Brief van het bijkantoor
Geliefde koninkrijksverkondigers,
De laatste maand van het dienstjaar is aangebroken. Hoe voelen jullie je nu zo vlak na het congres? Zijn wij niet zwaar beladen met nieuwe dingen die ons het volgende jaar van dag tot dag een vol programma van geestelijke dingen zullen geven? Kijk eens op je boekenplank? Zie je ze staan? Wie is dan „werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf, die door zijn meester over diens huisknechten is aangesteld om hun te rechter tijd hun [geestelijke] voedsel te geven?” (Matth. 24:45) Kun jij niet juichend en uit de volheid van je hart zeggen dat je de broeders van Christus, die dit voedingsprogramma verzorgen, naast je hebt staan? Kun je niet zeggen dat elke minuut van elke dag die je leeft de bewijzen worden opgestapeld dat God grootse dingen doet? Hoe gezegend zijn wij!
In augustus wacht de Bethelfamilie in Amsterdam een hele fijne verrassing. Broeder Franz, de vice-president, heeft namelijk aangekondigd dat hij twee dagen op het Bethelhuis wil doorbrengen terwijl hij op doorreis is. Wij verheugen ons er zeer op.
Onze broeders in New York zijn heel erg druk bezig geweest om aan de grote vraag naar lectuur te voldoen. Er werd in de drukkerij met een dag- en nachtploeg gewerkt. Het gereedmaken van de lectuur heeft ook op de Bethelhuizen in Amsterdam en Wiesbaden vele avonden en weekeinden overwerk betekend, maar jullie enthousiasme en dankbaarheid voor de nieuwe lectuur is voor ons zeer aanmoedigend geweest. Het is een hartverwarmende aanwijzing dat wij allen gezamenlijk, slechts één doel nastreven, namelijk de verheerlijking van Jehovah’s naam. Jullie weten ook dat temidden van al deze werkzaamheden onze geliefde broeder Arthur Winkler werd begraven. Er waren totaal meer dan 650 aanwezigen op de lezing en bij het graf. Er hadden nog veel meer willen komen doch wij willen jullie allen doen weten dat de hele begrafenisdienst zeer versterkend en hoopgevend was. Wij weten zeker dat Jehovah hem zijn beloning heeft gegeven.
Wij zijn ervan overtuigd, broeders en zusters, dat de komende paar jaren doorslaggevend voor onze eeuwige toekomst zullen zijn. Jehovah geeft ons niet voor niets zulk een overvloed aan geestelijk voedsel en ook waarschuwt hij ons niet voor niets door middel van De Wachttoren en andere publikaties voor de beproevingen die kunnen komen. Hebben wij niet steeds opnieuw gezien dat de raad die gegeven wordt erop neer komt dat wij NU heel trouw in alles moeten zijn, trouw in studeren, trouw in bezoeken van vergaderingen, trouw in het prediken en dat wij voortdurend een gebedsvol leven moeten leiden? Dan zal Jehovah de rest doen. Hij heeft dit beloofd. Mogen wij er daarom ook in augustus aan werken dat de beproefde hoedanigheid van ons geloof een steeds flonkerender juweel moge worden. — 1 Petr. 1:6, 7.
Jullie broeders op het
BIJKANTOOR IN AMSTERDAM
[Inzet op blz. 1]
Versterk je geloof van dag tot dag