Waartoe de losprijsvoorziening ons aanspoort
1 De losprijsvoorziening heeft ons tot veel dingen aangespoord. Op basis van de losprijs hebben wij ons opgedragen om Jehovah met ons gehele hart te dienen, en wij spreken regelmatig met andere mensen over Gods liefdevolle voorziening voor redding. Uit waardering voor de losprijs zijn wij ook elk jaar bij de Gedachtenisviering aanwezig. Wij hebben er zeer veel belangstelling voor het gebod van onze koning Jezus Christus te gehoorzamen en zijn dood te gedenken, en wij zijn er dankbaar voor dat onze geest en ons hart opgefrist worden met betrekking tot de betekenis van datgene wat hij voor ons gedaan heeft. — 2 Kor. 5:14, 15; Hebr. 9:14.
2 Wij verheugen ons erover wanneer velen voor de Gedachtenisviering bij elkaar komen; maar onze grootste belangstelling gaat niet uit naar een groot aantal aanwezigen, is het niet? Wij wensen veeleer dat belangstellende personen aanwezig zijn opdat de geboden inlichtingen over de losprijs hun hart kunnen bereiken en hen ertoe kunnen aansporen geloof te oefenen en een aandeel te hebben aan de zuivere aanbidding (Openb. 7:14, 15). Onze eigen waardering voor de losprijs voorziening beweegt ons ertoe anderen uit te nodigen samen met ons aanwezig te zijn.
3 Vaak brengen ijverige pogingen om anderen uit te nodigen, onverwachte zegeningen met zich. Zo smaakte één gemeente in Ecuador de vreugde te zien dat de zaal die zij gehuurd hadden, stampvol was. Er waren achthonderd aanwezigen! Dit had een bijzondere invloed op de gemeente van 68 verkondigers. Binnen vijf maanden toonden 17 personen hun waardering voor de losprijsvoorziening, door er een begin mee te maken de Koninkrijksboodschap bekend te maken.
4 Een gemeente van slechts 40 verkondigers in de republiek Zaïre smaakte het genoegen 203 belangstellenden voor de Gedachtenisviering te kunnen verwelkomen. Die ochtend had de gemeente uitnodigingen uitgereikt. Daarna draaiden zij van 2.00 tot 5.55 n.m. platen met Koninkrijksliederen in de zaal. Dit wekte de belangstelling op van degenen die reeds uitgenodigd waren en van de voorbijgangers.
5 De goede uitwerking van de toespraak werd weerspiegeld in het commentaar dat door een van de nieuw geïnteresseerde personen die aanwezig was, werd gegeven: „Pas vandaag heb ik de leerstelling betreffende de ’gemeenschap met Jezus’, die wij als protestanten moesten vieren zonder te begrijpen waarom het ging, werkelijk begrepen. Ik heb dit onderwerp nog nooit zo eenvoudig horen uitleggen.” Zouden niet velen van degenen die wij voor de Gedachtenisviering uitnodigen, hiervan op overeenkomstige wijze voordeel kunnen trekken, en er te zijner tijd toe aangespoord worden de noodzakelijke stappen te doen om ervoor in aanmerking te komen een aandeel te hebben aan de bediening in het veld?
6 Indien onze waardering voor de losprijsvoorziening ons ertoe heeft aangezet het goede nieuws met anderen te delen, zouden dan niet velen met wie wij studeren hetzelfde willen doen? Vele duizenden zijn sinds vorig jaar herfst met ons gaan studeren. Hun hart is er voldoende toe aangespoord om vergaderingen te gaan bezoeken. Zijn zij er klaar voor een aandeel te hebben aan de velddienst? Sommigen kunnen hier om verschillende redenen nog niet voor gereed zijn, maar hoe staat het met degenen die misschien wel zover zijn? Help hen een aandeel te hebben aan de velddienst zodra zij aan de vereisten voldoen en hiertoe het verlangen koesteren.
7 Velen hebben een warme aanmoediging nodig. Wat zouden wij dus kunnen doen? Op onze wekelijkse bijbelstudie zouden wij een van onze eigen ervaringen kunnen vertellen, of een ervaring uit het Jaarboek, om te illustreren wat een vreugde het schenkt Jehovah te dienen. Over een bepaald aantal studieperioden verdeeld, zouden wij de punten op bladzijde 126 van het Organisatie-boek kunnen beschouwen, om ons ervan te vergewissen dat zij begrijpen wat Jehovah verlangt van degenen die hij vergunt Zijn naam te dragen. Wanneer wij hen uitnodigen een aandeel te hebben aan het werk in het veld, doen wij er goed aan eventuele vrees die zij hebben te verminderen. Velen zullen het ongetwijfeld waarderen als wij hen helpen iets voor te bereiden om aan de deur te zeggen. Wanneer zij zien dat liefde voor Jehovah en Zijn voorziening van de losprijs, en liefde voor de naaste ons tot activiteit aanzet, zal dit hen helpen de juiste kijk ten aanzien van de velddienst te krijgen.
8 Moge het dus ons verenigd gebed zijn dat wij een gezonde waardering voor de losprijsvoorziening mogen behouden, daar wij weten dat dit ons ertoe zal blijven aansporen geen krachtsinspanningen te sparen om de mensen in ons gebied met de Koninkrijksboodschap te bereiken. Moge de Gedachtenisviering ertoe bijdragen alle aanwezigen te helpen hun waardering voor Jehovah God en Zijn Zoon te vergroten.