Vragenbus
● Wie dienen er te worden uitgekozen om op de Wachttoren-studie de paragrafen te lezen?
Gedoopte broeders die goed kunnen lezen, dienen uitgekozen te worden om op de Wachttoren-studie te lezen. Ook dienen zij in hun levenswijze als christenen goede voorbeelden te zijn.
Eerst dient er privé en op de theocratische bedieningsschool praktijk en ervaring opgedaan te worden om bekwaamheid in het lezen te ontwikkelen. De ouderlingen van de gemeente, die gadeslaan hoe de broeders zich van hun toewijzingen op de school kwijten, kunnen bepalen wanneer zij goed genoeg lezen om aan de lijst van lezers toegevoegd te worden.
Aangezien bij benadering de helft van de tijd die voor de vergadering is uitgetrokken, gebruikt wordt om de paragrafen te lezen, moet de lezer er met zorg op toezien dat de toehoorders maximaal voordeel van het lezen hebben. De lezer dient waardering te hebben voor de gelegenheid die hij heeft er aldus een aandeel aan te hebben de broeders en zusters van geestelijk voedsel te voorzien. Hij dient warmte en enthousiasme tot uitdrukking te brengen, zodat de broeders en zusters ertoe aangemoedigd worden de raad in De Wachttoren van harte en met een juiste beweegreden toe te passen.
Wil de lezer zijn toewijzing ’met geheel zijn ziel als voor Jehovah’ behartigen, dan moet hij zich van tevoren zorgvuldig voorbereiden (Kol. 3:23). Hij dient de stof verscheidene malen door te nemen om de juiste zin en betekenis aan de toehoorders over te brengen. Het onderstrepen van bepaalde woorden die beklemtoond moeten worden of het aangeven van pauzes kan een hulp zijn. Ook de uitspraak is belangrijk. Iemand dient niet te gaan gissen of te veel zelfvertrouwen te hebben, maar hij dient ieder woord waarvan hij niet zeker is in een woordenboek op te zoeken. Het verkeerd uitspreken van woorden doet niet alleen afbreuk aan de betekenis, maar kan er ook toe leiden dat anderen woorden verkeerd gaan uitspreken.
Het ontvangen van een toewijzing om op de Wachttoren-studie te lezen, is een blijk van vertrouwen van de zijde van Jehovah en van de gemeente. Zij die dit fijne voorrecht genieten, dienen deze gelegenheid te gebruiken om ’de leer van onze Redder, God, in alle dingen te sieren’ door duidelijk en met goede stemkracht te lezen en alles te doen wat zij kunnen om een volledig begrip mee te delen van het onderricht dat door middel van de „getrouwe en beleidvolle slaaf” wordt ontvangen. — Tit. 2:10.