„Laat de jonge kinderen tot mij komen”
1 „Laat de jonge kinderen tot mij komen”; op deze wijze bracht Jezus zijn gevoelens tot uitdrukking ten aanzien van de kinderen uit zijn tijd die door hun ouders naar hem toegebracht werden. Ook sprak hij over de nederige, vertrouwende houding die door jonge kinderen aan de dag werd gelegd als voorbeeld van de houding waarvan degenen aan wie het koninkrijk van God zou toebehoren, blijk moesten geven. — Mark. 10:14, 15.
2 En jullie zijn ’gekomen’ doordat jullie geleidelijk leren en het geleerde toepassen, zodat er thans zelfs honderdduizenden jongeren zijn die Jehovah toegewijd dienen. Maar hebben jullie helemaal op eigen kracht vorderingen gemaakt tot jullie huidige positie aan Jehovah’s zijde? Neen, velen van jullie hebben die plaats waarschijnlijk ingenomen omdat jullie liefdevolle ouders hebben, door wie jullie thuis van kindsbeen af in Gods geboden onderwezen zijn. In de Koninkrijkszaal hebben jullie verder onderricht ontvangen, en diegenen van jullie die de snelste vorderingen hebben gemaakt, hebben er zo volledig mogelijk aan deelgenomen.
3 Jullie hebben wonderbaarlijke gelegenheden om op school anderen te onderwijzen en discipelen te maken. In woord en daad kunnen jullie anderen van jullie eigen leeftijd helpen in te zien dat de houding van de „generatie van nu” slechts een verdere uitdrukking is van de zelfzuchtige geest van deze wereld en dat het „werkelijke leven” in het doen van Gods wil ligt (1 Tim. 6:19). Denk nog eens aan de ervaring in De Wachttoren van 1 december, bladzijde 734 over twee jonge zusjes in de Verenigde Arabische Republiek die door hun gedrag zo’n voortreffelijk voorbeeld stelden dat tien andere jongeren belangstelling voor studie kregen. Valt jouw eigen gedrag gunstig met dat van deze jonge zusjes te vergelijken?
4 Ook hoorden wij onlangs van een broertje van 11 jaar oud dat thuis was toen een vrouw daar per vergissing aanbelde. Zij was vreemd in de buurt en nadat hij haar had uitgelegd waar zij moest zijn, zei het broertje dat het goed was dat zij op dat moment was gekomen daar hij op het punt stond naar het huis van zijn vriend te gaan om met hem de bijbel te bestuderen. De vrouw wilde meer weten. Hij legde het haar graag uit en verspreidde een Waarheid-boek aan haar zodat ook zij zou kunnen studeren.
5 Hebben jullie ook nagedacht over de uitwerking die jullie persoonlijke verschijning en gedrag op anderen hebben wanneer jullie bij hun huis aanbellen om hun getuigenis te geven? Enige maanden geleden zond een man in Californië een brief naar het bureau waarin stond: „Hierbij wil ik u laten weten hoe trots ik was op de twee jongens die zondag bij mij aanbelden . . . zij waren goed opgevoed en zagen er keurig netjes uit.” Hoe goed was het dat deze jonge christelijke bedienaren er de tijd voor namen er zeker van te zijn dat hun persoonlijke verschijning in overeenstemming was met de boodschap die zij brachten! Kunnen jullie je voorstellen hoe zijn reactie wellicht geweest zou zijn als deze jonge broeders bij hem aan de deur gekomen waren terwijl zij in uiterlijk en gedrag niet te onderscheiden waren geweest van de hedendaagse opstandige jeugd?
6 Volwassen verkondigers vinden het dikwijls fijn wanneer jonge bedienaren met hen in de velddienst meegaan. Soms willen mensen voor een man alleen of voor twee mannen hun deur niet opendoen, maar zijn zij geneigd de deur wel te openen en te luisteren als er een jongere verkondiger bij is. Wanneer jullie ouders je een aanbieding geleerd hebben die jullie kunnen doen, vinden zij het heerlijk naast jullie te staan terwijl jullie met anderen spreken over de hoop die in jullie is.
7 Een andere wijze waarop jij als jongere Jezus’ uitnodiging om dichter tot hem te komen, kunt aanvaarden, is van de gelegenheid gebruik te maken anderen in het geloof op te bouwen. Op jouw school zitten wellicht andere jonge broeders en zusters. Waarom zou je niet nauw met hen omgaan en met hen over de dingen spreken die jullie uit Gods Woord leren? Op één school gebruiken de broeders en zusters van verschillende leeftijd gezamenlijk hun lunch en bespreken zij met elkaar de dagtekst of de artikelen voor jongeren die in De Wachttoren zijn verschenen. Hun besprekingen tussen de middag zijn zowel in lichamelijk als in geestelijk opzicht een bescherming voor hen. Zou jij dit op jouw school kunnen doen?
8 Wat zul jij, naarmate je volwassen wordt, met je leven doen? Maak je plannen om als je van school komt, in de pioniersdienst te gaan? Heb je eraan gedacht op Bethel of in de zendingsdienst te dienen? Je zult grote vreugde en eindeloze voorrechten genieten als je je nu op een dergelijke volle-tijddienst voorbereidt en je in de toekomst je doel bereikt. Zelfs indien je omstandigheden van dien aard zijn dat je niet kunt pionieren, is er in je gemeente genoeg te doen en zou je eraan kunnen werken te zijner tijd voor dienaar in de bediening en, later, voor ouderling in aanmerking te komen. Wij zijn blij dat jullie Jezus’ uitnodiging om te ’komen’ hebben aangenomen en wij moedigen jullie aan je dienst met je gehele ziel te verrichten. — Matth. 22:37.