broeders nemen heel wat „geest” uit de gemeente mee en wij kunnen werkelijk zeggen dat er een stimulerende „uitwisseling van aanmoediging” is (Rom. 1:12). Hoe goed en aangenaam is het met vele broeders samen te wonen (Ps. 133:1). Wij zijn Jehovah heel dankbaar dat er ouderlingen in zijn organisatie zijn en wij zijn ervan overtuigd dat jullie de broeders met vreugde zullen begroeten als zij weer terugkomen.
Moge de maand juni een hele fijne maand van geestelijke opbouw blijken te zijn en mogen wij ons allen mensen van goede wil betonen, die door vrede zijn gekenmerkt. — Luk. 2:14.
Jullie broeders op het
BIJKANTOOR IN AMSTERDAM
[Inzet op blz. 1]
Onszelf mensen van goede wil betonen