Jehovah met ons gehele hart dienen
1 Toen aan Jezus werd gevraagd wat het allereerste gebod was, gaf hij ten antwoord: „Het eerste gebod is: ’Hoor, o Israël, Jehovah onze God, is één Jehovah, en gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart.’” (Mark. 12:29, 30). Bij het liefhebben van Jehovah is het hart, de zetel voor aandrijvende beweegreden, dus beslist betrokken.
2 Het geestelijke Israël heeft getoond dat het dit gebod zeer liefheeft en zoals wij zelf hebben kunnen constateren hebben de leden van het overblijfsel Jehovah met hun gehele hart gediend en hebben zij in buitengewoon krachtige mate anderen ertoe aangespoord, en hen erbij geholpen, Jehovah met hun gehele hart te dienen. In het „Lamp”-boek lezen wij daarom op bladzijde 107 en 108 dat er in de maand december naar een nieuw hoogtepunt in verkondigers gestreefd zal worden en dit is beslist op zijn plaats. Het zou goed zijn te lezen wat daar staat. Iedereen in de gemeente dient zich hierdoor aangemoedigd te voelen gedurende de maand december aan de velddienst deel te nemen en de gemeente zal er hard aan werken in die maand een nieuw hoogtepunt aan verkondigers te bereiken.
3 De dienaren in de gemeente, en in het bijzonder de gemeenteboekstudiedienaren, spelen een belangrijke rol in de verwezenlijking van dit doel. Voor hen zal de maand december een maand betekenen waarin zij vanaf het begin van de maand erop uit zullen zijn voor een ieder in hun groepje de gelegenheden te scheppen actief aan de bediening deel te nemen en van week tot week zullen er aanmoedigingen in die richting geboden kunnen worden en ook daadwerkelijke hulp gegeven worden, misschien door het maken van afspraken.
4 Alle verkondigers in de gemeente zullen echter beseffen dat het bereiken van een nieuw hoogtepunt extra inspanning van allen vergt doch wanneer het doel wordt bereikt is dankbaarheid jegens Jehovah tezamen met innige vreugde en voldoening de beloning. Een ieder zal graag de geest van de woorden van de apostel Paulus willen tentoonspreiden die tot uiting komt in zijn eerste brief aan Timótheüs, hoofdstuk 4, vers 10: „Want hiertoe werken wij hard en spannen wij ons in, omdat wij onze hoop hebben gevestigd op een levende God, die een Redder is.” De maand december heeft veel vrije dagen en wij willen van onze zijde graag tonen dat wij Jehovah met ons gehele hart liefhebben en ons inspannen voor zijn zaak door in deze vrije dagen vele extra gelegenheden te zien in de velddienst uit te trekken. Maak hiervoor plannen en doe wat je kunt, naar gelang je omstandigheden. Sommigen zullen willen besluiten in de vakantiepioniersdienst te gaan gedurende december.
5 Gedachtig aan de dringendheid van het werk, de kortheid van de tijd om het te verrichten en ons maandthema voor december, „Alle nationaliteiten onderwijzen met het oog op de doop”, willen wij ons werkelijk inspannen en door Jehovah met ons gehele hart te dienen naar een nieuw hoogtepunt streven.
[Inzet op blz. 1]
Door liefde en gehoorzaamheid Jehovah niet vergeten